De poëzie van het programma

Dezer dagen verschijnen de verkiezingsprogramma’s. Het zijn fraaie vlaggen, om mee te zwaaien naar de kiezer. En naar de andere partijen. Maar ‘regeren doe je in proza’.

Weg met de „strip- en sloopkapitalisten”. De SP is al klaar met het verkiezingsprogramma; afgelopen woensdag werd het gepresenteerd. De boodschap is duidelijk: de crisis kwam van rechts en nu is het zaak de daders en niet de slachtoffers voor de kosten te laten opdraaien.

Verkiezingsprogramma’s moeten helder zijn. Ze dienen als vlag in campagnetijd. Tegelijk geven ze de kiezer een signaal over de geschiktheid van een partij om te regeren.

Bij de SP is dat niet anders. In een prettig heldere stijl geeft de partij 240 standpunten die de eigen identiteit afbakenen. Twee daarvan: gratis toegang tot rijksmusea en het weren van snoep- en frisdrankmachines uit scholen.

Maar het document zegt ook iets over ontwikkelingen na de verkiezingen, zo legt oud-informateur Frans Leijnse (PvdA) uit. In 2003 probeerde hij vergeefs een kabinet van PvdA en CDA mogelijk te maken. Nu heeft hij een hard hoofd in kabinetsdeelname van de SP, omdat die partij blijft weigeren akkoord te gaan met de verhoging van de AOW-leeftijd, ook weer in dit programma. Leijnse: „Zo’n programma is juist ideaal om een noodzakelijke draai te maken. Dan schrijf je: oké, die leeftijdverhoging komt er, daar bestaat immers een ruime kamermeerderheid voor. Maar als wij in de regering komen, zullen we het op een sociaal mogelijke manier doen.” Het CDA kwam na de Paarse kabinetten in het verkiezingsprogramma ook niet opnieuw met verzet tegen homohuwelijk of legalisering van abortus. En neem GroenLinks, zegt Leijnse. Hun conceptverkiezingsprogramma, ook afgelopen week gepresenteerd, „zendt” volgens Leijnse juist het signaal: wij zijn bereid te regeren.

De verkiezingsprogramma’s die de komende dagen nog zullen verschijnen, zullen laten zien hoe partij de door de crisis noodzakelijk geworden sanering van de overheidsfinanciën ter hand zullen nemen. In welk tempo en in welke omvang dat plaats zal hebben.

Niet dat veel burgers de volledige programma’s zullen lezen; 44 bladzijden SP, 41 GroenLinks. Toch bereiken de programma’s op een indirecte manier veel Nederlanders, omdat de stemwijzer zich erop baseert.

Bovendien zijn verkiezingsprogramma’s onderhandelingsdocumenten. Niet voor niets concludeert universitair docent Huib Pellikaan, die onderzoek deed naar formatiebesprekingen, dat regeerakkoorden bijna altijd „netjes in het midden liggen van de driehoek aan verkiezingsprogramma’s.” Politiek, zo zegt Pellikaan, is een mix van authentieke ideologische punten, strategie en plat opportunisme. „Voor verkiezingsprogramma’s geldt hetzelfde.” Zo weten de partijen al van sommige kwesties, legt Pellikaan uit, dat ze die zullen weggeven in de onderhandelingen. Neem de eis van de PvdA naar een Irak-onderzoek, dat de partij in de afgelopen formatiebesprekingen weggaf.

De SP zou nu hetzelfde kunnen denken over de AOW-leeftijd; de schijnbaar onhoudbare eis om die te handhaven, kan ook bedoeld zijn om een onderhandelingspositie te krijgen.

Maar overschat de marges niet, zegt Pellikaan. Kiezers pikken niet alles. Bovendien mag een programmapunt niet te ver uit de politieke realiteit liggen. Niet voor niets ontraadde Wim Kok zijn partijgenoten op een congres in 1998 om een beperking van de hypotheekrenteaftrek op te nemen in het verkiezingsprogramma. Toen zij dat toch deden, zei Kok dat hij zich daaraan niet gebonden voelde. Pellikaan: „Dat leverde spanning op, maar Kok had het er voor over om een tweede Paars kabinet met de VVD niet bij voorbaat onmogelijk te maken. Bovendien vreesde Kok dat het zijn geloofwaardigheid geen goed zou doen als hij niet nu al, voor de verkiezingen, duidelijk maakte dat niemand op zo’n maatregel mocht rekenen.”

Het omgekeerde gebeurt ook, zeker onder ervaren regeringspartijen: dapper en besluitvaardig lijken voor de kiezer, maar opzettelijk vaag blijven in de uitwerking. Dat geeft manoeuvreerruimte.

Neem het CDA. De financiële paragraaf in het verkiezingsprogramma, maandag te verschijnen, is gebaseerd op een een recent rapport van het Wetenschappelijke Instituut van die partij. Daarin staan harde cijfers, maar een zachte onderbouwing. Zoals: meer profijtbeginsel in de zorg. Dat betekent dat mensen vaker zelf betalen voor hun zorg. Het voorbeeld dat het rapport levert: het kopen van een rollator. Dit soort maatregelen levert bij het CDA 7 miljard op. En minder bureaucratie? Het bespaart de overheid 5 miljard. Hoe precies, dat maakt het rapport niet inzichtelijk. Van het verkiezingsprogramma valt niets beters te verwachten.

Nevenschikking is een ander probleem, vooral in Nederland, waar partijen genoodzaakt zijn coalities te vormen. Van de 240 SP-programmapunten is niet duidelijk hoe zwaar ze voor de partij wegen. Neem: de overheid dient te zorgen dat iedere burger toegang krijgt tot het internet. Zal de SP dit punt koste wat kost binnen willen slepen? Zelfs als regeringsdeelname er van af hangt? De vraag stellen, is hem beantwoorden.

Maar nu, in de campagne, mag het allemaal nog worden geopperd, het liefst in welluidend klinkende oneliners. Zoals de Amerikaanse politicus Mario Cuomo ooit zei: „You campaign in poetry, you govern in prose”.