Finale

Het is weer leuk supporter van Feyenoord te zijn. Ouwe glorie wenkt. De bekerfinale tegen Ajax: ook oude oorlogen wenken. Het zij zo. Eerst nog maar even kinderlijk gelukkig zijn.

Ik ken geen stadion in de wereld waar de explosie van vreugde zo orgastisch klinkt als in de Kuip. Het lijkt wel of je dan in Nou Camp, San Siro en Bernabeu tegelijk zit. Zelfs muizen en ratten houden het niet stil en droog. Een juichende Kuip is pure jazz. De orkesten van Duke Ellington en Count Basie bij elkaar. En daar overheen nog het Kozakkenkoor.

De bekerfinale Feyenoord-Ajax: het is alweer van diep in de vorige eeuw geleden. Nog van vóór Louis van Gaal. Het was zelfs nog Koude Oorlog. Om maar te zeggen hoe getekend ook de voetbalhistorie is door kanteling en vergankelijkheid, door atomendrift. Feyenoord is al jaren de weg kwijt, Ajax is versteend in hoogmoed. De clash tussen beide heeft niet meer de geladenheid van een schisma. Voor een paar honderd hooligans natuurlijk nog wel, maar dat soort volk blijft in gekrijs dwalen tot het einde der tijden.

De Feyenoord-fan heeft barre tijden achter de rug. Bijna dagelijks kwam de club alleen nog met noodkreten in het nieuws. Jarenlang. Club zonder leiding, zonder geld, zonder ziel. Huurlingenleger van de KNVB. Net geen sterfhuis. De monstrans Feyenoord hield bitter weinig glans over.

Dit seizoen is het roer omgegooid. Er is weer een schijn van eenheid in beleid. Er is alvast een technisch directeur die antennes voor traditie heeft. En er is een coach die van water vuur maakt, en omgekeerd. Ultieme Rotterdammer dus.

Leo Beenhakker en Mario Been: bedelaars met klasse. Ook zij lopen nog steeds de gehuchten af, op zoek naar een aalmoes van bakkers, slagers en tuinders ter overleving van Feyenoord. Maar hun inherente trots is intact gebleven en die attitude weten ze ook over te dragen op spelers en materiaalmannen. Op het volk. Natuurlijk is Feyenoord onverminderd virtueel failliet – er moest zelfs geleend worden om de salarissen te kunnen uitbetalen. Maar achter de rode cijfers ligt niet langer een dood paard. Er schemert iets van vooruitgang. Je zou ook kunnen zeggen: de hand van weduwen en wezen is gauw gevuld. Maar wie weet duikt er door deze bekerfinale toch nog een suikeroom op die zijn roodwitte hart laat spreken. Dat zal dan geen havenbaron zijn, want in deze beroepscategorie heerst harteloosheid. Parasitisme van water en stad.

Sjoemelende vrekken zijn het.

Nog steeds vraag ik me af hoe de tifosi van de Kuip, grosso modo, zo beschaafd zijn kunnen blijven in de jarenlange uithongering. Het legioen had niet de beste reputatie, maar als je de martelkamers ziet waar het eeuwige Feyenoordlied doorheen is gejaagd, mag je spreken van engelengedrag. Of toch van chique wanhoop.

Feyenoord: onverminderd een kapitaal van liefde.

Nee, de bekerfinale winnen ze niet. Maar dat doet er niet zoveel toe. Het geluk ligt in de opstanding, niet in een beker. In het gevoel: er is nog leven na de dood. Feyenoord kan beter niet te hijgerig zijn in de rush naar een prijs, naar een parade op de Coolsingel. Ook pretenties moeten groeien, anders worden ze te lachwekkend.

En er is nog de start van de Tour in Rotterdam. De vraag of de stad wel zoveel publicitaire weelde kan dragen, is legitiem. Je mag er toch niet aan denken dat Marco Pastors straks de triomfboog op twee ereterrassen uithangt. Hij is nu al zot van glorie. Ik kan het mij niet inbeelden: Pastors en Beenhakker, gluiperig in elkaars armen. Laat staan dat ze samen onder een champagnedouche zouden staan.

Er is iets moois gebeurd, deze week. Roy Makaay was afgeschreven en vernederd. Vastgenageld op een spijkerbed van dedain. Been had niets meer met de spichtige lactovegetariër die altijd zo graag om zichzelf heenloopt.

Makaay scoorde de winning goal. Hij bracht Feyenoord in de finale. Wat erger was: Mario en Roy gingen elkaar ook nog kussen. Gênante broederlijkheid in succes, terwijl geen mens nog geloofde in de leugen van deze wederzijdse lichaamstaal. Maar in de Kuip bestaat geen clair-obscur. Iedereen roodwit.

Ik zag Makaay lopen. Niet eens een zweempje van triomf in de schouders. Eerder lijkwade. Het vuur van rancune kende hij niet. Lijflust: Mario Been zou zeggen: dan wel op krukken.

Ik dus niet.

Die mooie donkere man, nors en zwijgzaam, stijfsel van een ongekend incasseringsvermogen. Toch rococo á la carte.

Sportman het jaar: Roy Makaay!

Maar ik wantrouw dit land ten diepste. Weet zeker dat zowel de KNVB als Feyenoord Makaay zal laten verdwijnen in de stofwolk van een vergeetputje. Zoals ook Jaap Stam geruisloos is afgevoerd.

Helden in Nederland? Ze hebben nooit bestaan.