Een zachte wake up call

Wakker worden uit een lichte slaap is het prettigst. De wekkerapplicatie op de iPhone pretendeert op het juiste moment af te gaan.

Bewegingloos lig ik op een open plek in het bos, in het natte gras dat wordt beschenen door spookachtig maanlicht. Een hert nadert. Stil blijven liggen, denk ik. Als het hert vlakbij is, begint het heel zacht te praten. Ik spits mijn oren, maar kan het niet verstaan. ‘Wat zeg je?’ vraag ik, maar mijn stem wordt overstemd door een sirene, die in de verte is gaan loeien. Het hert draait zich om. ‘Wacht!’ roep ik, maar de sirene is oorverdovend. Langzaam wordt het gras ganzendons. Het maanlicht ochtendschemer. De sirene kleine digitale cijfers op mijn nachtkastje.

Wreed gewekt worden hoeft niet meer. De ‘Sleep Cycle’, een wekker-applicatie van de iPhone, is namelijk in staat je te wekken als je in half wakende toestand bent. Een sensor in de mobiele telefoon meet de bewegingen die je tijdens de slaap maakt en vertaalt deze naar een slaapcyclus: hoe meer beweging, hoe lichter de slaap. Gedurende een half uur voor wektijd berekent de Sleep Cycle het moment van je lichtste slaap en laat dan het alarm afgaan. Daardoor word je uitgeruster wakker dan wanneer uit diepe slaap komt.

Je kunt bovendien je slaappatroon van de afgelopen nacht teruglezen in een grafiek. Met hoog in de y-as de wakkere uren. De applicatie werkt eenvoudig: je kiest een alarmsignaal (kabbelende natuurgeluiden of contemplatieve melodieën), stelt de uiterlijke wektijd in en legt de telefoon op de hoek van je matras.

Met je mobieltje naar bed is even wennen. Voor beide partijen. Zo staat in de handleiding dat de Sleep Cycle pas na twee dagen een goed beeld kan krijgen van het slaapgedrag. Bovendien is verandering van bed, matras of hoofdkussen funest voor de statistieken. Ook dan heeft de Sleep Cycle twee dagen nodig om zich te herprogrammeren. Mij kost het wennen een week. De eerste nacht dat de iPhone op de hoek van mijn matras ligt, durf ik me nauwelijks te bewegen. Weliswaar buiten het bereik van mijn hoofdkussen en stevig ingesnoerd tussen laken en molton, brandt de iPhone in mijn bed. Als een tere zuigeling die bij de minste stuiptrekking vermorzeld kan worden. Ik ben voor mijn gevoel pas net in slaap als de Gymnopedie van Satie uit het laken begint te plonzen. Ik kijk op de klok: uiterlijke wektijd. Geen wonder, denk ik geradbraakt, in de verste verte geen lichte slaap te bekennen. De grafiek toont een horizontale lijn op het dieptepunt.

Satie

„Tegen te weinig slaap is niets opgewassen, zelfs geen Sleep Cycle”, zegt Eus van Someren. Hij is slaapdeskundige en als onderzoeker verbonden aan het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen. Een mobiele telefoon die je slaap analyseert en je pijnloos wekt, is dat niet wat al te mooi om waar te zijn? „Een precieze meting van de slaapcyclus kun je niet maken op basis van alleen beweging”, beaamt hij. „Daarvoor moet je ook de hersenactiviteit meten.” Toch wil hij de ‘app’ niet afdoen als onzin. „Beweging geeft wel degelijk een inschatting van slaap. Bij goede slapers tenminste. Als je erg lang niet beweegt, is de kans groot dat je in een diepere slaap bent.” Ook klopt volgens hem het uitgangspunt dat je je uitgeruster voelt wanneer je ontwaakt in lichte slaaptoestand, die gekenmerkt wordt door meer bewegingen tussendoor. „De hersenen hebben na de slaap tijd nodig om weer optimaal te functioneren”, zegt hij. „Als je wakker wordt uit een diepe slaap duurt dat langer, waardoor je je vermoeid voelt. Daar speelt de Sleep Cycle slim op in.”

Je kunt de iPhone ook foppen. Precies een half uur voor de uiterlijke wektijd lig ik wakker in bed. Satie heeft zich niet laten horen. Wat moet ik doen om hem aan het spelen te krijgen? Heel voorzichtig draai ik op mijn zij. Stilte. Na tien minuten richt ik me op en ga omstandig zitten. Geen reactie. Juist als ik op het bed wil gaan springen, hoor ik in de hoek de slome pianoklanken aanzwellen. Te laat, grinnik ik.

„Vooral bij slechte slapers en oudere mensen gaat de bewegingstheorie niet op”, zegt Van Someren. „Zij vertonen vaak ander slaapgedrag en kunnen bijvoorbeeld roerloos wakker liggen.” Hij zou graag de grafieken van de Sleep Cycle toetsen met wetenschappelijke meetapparatuur. „De grafieken op de iPhone tonen verdacht vaak een ideale slaapcyclus. Ik vermoed dat de paar bewegingen die je ’s nachts maakt, worden verwerkt in een standaard ‘modelcyclus’.”

Inderdaad heb ik na een week schitterende slaapgrafieken. Doorgaans herinner ik me weinig van mijn slaap, en daarom is het eerste dat ik ’s ochtends doe, op ‘statistics’ drukken en bekijken hoe ik heb geslapen. Tegen twee uur ’s nachts in peilloze diepte weggezakt, om vier uur klaarwakker, grappig, niets van gemerkt, daarna ongeveer hetzelfde patroon. Slaapduur: 7 uur, 24 minuten. Helemaal niet slecht, denk ik. En wat voel ik me uitgerust. Daar loert het placebo-effect.

Vertrouw een apparaat nooit meer dan je gevoel, waarschuwt Van Someren. „Een uitgerust gevoel zegt altijd meer dan een stormachtige grafiek.”

Het mobieltje in bed is al bijna vertrouwd als mijn vriend terugkomt van vakantie. Het grote nadeel van de Sleep Cycle dient zich aan. Wiens slaapcyclus prevaleert? Als ik in uitgeruste toestand ontwaak, begint in zijn slaap misschien juist het hert te oreren. Een applicatie die slaappatronen synchroniseert, zoals de cycli van vrouwen in hetzelfde huis, bestaat bij mijn weten nog niet. Tot die tijd zal wakker worden af en toe wreed blijven.

Sleep Cycle, een uitvinding van software-ontwikkelaar LexWare Labs, functioneert alleen op de iPhone, de mobiele telefoon van Apple, en kan worden gedownload via internet voor € 0,79