'Dit is mij overkomen, ik heb geluk gehad'

Pim Verbeek (53) is bondscoach van Australië. Komende zomer gaat hij naar het WK voetbal. Daarna vertrekt hij. „Ik ben wereldburger geworden.”

Het werd tijd voor een nieuwe uitdaging, zei Pim Verbeek eerder deze week per telefoon vanuit Engeland. Hij reageerde daarmee op het nieuws dat hij na het wereldkampioenschap voetbal in Zuid-Afrika stopt als bondscoach van Australië. „Het eerste grote toernooi, het WK 2014, is pas vier jaar later. Dat is te ver weg”, verklaarde Verbeek.

Twee maanden geleden op een brug in Melbourne. Onder hem stroomde de Yarra, naast hem raasde het verkeer. „Waar heb je dit nou?” vroeg hij, terwijl hij uitkeek over de rivier.

Het panorama was prachtig. Terwijl de zon langzaam onderging, zaten honderden mensen op de boulevard langs de Yarra. Plezierjachten voeren voorbij. Verderop speelden straatmuzikanten liedjes van Bob Marley. Mensen dansten er uitbundig omheen.

„Ik geniet hier elke dag”, zei Verbeek, lopend door Melbourne. „Het leefklimaat is geweldig. De mensen zijn relaxed, het land is prachtig en sportief gaat het ook voorspoedig.” Maar ideaal? „Ik wil weer in de buurt van familie en vrienden zijn.”

Verbeek verblijft sinds december 2007 in Australië. Als bondscoach leidde hij de Socceroos naar het WK in Zuid-Afrika. Australië speelt deze zomer in een poule met Duitsland, Ghana en Servië.

Verbeek moest werken die avond in januari. Hij was onderweg naar Melbourne Victory-Adelaide, een wedstrijd in de A-League, de hoogste voetbalcompetitie van Australië. Omdat het stadion zich op loopafstand van zijn hotel bevond, maakte Verbeek er een mooie avondwandeling van.

Dat gebeurde niet onopgemerkt. Verbeek – sportschoenen, spijkerbroek en witte polo – werd regelmatig aangeklampt op de boulevard. Mensen wilden hem een hand geven, op de foto met hem en uit autoramen werden duimen op gestoken. Overal werd hij nageroepen: ‘Pim, Pim’.

De oud-trainer van clubs als De Graafschap, Feyenoord, FC Wageningen, FC Groningen en Fortuna Sittard heeft behoorlijk wat krediet opgebouwd in Australië. Hoe anders was dat bij zijn aanstelling. Terwijl Australische media speculeerden over de komst van toptrainers als Fabio Capello, Jürgen Klinsmann en Gerard Houllier, kwam er uiteindelijk een coach van minder allure: Pim Verbeek. Pim who?

„De publieke opinie was heel verschillend”, keek Verbeek terug op zijn moeizame start. „Op zich logisch, want ik was de grote onbekende voor de Aussies. Maar goed, ik had een paar WK’s gedaan, samengewerkt met een aantal grote spelers en het klikte met onder anderen Guus Hiddink.”

Als de loftuitingen in Melbourne maatgevend waren, oogst hij groot respect bij de Australiërs. In het begin was dat anders. Zeker nadat Verbeek zich kritisch had uitgelaten over het niveau van de Australische competitie, die hij vergeleek met de Nederlandse eerste divisie. Het resulteerde in een ongekende polemiek. „Australiërs zijn heel trots”, verklaarde hij. „In rugby en cricket behoren ze tot de besten ter wereld, maar op zeker moment dachten ze dat ze hier ook de beste voetbalcompetitie hadden. Daar heb ik toen maar even wat van gezegd.”

Maar of het slim was? Verbeek heeft geleerd zijn kritiek iets genuanceerder te formuleren. „Hoewel dit een uitspraak van twee jaar geleden is, stellen journalisten me nog vaak de vraag: heb je er spijt van? Nee, totaal niet. Ik maak vaak de vergelijking met Nederland; wij weten dat we niet de beste competitie ter wereld hebben, en dat we in feite opleiden voor Europese toplanden, maar onze stadions zitten wel altijd vol. Dat is hier nog niet het geval.”

Etihad Stadium, het stadion waar Melbourne Victory de thuiswedstrijden afwerkt, was die avond voor eenderde gevuld. Ruim twintigduizend mensen waren er afgekomen op het duel met Adelaide, de nummer laatst in de A-League. Verbeek nam plaats naast John van ’t Schip, de trainer van Melbourne Heart, één van de twee nieuwe clubs die volgend seizoen toetreden tot de competitie. Vijf jaar geleden was er niets, nu is er een nationale competitie van tien ploegen – volgend seizoen uitgebreid naar twaalf – en neemt de publieke belangstelling toe.

De oorzaak van dat succes is voor een groot deel toe te schrijven aan twee Nederlanders. Allereerst was er Guus Hiddink, die – tot verbazing van iedereen – met Australië de achtste finales haalde op het WK 2006, en daarna kwam Rob Baan, die als technisch directeur een plan ontwikkelde voor de Australische voetbalbond. Het resultaat is volgens Verbeek duidelijk zichtbaar. „Qua organisatie werken clubs steeds efficiënter. Waar clubs voorheen al hun geld in het eerste elftal stopten, investeren ze nu ook in de jeugdopleiding en het opleiden van trainers.”

