Er is niets mis met afschot in de Oostvaardersplassen

In reactie op het artikel van Leendert P. Louwe Kooijmans over de Oostvaardersplassen (Opinie & Debat, 20 maart) het volgende. Onder het mom van herstel van oernatuur liet Staatsbosbeheer grote grazers los in de Oostvaardersplassen. De populaties van deze dieren groeiden tot ze de grens van de draagkracht van het gebied hadden bereikt. Een tot voor kort fraai gebied is geheel kaalgevreten en platgetrapt. In een wat strengere winter zoals dit jaar gaan er veel dieren dood door voedselgebrek. Dan eist de publieke opinie bijvoedering.

De biologen van Staatsbosbeheer menen dat dankzij hun beleid de zeearend weer in Nederland broedt. De zeearend broedt al heel lang aan de Elbe, en daar is nergens een gebied met duizenden grote grazers. Waarschijnlijk zou de zeearend ook in de Oostvaardersplassen broeden wanneer men geen grote grazers had losgelaten. Met af en toe een dode ree kan de vogel goed toe. En reeën waren uit zichzelf al naar dat gebied gekomen.

Wanneer men de grote grazers in de Oostvaardersplassen wil houden en niet elk jaar een debat over bijvoeren wil, dan zal men de populaties drastisch moeten verkleinen en klein moeten houden. Dat kan alleen door afschot. Daar is niets verkeerds aan, dat gebeurt op de Veluwe ook. Tegenstanders van de jacht zullen dit bij voorbaat afwijzen als wreed, maar het huidige beleid is wreder. Dat laat duizenden dieren hongerlijden en honderden omkomen van de honger.

H.J. IJzer

Apeldoorn