De Nieuwe Bieb

Het papieren boek verdwijnt. De universiteitsbibliotheken zetten zich schrap.

Zonlicht stroomt door metershoge ramen de futuristische ‘Learning zone’ van de Nijmeegse universiteitsbibliotheek (UB) binnen. Studenten werken achter pc’s, of zitten op grote banken met hun laptops.

De bibliotheek als ontmoetingsplaats. Is dat de toekomst van de universiteitsbibliotheek, toch een instituut dat de afgelopen eeuwen bezeten was van perkament en papier? Misschien. Voordat in deze ruimte pc-ventilatoren snorden, klonk er nog geritsel van de boeken van het Bibliografisch Centrum. Die boeken zijn overigens niet verdwenen, maar verhuisd, naar leeszalen elders in de bibliotheek of naar het magazijn. Toch uitten bezoekers van de universiteitsbibliotheek felle kritiek, in het universiteitsblad Vox.

“De cultuur van het boek is in de academische wereld aan het verdwijnen”, constateerde alumnus filosofie Tjeerd van Hoorn. “We moeten ons realiseren dat een wetenschappelijke bibliotheek niet primair een ontmoetingsplaats is, maar een zeer belangrijk hulpmiddel in de zoektocht naar de waarheid.” En of dat met computers kan is de vraag. Promovendus kerkgeschiedenis Joep van Gennip: “Straks komen er allemaal computerwerkplekken, waar het merendeel van de studenten, vrees ik, alleen maar op het internet aan het surfen is, zit te chatten (in de dubbele betekenis van het woord) en mailberichtjes aan het binnenhalen is.”

VERWIJT

Het gebeurt niet iedere dag dat een bibliothecaris het verwijt krijgt zijn bibliotheek te vernietigen. En de Nijmeegse UB-directeur Graham Jefcoate kwam in het geweer. Hij benadrukte in Vox dat de UB Nijmegen nog steeds papieren boeken en tijdschriften aanschaft (21.047 banden in 2008), maar dat de tijden inderdaad veranderen. En volgens Jefcoate zit de Learning zone iedere dag vol, wat van het Bibliografisch Centrum niet gezegd kon worden.

De Nijmeegse twist is exemplarisch voor het overgangsproces waar alle Nederlandse universiteitsbibliotheken middenin zitten. Traditionele gebruikers maken plaats voor een nieuw soort bezoeker, die graag en ook vaker in de UB komt. De bibliotheek van de Universiteit Utrecht had bijvoorbeeld in 2008 ruim 724.000 bezoekers, een stijging van zo’n vijf procent ten opzichte van het jaar ervoor.

Maar die nieuwe gebruikers verwachten wel wat anders van hun bibliotheek dan vroeger. In Nijmegen bijvoorbeeld werd in 2008 ruim 2,3 miljoen keer de catalogus geraadpleegd, tegenover 1,9 miljoen keer in 2005. Maar het aantal uitgeleende boeken kromp in diezelfde periode met een kleine 10 procent, van ruim 220.000 naar ruim 200.000. En het aantal opgevraagde elektronische tijdschriftartikelen verdubbelde in een paar jaar van ruim 800.000 (in 2005) naar ruim 1,6 miljoen (in 2008).

De ontwikkeling in de richting van digitaal lezen, heeft inmiddels gevolgen voor uitgevers van handboeken, zegt Kurt De Belder, bibliothecaris van de Leidse universiteitsbibliotheek. “Handboeken zijn al tientallen jaren de grote melkkoeien in de uitgeverij. Ieder jaar komen er nieuwe studenten aan op de universiteit die allemaal van boeken moeten worden voorzien. Nu die studenten binnen afzienbare tijd legaal of illegaal digitaal gaan lezen, is het financieel een stuk minder interessant om dat soort boeken uit te geven. Je ziet daarom nu al dat grote uitgeverijen zich terugtrekken uit het genre van het tekstboek.”

ONTMOETINGSPLEK

Tot midden jaren negentig was de universiteitsbibliotheek nog een plek waar kennis met rechte rug op de plank stond. Inmiddels verandert de UB steeds meer in een informatiecentrum vol digitale kennis. De bibliotheek zelf transformeert tot een ontmoetingsplek voor studenten en academici. Die omvorming gaat niet zonder slag of stoot.

