Fatwa's over Darwin

In de islamitische wereld wordt al lang serieus gedebatteerd over de evolutietheorie. Sommige geleerden vinden dat de ideeën van Darwin heel goed samengaan met de islam.

Of u nu gelooft dat alle levende wezens tegelijkertijd zijn geschapen, of geleidelijk, in evolutionaire stadia, zolang u ervan overtuigd bent dat God de schepper is, blijft uw geloof als moslim ongeschonden.’ Deze zinnen werden in 1888, zes jaar na de dood van Charles Darwin, opgeschreven in het Arabisch. Auteur was een moslimgeleerde uit Tripoli, Husayn al-Jisr. Hij was destijds hoofd van de Madrassa van de Sultan, een islamitische school in Beiroet, toen nog een havenstad van het Ottomaanse Rijk. De evolutietheorie, zei Al-Jisr, vormt geen gevaar voor de islam. Hij zei ook: wetenschap staat niet op gespannen voet met de grondslagen van het geloof.

Dit strookt niet met de veelgehoorde stelling dat moslims niets moeten hebben van Darwin, omdat diens theorie strijdig zou zijn met hun religie. Het tijdschrift Science noemde anderhalf jaar geleden de moslimwereld nog ‘een vruchtbare bodem voor afwijzing van de evolutietheorie’ (‘Bracing for Islamic Creationism’, 12 december 2008). Volgens het blad zou onder moslims nog steeds geen serieus debat zijn gevoerd over de verenigbaarheid van de evolutietheorie met de islam.

COMPLEXE RELATIE

“Niets is minder waar”, zegt Mohammed M. Ghaly. “Het standpunt van Al-Jisr uit 1888 is uitvoerig besproken en vindt nog steeds steun bij de meest gezaghebbende moslimgeleerden, ook al wordt het aangevochten uit conservatieve hoek.”

Ghaly studeerde aan de befaamde Al-Azhar Universiteit in Kaïro en is universitair docent islamstudies aan de Leidse universiteit. Binnenkort verschijnt bij Kok de bundel Evolutie: wetenschappelijk model of seculier geloof? waaraan hij heeft meegewerkt. Het onthaal van Darwin in de islamitische wereld werpt licht op de complexe relatie tussen natuurwetenschap en islam, Ghaly’s onderzoeksgebied.

DIEREN

Sommige islamitische theologen zijn van mening dat de principes van de evolutietheorie al in de negende eeuw zijn uiteengezet door moslimgeleerden. Ze verwijzen dan naar de natuurfilosoof al-Jahiz (781-869) en naar de latere alchemisten. Elf eeuwen vóór Darwin schreef Al-Jahiz in zijn Boek van de Dieren (Kitab al-Hayawan): ‘Dieren zijn gewikkeld in een strijd om het bestaan en om hulpbronnen, om te vermijden dat ze worden opgegeten, en om zich voort te planten.’ En hij vervolgde: ‘Omgevingsfactoren beïnvloeden organismen, zodat ze nieuwe kenmerken ontwikkelen die hun overleving bevorderen, en zo tot nieuwe soorten worden. Dieren die overleven tot zij zich kunnen voortplanten, kunnen hun succesvolle kenmerken doorgeven aan hun nageslacht.’

De ontvangst van Darwins evolutietheorie in de islamitische wereld is een episode uit een veel groter verhaal, dat zich afspeelt in de tweede helft van de negentiende eeuw. De meeste moslims, van Marokko tot Indonesië, waren toen onderdanen van Europese koloniale imperia en van het Ottomaanse Rijk. Een kleine elite kwam in aanraking met westerse wetenschap en techniek via Europese onderwijsinstellingen.

Ghaly: “Husayn al-Jisr (1845-1909) maakte kennis met de theorie van Darwin in de bibliotheek van het Syrian Protestant College (nu de American University), een hogeschool van de Amerikaanse zending in Beiroet. Docenten van die school gaven een invloedrijk populair-wetenschappelijk tijdschrift uit, Al-Muqtataf (Selectie), met samenvattingen van baanbrekende westerse publicaties. Zo bereikten de ideeën van Darwin voor het eerst de Arabische provincies van het Ottomaanse rijk.”

Ook meer naar het oosten begon het te gisten. Britse imperialistische politici als Thomas Babington Macaulay zagen het als hun roeping om ‘verlichting en moderniteit’ te brengen in India.

