Expertdiscussie

Niet de spelregels tellen, maar de uitkomst

Naarmate politici met de inhoud minder raad weten, storten zij zich des te gretiger op de vorm. Voor welk probleem moeten de voorstellen van Van Rij en Hoogervorst precies de oplossing zijn (Opiniepagina, 16 maart)? Voor de regeerbaarheid in Den Haag of voor de ontevredenheid van de kiezer? Dat zijn twee verschillende dingen. Zij maken de fout van D66: zij zijn vooral geïnteresseerd in de spelregels van de politiek. De kiezer is echter vooral geïnteresseerd in de maatschappelijke uitkomst. De ontevredenheid van de kiezer schuilt dus ook in die uitkomst. Staatkundig geknutsel verandert daaraan niets: het zorgt voor een eenvoudiger partijenlandschap, niet voor populairder beleid. Het cruciale punt: de kiezers zijn verdeelder dan ooit en hebben te hoge verwachtingen: de uitkomst moet helemaal in hun straatje passen, anders lopen ze weg. Het grote aantal partijen vormt daarvan niet de oorzaak, maar het product. Wie dat aantal met kunstgrepen reduceert, verandert dus niets aan die oorzaak.

Die oorzaak ligt in de neoliberale waandenkwereld die het politieke denken heeft geïnfecteerd. De kiezer is van burger tot consument gedegradeerd, die eraan gewend is geraakt om alleen te pakken wat hij lekker vindt. Dat politiek kiezen is, wordt niet meer gepruimd. Daarbij komt dat naast de oude tegenstellingen tussen confessioneel/ seculier en tussen liberaal/socialist nog een derde is ontstaan: tussen provinciaal en kosmopoliet. En op die drie links-rechts-assen komen alle combinaties in partijvorm voor, omdat voor elk een kiezersmarkt bestaat. Het geforceerd terugbrengen ervan tot twee blokken komt wel de Haagse overzichtelijkheid ten goede, maar niet de buiten-Haagse tevredenheid, omdat die formatie altijd één van de drie assen tot hoofdas zal moeten verklaren, en dus de tegenstellingen langs de andere assen tot non-probleem.

Thomas von der Dunk

Cultuurhistoricus

EU-ontwikkelingshulp moet apart loket blijven

Met de komst van Catherine Ashton, de Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlands Beleid, zou de EU eindelijk met één stem spreken. Dat is nodig, want Europa is niet langer een vanzelfsprekend dominante speler. Echter, het voorstel voor de verdeling van de taken en de werking van de nieuwe Europese diplomatieke dienst dat nu ter tafel ligt zou dramatische gevolgen kunnen krijgen voor de verhouding tussen Europa en ontwikkelingslanden. In dit voorstel bepaalt eurocommissaris Piebalgs straks niet langer de inhoudelijke keuzes binnen zijn portefeuille, maar Ashton. Zij zou dan niet alleen verantwoordelijk worden voor het buitenlands beleid van de EU, maar ook voor de inhoud van het ontwikkelingsbeleid, van de strategie tot en met de financiering per ontwikkelingsland. Wat in 50 jaar ontwikkelingsbeleid met schade en schande is geleerd, wordt zo in één klap weggevaagd: dat ontwikkelingsbeleid een eigen positie moet innemen. Allicht niet helemaal los van buitenlands beleid, maar ook niet ondergeschikt, omdat armoedebestrijding een doelstelling op zich hoort te zijn. Het recente Nederlandse WRR-rapport over ontwikkelingssamenwerking Minder pretentie, meer ambitie pleit voor specialisatie van de donorlanden. Dat vraagt om een goede afstemming tussen de donorlanden, om weloverwogen rolverdeling. In Europa zou EU-Ontwikkelingscommissaris Andris Piebalgs de coördinerende rol kunnen krijgen, terwijl ook de EU zelf het eigen hulpbeleid in deze geest dient te herzien.

Thijs Berman

PvdA-delegatieleider in het Europees Parlement.

Dit zijn delen uit langere expertdiscussies, te lezen via nrc.nl/opinieblog.