Mag je het Gerechtshof wel om excuses vragen?

Naar aanleiding van de door het Openbaar Ministerie gevraagde vrijspraak voor Lucia de B., heeft haar advocaat in zijn pleidooi de raadsheren van het Gerechtshof in Den Haag gemaand excuses aan te bieden voor de „onprofessionele en onheuse aantijgingen” aan het adres van zijn cliënte. Het is niet voor het eerst dat een advocaat zich richt tot de persoon van de rechter om zijn ongenoegen over de juridische gang van zaken kenbaar te maken. In andere gevallen is dat zelfs publiekelijk en buiten de rechtszaal gebeurd. Dat is een ongewenste ontwikkeling. Hoe zeer ook te begrijpen is dat advocaten – terecht of onterecht – anders tegen de juridische werkelijkheid van een zaak aankijken dan rechters, het past niet in een fatsoenlijke rechtsstaat als procespartijen in een strafzaak elkaar publiekelijk als persoon en niet als functionaris te lijf gaan.

Echter, zolang de rechterlijke macht op haar beurt meent dat zij na alle rechterlijke dwalingen die de laatste jaren naar boven zijn gekomen, kan volharden in stilzwijgen in gevallen als die van Lucia de B. en niet zichtbaar voor de buitenwereld ingrijpt, zal dat voor de advocatuur geen stimulans zijn publiekelijke kritiek op de rechterlijke macht – hoezeer ook onwenselijk – achterwege te laten. Het ontbreekt bij de rechterlijke macht te vaak aan een kritische blik op door het Openbaar Ministerie gepresenteerd bewijs en het actief verrichten van eigen onderzoek naar de juistheid van dat bewijs. Daarnaast krijgt de advocatuur nog steeds te weinig gelegenheid voor tegenonderzoek en het kritisch bevragen van getuigen. Zo lang deze ontwikkelingen niet veranderen, zullen nog vaker van dit soort uitspraken in de kranten te lezen zijn. Dat doet onze rechtsstaat geen goed.

Boudewijn van Eijck

Advocaat te Rotterdam