Hoewel Verbeek de Australische competitie nauwlettend volgt, speelt het merendeel van zijn internationals in Europa. Samen met Henk Duut en Graham Arnold, zijn assistenten, houdt hij de Australische voetballers over de gehele wereld in de gaten. Verbeek wordt daarbij geholpen door zijn spelers, die hem regelmatig op de hoogte stellen van hun situatie. Tijdens de wedstrijd kreeg Verbeek bijvoorbeeld een sms’je van aanvaller Scott MacDonald. „Dit is wel een mooi voorbeeld van de mentaliteit van mijn spelers”, meende Verbeek, terwijl hij op zijn schermpje keek. „Scott is onlangs geopereerd aan een liesbreuk. Hij houdt me elke week op de hoogte, zodat ik weet hoe het met hem gaat.”

Na de wedstrijd – Melbourne Victory wint met 2-0 – liep Verbeek terug over de boulevard langs de Yarra. Opnieuw keken voorbijgangers in zijn richting. De voormalig gymnastiekleraar merkte het niet eens meer. „Bekend zijn is leuk”, zei hij. „Maar – en dat klinkt misschien blasé – op een gegeven moment gaat het vervelen. In Zuid-Korea was het extreem. Ik kon daar niet eens de straat op. Als bondscoach ben je daar een halfgod. Niet normaal. Dat is ook de reden dat ik ben opgestapt in 2007. Ik wilde wel weer eens normaal uit eten met mijn vrouw en kinderen, zonder daarbij twintig keer op te moeten staan voor een foto of handtekening.”

Het waren soms onwerkelijke ervaringen voor iemand wiens trainerscarrière moeizaam op gang kwam. Bij Feyenoord, de tweede club in zijn prille loopbaan, ging zo’n beetje alles mis wat mis kon gaan. Verbeek had het echter niet willen missen. „Ik was 33 jaar. Ik had nog nooit in de top gewerkt, dacht dat ik in het paradijs terechtkwam. Niet dus. Ik kreeg met ego’s te maken, geld, groepjesvorming, spelers die lekten naar de media en Hans Kraay senior, die als technisch directeur opstapte, zei dat het volledig op de rails staat, terwijl er een maand later zes miljoen gulden schuld bleek te zijn. Dat waren harde klappen. Maar ik leerde snel. Ik maakte dingen mee waarvan ik dacht: dat gaat me niet nog een keer gebeuren.”

Zijn loopbaan versnelde na 1998, het jaar waarin hij clubtrainer werd in Japan. Stom toeval was dat. De KNVB had Verbeek vier jaar eerder gevraagd of hij een Japanse Highschool wilde begeleiden tijdens een stage in Engeland. Verbeek had woord gehouden, ook al was hij destijds druk bezig met werkzaamheden voor zijn nieuwe club, Fortuna Sittard. De Japanse man die tolk in Engeland was, schopte het later tot general manager bij Omiya Ardija, de club waar Verbeek trainer werd. „Zo zit het leven in elkaar”, glimlachte hij.

Straks gaat hij naar het WK als bondscoach van Australië. Of hij zich wel eens in zijn arm knijpt? „Ik realiseer me elke dag dat ik bevoorrecht ben. Vanaf de eerste keer dat ik naar het buitenland mocht, dacht ik: dat ik dit mee mag maken. Geweldig. Toen Guus (Hiddink, red.) me in 2000 vroeg of ik assistent wilde worden bij Zuid-Korea, was dat fantastisch. Ik vond het geweldig om een WK mee te maken, want normaal gesproken kom ik daar niet.”

Verbeek nam plaats op een terras. Eerst een ijsje. „Dit is mij gewoon overkomen. Ik heb erg veel geluk gehad. En ik zou het nooit willen missen. Ik ben wereldburger geworden.”

Maar de voormalig speler van Sparta zal toch wel iets in zijn mars hebben? „Waar ik goed in ben?” herhaalde hij de vraag. Verbeek hield even in. „Eigenlijk heb ik daar nooit zo over nagedacht. Ik ben ervaren, heb alles wel een keer meegemaakt. Verder ben ik gewoon mezelf. Meer niet.”

Als zijn elftal fit blijft, kan Australië verrassen op het WK, denkt Verbeek. Zijn elftal is een goede mix van jong en oud, waarbij de ervaren spelers nog altijd teren op het WK van 2006. „Ze willen hun interlandcarrière goed afsluiten.”

Daarna scheiden de wegen van Australië en Verbeek. „De mensen van de bond en de spelers begrijpen mijn beslissing wel”, zei Verbeek deze week. „Misschien wil ik wel iets anders, iets totaal anders. Ik wil nog wel een jaar of zes, zeven werken. Ik ben bijvoorbeeld nog nooit in Zuid-Amerika geweest. Dat lijkt me een mooie ervaring. Ik vind het geweldig nieuwe culturen te ontdekken.”

Verbeek maakt zich er geen moment druk om. Toen hij twee maanden geleden terugliep naar zijn hotel in Melbourne zei hij: „Bij mij is het meestal zo dat er straks wel weer iets moois voorbij komt. Zo is het altijd gegaan.”