Macaulay drukte in 1835 door dat onderwijs in het Sanskriet en Arabisch werd vervangen door onderricht in het Engels en in de moderne natuurwetenschap.

Ghaly: “De intellectuelen in de islamitische wereld waren verdeeld in twee kampen. Het ene kamp vond dat de Britse kolonisatie een einde kon maken aan de economische en wetenschappelijke achterstand. Het andere kamp zag bevrijding van het Britse kolonialisme als voorwaarde voor behoud van de islamitische identiteit. De Afghaanse moslimhervormer Jamal al-Din al-Afghani (1838-1897) behoorde tot het tweede kamp; de Syrische arts Shibli Shumayyil (1850-1917) en andere leerlingen van het Protestant College in Beiroet tot het tweede kamp. Er werd over gedebatteerd en de evolutietheorie werd onderdeel van die discussie. De Arabische artsen vonden dat deze theorie hun standpunt over het primaat van de wetenschap versterkte. Maar Al-Afghani, de eerste moslimtheoloog die over Darwin schreef – in 1878, in het Perzisch – noemde diens theorie, die hij toen nauwelijks kende, strijdig met de islam. Zijn voornaamste motief was dat hij de aanhangers ervan zag als collaborateurs van de Britse kolonialisten. Als hij de evolutietheorie kon weerleggen, dacht hij, was dit een verzwakking van dat kamp.”

Al-Jisr was veel beter geïnformeerd over de evolutietheorie dan Al-Afghani, zegt Ghaly: “Al-Afghani zei dat evolutionisten geloofden dat een vlo in de loop der eeuwen een olifant kan worden. Al-Jisr schreef dat volgens deze theorie de mens, net als andere dieren, een evolutie heeft doorgemaakt via natuurlijke selectie en dat het niet is uitgesloten dat mens en aap een gemeenschappelijke voorouder hebben. Hij gaf de evolutietheorie het voordeel van de twijfel en concludeerde dat die niet in strijd is met de Koran, zolang er binnen de theorie ruimte blijft voor God als de uiteindelijke Schepper. Het scheppingsverhaal in de Koran is heel beknopt, zei Al-Jisr, en is bedoeld om het geloof in God te bevestigen, niet om wetenschappelijke informatie te geven. Deze religieuze opinie (fatwa) werd overgenomen door geleerden uit Turkije, uit Syrië en de hele Arabisch sprekende wereld.”

SUPERIEUR

Al-Jisr wilde met zijn ‘goedkeuring’ van Darwin laten zien dat de islam een rationele godsdienst is, de bondgenoot van alle ware wetenschap, en dat het islamitische geloof superieur was aan het in zijn ogen dogmatische christendom. Dat standpunt viel in goede aarde bij de Ottomaanse sultan Abdül Hamid, die zijn rijk wilde opstoten in de vaart der volken. Hij gaf Al-Jisr in 1891 een hoge onderscheiding. Ook Al-Afghani ging uiteindelijk om. In zijn boek Khatirat (Ideeën) schreef hij rond 1900 dat de evolutietheorie wel degelijk verenigbaar is met de islam.

Ghaly: “Een van de beroemdste stellingnames tégen de evolutietheorie dateert van de jaren vijftig en werd geformuleerd door de Egyptische theoloog Mahmud Shaltut (1893-1963). Hij was van 1958 tot zijn dood Grootimam (Sheikh) van Al-Azhar, en daarmee de hoogste geestelijke gezagsdrager van de soennitische islam. Hij vaardigde op persoonlijke titel een fatwa uit, waarin hij stelde dat de evolutietheorie niet is gebaseerd op één van de in de islam aanvaarde bronnen van kennis: correcte waarneming, rationeel nadenken en authentieke overlevering. Volgens hem is de evolutietheorie strijdig met Gods openbaring over de schepping van Adam en zijn nakomelingen, ligt deze kwestie buiten het bereik van de waarneming en leent hij zich niet voor experimenten.”

BOEK VAN GOD

Shaltut kreeg medestanders in Saoedi-Arabië. “De Saoedische Permanente Commissie voor Wetenschappelijk Onderzoek en Religieus Advies, de autoriteit die fatwa’s uitvaardigt, heeft in opinie nr. 2878, getiteld Evolutie en vooruitgang: de theorie van Darwin, uitgesproken dat ‘de evolutietheorie in strijd is met het Boek van God (de Koran), de Soenna van Zijn Boodschapper (Mohammed) en met de consensus onder de bezitters van kennis en geloof (schriftgeleerden)’. Uit de Koran en de Soenna zou blijken dat ‘Adam geschapen is uit stof en zijn vrouw uit hem’.”

