Misbruiker leidt weer de mis

Geen publiciteit, geen aangifte. Dat was het beleid van de Katholieke Kerk als geestelijken seksueel ontspoorden. „Het was wegkijken.”

„Wir haben es nicht gewusst”, zei kardinaal Simonis afgelopen week in het tv-programma Pauw & Witteman, over wat de bisschoppen destijds wisten over seksueel misbruik door priesters en religieuzen. „En”, vervolgde Simonis, „er is niets in de doofpot gestopt.”

Een inventarisatie van NRC Handelsblad en de Wereldomroep toont hoe Simonis en andere Nederlandse bisschoppen sinds de jaren 70 zijn opgetreden tegen ontspoorde priesters. Ze hielden affaires liefst binnenskamers en lieten na civiele autoriteiten te waarschuwen.

Van de weinige zaken die publiek werden, heeft de Katholieke Kerk er slechts één zelf bekendgemaakt. In andere gevallen waarbij een geestelijke zich had vergrepen aan kinderen, was het beleid: geen publiciteit, geen aangifte.

Peter Nissen, hoogleraar godsdienstgeschiedenis in Nijmegen, herkent dit: „Eén keer is bij mijn weten een priester uit zijn ambt gezet. Meestal, en ik ken verschillende voorbeelden, zijn de zaken intern afgedaan. De priester wordt overgeplaatst naar een andere parochie, in de hoop dat hij zó geschrokken is dat hij niet weer dat ongewenste gedrag vertoont, of naar het buitenland.”

Zo is er de geschiedenis van een pedofiele franciscaan. Van 1950 tot 1966 was hij kapelaan in Nieuwe Niedorp, Venray, Woerden, Nijmegen en Maastricht. Nergens bleef hij lang. In 1966, 49 jaar oud, verliet hij de orde. In dat jaar benoemde toenmalig aartsbisschop kardinaal Alfrink hem tot kapelaan in de Utrechtse wijk Lombok. Daar misbruikte hij misdienaars, wat hij ook toegaf.

Alfrink besloot de kapelaan „eervol” te ontslaan. Diens bekentenis was geen belemmering om hem in 1973 te bevorderen tot pastoor in het Gelderse Braamt. Een eenmanspost zonder controle. Daar ging het misbruik van kinderen door, toonde het tv-programma Heilig Vuur in 2002 aan.

Illustratief is ook de omgang van het bisdom Roermond met pedofiele priesters. Zoals de pastoor van de Onze Lieve Vrouwe-basiliek in Maastricht die in 1987 een misdienaar misbruikte. De pastoor werd door toenmalig bisschop Jo Gijsen „om gezondheidsredenen” overgeplaatst naar een andere parochie. Dat deed het bisdom vaker, onder andere met de pastoor van de Pius X-parochie in Heerlen. Die was in 1998 strafrechtelijk veroordeeld voor ontucht met een minderjarige jongen. Vier jaar later was hij weer pastoor, in Kerkrade. Nissen wijst op het risico van herhaling: „Drie jaar geleden wilde het tv-programma Netwerk die pastoor spreken, maar toen bleek hij met de misdienaars op kamp.”

Een ander voorbeeld is de vroegere pastoor van Reuver-Offenbeek. Hij is, na een strafrechtelijke veroordeling wegens ontucht met een 5-jarig meisje, door bisschop Wiertz van Roermond benoemd tot pastoor in Grashoek.

Ook was er de geestelijk directeur van de priesteropleiding van het bisdom Den Bosch, die in 2002 vertrok na beschuldigingen dat hij als student een andere student seksueel geïntimideerd had. Bisschop Hurkmans benoemde hem in 2004 tot pastoor in Helmond.

Een van de redenen dat bisschoppen een ontspoorde priester toch weer inzetten, is het groeiend tekort aan priesters, zegt Nissen. „Dat zullen ze nooit toegeven, maar in de praktijk werkt het wel zo. De tijd dat er voldoende priesters waren, is voorbij.”

