Kat-en-muisspel met Ministerie van Waarheid

China wil de 400 miljoen internetters in het land onder controle houden. Het beleid van de censoren is ondoorgrondelijk en verschilt per regio.

Bologige camera’s aan de plafonds, spiedende geüniformeerde bewakers. Het internetcafé Welvarend Netwerk in Shanghai is de laatste plaats waar Chinese internetters vrijelijk hun mening willen geven over de worsteling van Google met de Chinese censuurwetgeving.

Alle 150 stoelen in de halfdonkere zaal zijn bezet door overwegend jongens die net zo strak in het gelid zitten als het terracottaleger van keizer Qin Shi Huangdi. Roken is hier sinds kort verboden. Wie naar porno- of goksites surft wordt overgedragen aan de politie, staat op langwerpige posters.

De theorie dat het internet ook in China voor glasnost zou zorgen, moet in Welvarend Netwerk, vlakbij het Googlekantoor, nog bewezen worden. Assistenten van eigenaar Chu Meng volgen in een met glas afgescheiden ruimte op brede schermen de digitale gedragingen van de clientèle.

Chu, bijgestaan door bewakers, verbiedt de buitenlandse journalist om vragen te stellen aan de bezoekers, want zegt hij „er is niets te vragen over Google, die zaak interesseert niemand”.

Hij laat zien dat de sites van Google, zowel in het Chinees, Engels en Nederlands gewoon bereikbaar zijn. Maar wat gebeurt er als een van zijn jonge klanten meer informatie wil hebben over de Tibetaanse monnik? Manager Chu antwoordt hoofdschuddend: „Niemand is in deze persoon geïnteresseerd. Verder nog iets?”

Intussen heeft de Chinese assistente van de buitenlandse journalist contact gelegd met twee jongens uit haar geboortestad Ningbo. Er wordt een afspraak gemaakt. Een uurtje later, in de overvolle Starbucks op het Volksplein met zicht op het naambord van Google, introduceert een van hen zich met zijn familienaam Zhang en laat zijn voornamen liever onvermeld.

Hij vertelt dat hij op de site van de Chinese concurrent van Google, Baidu.com, een bericht heeft geplaatst, dat een dag later verwijderd bleek te zijn. Hij schreef: „Passagier Google is deze week uit de Harmonietrein China gezet, alle andere passagiers zijn gewaarschuwd de regels te gehoorzamen en de gordijnen omlaag trekken. Zij mogen niet meer uit het raam kijken. De trein maakt een U-bocht en gaat steeds sneller. Steeds sneller richting Pyongyang in Noord-Korea”.

Zhang legt uit dat hij beslist niet anti-Chinees is, hij is trots op zijn land, maar dat hij ook „geen slaaf wil zijn” van „corrupte oude mannen”. Hij is toch een beetje optimistisch dat het probleem met Google tijdelijk is. „Gelukkig verlaat Google China niet en misschien wordt Google.cn over een paar jaar weer heropend”.

Dat hopen ook de 700 medewerkers, die de afgelopen dagen gewoon doorwerkten met het verkopen van Googlediensten, advertenties en technologie. Dat zij nerveus zijn, blijkt tijdens een kort bezoek aan Google Shanghai in een kantoorcomplex bij het Volksplein. De entree is versierd met bloemstukken en kaarten met teksten als „Google. Good Job”.

Binnen – in de vrolijk gedecoreerde werkruimtes met tafeltennistafels en massageruimte – doet iedereen alsof het business-as-usual is en dat is eigenlijk ook het geval. Over de toekomst wordt niet gepraat.

De reden dat internetter Zhang Google.cn prefereert boven Baidu.com, de grootste Chinese portal, heeft te maken met het verschil in informatieve waarde tussen het Amerikaanse en het Chinese internetbedrijf.

„Baidu is goed voor spelletjes, muziek en dingen kopen. Als je wat wilt weten over techniek, ruimtevaart en geneeskunde en over andere landen en Amerika is Google veel beter”, vertelt Zhang die aan de Fudan Universiteit medicijnen studeert. In politiek en geschiedenis is hij niet geïnteresseerd. Van de demonstraties op het Tiananmenplein, 21 jaar geleden, weet de 22-jarige student alleen van horen zeggen. Nog nooit heeft hij geprobeerd op het internet daar meer over te weten te komen.

Technisch zou het geen probleem moeten zijn de censurerende filters te omzeilen. Internetondernemer en beveiligingsexpert Tommy Mei in Shanghai vertelt dat met met behulp van proxyservers en buitenlandse IP-adressen, al dan niet beveiligd, gevorderde internetters soepeltjes over de Grote Chinese Firewall kunnen springen. Maar, zegt hij, verreweg de meeste internetters hebben deze kennis niet.

„Gevorderde internetters en de overheid spelen een soort kat en muisspel, waarin de internetters altijd iets voorliggen op de overheid. Steeds als er iets nieuws is uitgevonden, zoals You Tube, of bepaalde encryptiesoftware grijpt de overheid in”, legt Mei uit.

Het spel met het „Ministerie van de Waarheid”, zoals de censuur sarcastisch wordt genoemd, is een sport voor gevorderden, zoals hacken. Het snel groeiende Chinese internet met bijna 400 miljoen gebruikers onder controle houden, is een prioriteit van de autoriteiten. Voor zover bekend houden zich daar vier overheidsinstanties mee bezig. Het beleid van de censoren is ondoorgrondelijk en verschilt per regio. Hoewel de Chinese Digitale Muur, waardoor buitenlandse URL’s (adressen) en IP-adressen onbereikbaar zijn, richt de internetpolitie zich vooral op binnenlandse sites en blogs onder het mom van de strijd tegen porno, kinderhandel, illegaal kopiëren en gokken.

Verrassend blijft dat de meeste Chinese internetters zich bij al deze beperkingen lijken neer te leggen. Internetter Zhang zegt daarover: „De meeste gebruikers zijn alleen maar geïnteresseerd in spelletjes. Een jonge arbeidsmigrant wil heus niets weten over geschiedenis. Je krijgt pas revolutie als de entertainmentsites worden geblokkeerd.”