De vraag is nu welke opvatting tegenwoordig het meeste draagvlak heeft in de islamitische wereld. Ghaly: “In onze tijd is het heel moeilijk om te bepalen welk kamp de overhand heeft. Op theologische gronden, afgaand op bronnen en argumenten, vind ik dat die van de voorstanders veel zwaarder wegen dan die van de tegenstanders. Maar voor het grote publiek is het heel moeilijk om dit af te wegen. Dat grasduint op het internet en is gevoelig voor politieke argumenten.”

De Europese Commissie heeft zijn zorgen geuit over toenemend islamitisch creationisme. Die zijn vooral ingegeven door de internetactiviteiten van de Turkse creationist Harun Yahya. Via zijn website An Invitation to the Truth geeft hij Darwin de schuld van Hitler, Stalin en alle rampen die over de mensheid zijn gekomen sinds de verschijning van On the Origin of Species. De site heeft edities in tientallen talen, onder meer Engels, Nederlands en Arabisch, en bevat een lijst van 62 gratis te downloaden boeken, waaronder Yahya’s bekendste traktaat, Het bedrog van de evolutieleer.

Ghaly: “Toch wordt noch Yahya’s naam ooit genoemd noch zijn werk geciteerd door moslimgeleerden, ook niet door theologen die tegen de evolutietheorie zijn. Het kamp van de tegenstanders bestaat praktisch alleen uit Yahya en de Saoedische geleerden. Al-Azhar, dé gezagsbron in de soennitische wereld, heeft hier geen officieel standpunt over. Er is de fatwa van Shaltut, zeker, maar dat was geen collectief oordeel van alle geleerden van Al-Azhar en heeft daarom een iets mindere status. In Al-Azhar hoor je geluiden van voor- en tegenstanders. Yusuf al-Qaradawi, een invloedrijke geleerde die vanuit Qatar de populaire website IslamOnline leidt, komt van Al-Azhar. In een programma van Al-Jazeera over de evolutietheorie heeft hij min of meer letterlijk de opvatting van Al-Jisr overgenomen.

“De meeste moslimtheologen hebben geen bezwaar tegen de evolutietheorie, wat hen overigens niet tot aanhangers ervan maakt. Maar het historische debat dat sinds de negentiende eeuw is gevoerd over de fatwa van Al-Jisr is jammer genoeg nauwelijks bekend bij moslimjongeren. Ik vrees dat het draagvlak van de tegenstanders groeit. En niet alleen door de invloed van internet. Ook omdat de bezwaren opnieuw worden verwoord in politieke termen: ‘evolutie is iets westers, we moeten onze eigen identiteit behouden.’ Dat is wat de tegenstanders proberen te doen, de zaak politiseren, net als in de koloniale periode. En zodra het een politieke discussie wordt, winnen de tegenstanders.”

ACHTERLIJK

Volgens Ghaly spelen darwinisten van de harde lijn, zoals Richard Dawkins, een negatieve rol in de discussie. “Zij zeggen: aanvaard Darwin, of blijf achterlijk. Dat werkt in de islamitische wereld averechts. Als de zwijgende meerderheid ruimte blijft geven aan extremistische geluiden van zowel islamitische als westerse kant, zal dat een negatieve invloed hebben op de relatie tussen de islam en het Westen. Ik denk, aan moslimzijde, aan iemand als Harun Yahya. En aan westerse kant aan mensen die zeggen dat je de evolutietheorie gewoon moet aannemen; anders ben je een domoor, val je buiten de wedstrijd, buiten de beschaafde wereld.”

In een groot deel van de islamitische wereld staat de evolutietheorie op het lesprogramma van middelbare scholen. Ghaly: “Niet in Saoedi-Arabië, daar is dit verboden, maar wel in landen als Egypte en Qatar. In de dagboeken van Yusuf al-Qaradawi las ik dat toen in Qatar de curricula voor middelbare scholen werden samengesteld, docenten biologie hem vroegen wat ze moesten doen met de evolutietheorie. Zijn advies: ‘Bied het aan voor wat het is, een wetenschappelijke theorie, niets meer en niets minder.’ Helemaal in lijn met de fatwa van Al-Jisr.”