Nipte verkiezingswinst Allawi in Irak

De seculiere Iraakse oud-premier Iyad Allawi heeft de parlementsverkiezingen in zijn land nipt gewonnen. Hij behaalde 91 van de 325 zetels. Zijn belangrijkste rivaal, de huidige shi’itische premier Nouri al-Maliki, kreeg 89 zetels.

Met deze verkiezingsuitslag lijkt Irak een periode van grote politieke onzekerheid tegemoet te gaan. Enkele uren voor de bekendmaking kwamen ten minste veertig mensen om bij een dubbele bomaanslag in een stad ten noorden van hoofdstad Bagdad.

De VN-gezant voor Irak, de Nederlander Ad Melkert, noemde gisteravond de uitslag van de verkiezingen, die op 7 maart werden gehouden, „geloofwaardig”. Hij riep alle partijen op het resultaat te accepteren.

Maar premier Maliki trok de uitslag in twijfel. Hij herhaalde gisteravond zijn eis dat de stemmen opnieuw geteld moeten worden. Omringd door woedende aanhangers waarschuwde Maliki voor het oplaaien van het geweld als er geen hertelling komt. Vorige week deed hij dat ook. Toen herinnerde hij eraan dat hij nog steeds de commandant van de strijdkrachten was. Ook president Jalal Talabani, wiens Koerdische Alliantie 43 zetels behaalde heeft gepleit voor een hertelling.

Allawi, leider van de seculiere partij Iraqiya, dankt zijn overwinning mede aan de alliantie die hij heeft gevormd met twee sunnitische partijen. Hij won een meerderheid in de drie noordelijke provincies van Irak, waar veel sunnieten wonen, en in Bagdad. En in het shi’itische zuiden deed hij het minder slecht dan verwacht.

De uitslag kan leiden tot een langdurige regeringsvorming. Allawi is weliswaar zelf een shi’iet, maar hij heeft door de samenwerking met sunnieten argwaan gewekt bij shi’itische en Koerdische partijen. De sunnieten hadden de leiding in het Irak van Saddam Hussein.

De huidige zetelverdeling geeft de Iraakse Nationale Alliantie, die 70 zetels behaalde, mogelijk een doorslaggevende positie. In die Alliantie zit onder andere de partij van de populistische shi’itische geestelijke Muqtada Sadr. (AFP, AP, Reuters)

Marktwerking in Irak: pagina 16