Kenmerkend is dat bisschoppen zelf nooit aangifte hebben gedaan van seksueel misbruik door hun priesters, en de zaken buiten de publiciteit hielden. Volgens Nissen is de sfeer van geheimhouding door het Vaticaan in instructies bevorderd. „Doorslaggevend daarbij is geweest het behoud van het imago van de kerk, de geestelijkheid en het celibaat. Ieder bericht over misbruik tast dat imago aan.”

In de praktijk worden affaires in eigen kring afgedaan, liefst via het door de bisschoppen ingestelde Hulp en Recht. Dit meldpunt in Utrecht, dat na de recente publicaties over misbruik in internaten en seminaries 1.100 meldingen kreeg, geeft nooit openheid over de aard van de zaken.

Als zaken al bekend worden, komt dat doordat slachtoffers aangifte doen. Nadat ouders naar de politie waren gestapt, werd in 1997 een pastoor uit het Zuid-Hollandse Alkemade veroordeeld wegens verkrachting van hun 12-jarig dochtertje. Bisschop Van Luyn van Rotterdam kocht een proces af met 125.000 gulden (56.600 euro) smartegeld en ontsloeg de pastoor. Die dook daarna weer op als vrijwilliger in een parochie in Lelystad. Daar gaf hij muziekles, begeleidde hij koren en missen.

Een andere remedie is verplaatsing van een priester naar het buitenland. Begin jaren negentig moest de conrector van het seminarie Rolduc in Kerkrade weg, na een seksuele relatie met een student. Hij is nu, weet hoogleraar Nissen, pastoor in een dorp in het Zwarte Woud. „Heeft zopas zijn 40-jarig priesterfeest gevierd.”

Ook in Kirchengemeinde St. Peter und Paul in Korbach-Eppe (Sauerland) draagt sinds 2002 een Nederlander de mis op. Hij moest als pastoor in Eygelshoven weg, nadat hij bij een vriendin een kind verwekt had.

Gedegen onderzoek naar het verleden van geestelijken, voor hun benoeming – daar schort het aan. Dat leert een zaak in het bisdom Roermond. Een pastoor in Geleen werd in 2000 uit zijn ambt gezet wegens misbruik. Hij bleek vaker van parochie gewisseld te zijn, onder meer na geruchten over seksueel misbruik. De parochianen in Geleen werd de ware reden van vertrek niet meegedeeld.

De ontslagen pastoor leest nu weer de mis. Hij helpt uit in een tiental parochies in het bisdom Den Bosch. Ook is hij op afroep van uitvaartorganisatie Dela beschikbaar voor uitvaartmissen. Hij wil niet reageren: „Daar heb ik helemaal geen zin in. Houdoe.”

Een recent voorbeeld van de behandeling van ontspoorde priesters, is de affaire rond wijlen deken Haffmans van Gulpen. Hij kwam in 2006 in opspraak na verduistering van een groot bedrag uit de kas van het Parochiaal Armenbestuur, seksuele contacten met vrouwelijke kerkleden en bedreiging. Nissen: „In die kwestie is door bisschop Wiertz, ondanks vele signalen, jarenlang niets gedaan. Het was wegkijken.” Dat de zaak bekend werd, kwam doordat een slachtoffer de krant opzocht.

Woordvoerder Stan Hoen van bisschop Wiertz wil niet reageren: „Over die zaak heeft de bisschop zich al eens uitgelaten. Dat herhaal ik nu niet nog eens. Verder wachten wij de commissie-Deetman af.”

Een affaire die de kerk wél zelf naar buiten bracht, is die van een pater, als pastoor werkzaam in Enschede. Hij is in 2002 ontslagen wegens seksueel misbruik. Een paar dagen nadat het aartsbisdom Utrecht de zaak publiek had gemaakt, bleek dat één jaar eerder de prior van de congregatie van de pater hem in zonde was voorgegaan. Hij had ontucht gepleegd met twee meisjes. Die zaak was wel weer stilgehouden. Beide religieuzen zijn niet uit hun ambt gezet.

Dichter des Vaderlands: pagina 7

Lees achtergronden op nrc.nl/misbruik-kerk