Als Jefcoate in zijn Nijmeegse kantoor over de kwestie nadenkt, blijft hij er bij dat het inrichten van een grote computerzaal de juiste beslissing was. De bibliothecaris, die eerder werkzaam was bij de British Library en de Staatsbibliothek zu Berlin, is van huis uit specialist op het gebied van oude boeken. Hij werkt momenteel aan een studie over de Duitse boekhandel in Londen in de achttiende eeuw. Dat juist hij het verwijt kreeg geen hart voor papier te hebben, doet hem pijn. “Laat ik één ding duidelijk maken: we gooien hier geen boeken weg.”

Over de kernvraag hoe het nu verder moet met de UB, denkt Jefcoate al bijna twintig jaar na. “Ik kon bij de British Library sinds 1993 pionierswerk verrichten omdat ik uit een onverdachte hoek kwam, die van het oude boek. Volgens mij is er aan het wezen van de bibliotheek de afgelopen decennia toch weinig veranderd. We zijn makelaars in informatie, in welke vorm die ook komt. ”

Dat wil niet zeggen dat het de laatste jaren business as usual was, zegt Jefcoate. Het presenteren van en omgaan met digitale informatie vereist andere vaardigheden en technieken dan het inkopen, catalogiseren en uitlenen van papieren boeken. Dus moet er bijgeschoold worden, met alle problemen van dien. “De leeftijd van het personeel in Nederlandse UB’s is relatief hoog. Het is de kunst de ervaring van al die mensen mee te nemen, en hun vaardigheden vervolgens verder uit te breiden. We investeren veel in scholing.”

Ook early adapter Jefcoate loopt inmiddels tegen zijn grenzen op. “Over de toekomst van het e-book binnen de UB ben ik nog onzeker.” Lachend: “Persoonlijk zou ik geen monografieën vanaf een Kindle of zo’n ander aparaat willen lezen.” Dat wil niet zeggen dat de UB Nijmegen het e-book links laat liggen. “We gaan er mee experimenteren de komende tijd. Ik verwacht dat de Engelstalige universiteitsuitgevers binnenkort met pakketten gaan komen van digitale monografieën. Feit is dat er de komende tijd nog veel te gebeuren staat. Een langetermijnplanning van meer dan vijf jaar maken, is zinloos.”

CATALOGUS

Het nut van een traditionele catalogus – ooit de kern van de bieb – wordt bijvoorbeeld twijfelachtig. Eric Sieverts is twee dagen per week R&D-consultant verbonden aan de bibliotheek van de Universiteit Utrecht. Hij noemt het belang van de catalogus in zijn huidige vorm minimaal. “Want daar kijk je alleen in als je al weet wat je zoekt. Een boek van 300 pagina’s krijgt daarin maar een handvol trefwoorden mee. Wat wij als UB moeten doen is onze bezoekers helpen aan informatie waarvan ze nog niet wisten dat hij bestond. Zoals ze dat van Google gewend zijn, bieden we een full text search.”

Twaalf jaar geleden begon de Universiteit Utrecht met het ontwikkelen van een programma dat het mogelijk maakt om op tekstniveau alle digitale tijdschriften te doorzoeken waarop de UB een abonnement heeft. “Onze gebruikers interesseert het niet van welke uitgever een tijdschrift komt. Die wil graag in één systeem alle voor hem relevante informatie gebundeld zien. We hebben vanaf het begin heel scherp gelet op wat onze gebruikers wilden. Op die manier behoud je als relatief kleine organisatie een voorsprong op wetenschappelijke informatiereuzen als Elsevier en Springer. Die kunnen zoekdiensten vast goedkoper aanbieden. Maar hun methoden zullen altijd generiek zijn, terwijl wij maatwerk kunnen leveren voor de specifieke universiteit waar we werken.”

VIRTUELE KENNISCENTRA

Naast het ontwikkelen van een zoekmachine, levert de UB nog een aantal andere diensten aan Utrechtse wetenschappers. Voor een groeiend aantal onderzoeksgroepen zijn virtuele kenniscentra ontwikkeld, vertelt Sieverts. “Daar zijn alle relevante informatiebronnen bij elkaar gebracht, kunnen onderzoekers hun resultaten publiceren en is er sprake van communityvorming.”

Ook andere Nederlandse UB’s zijn bezig met het ontwikkelen van virtuele verzamelplaatsen voor hun wetenschappelijk output, op openbaar toegankelijke websites. De in deze repositories ondergebrachte kennis is voor een flink deel gratis toegankelijk voor andere wetenschappers. De complete Nederlandse digitale wetenschappelijke productie wordt verzameld door NARCIS, een door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) ontwikkelde site. Momenteel zijn daar meer dan een half miljoen publicaties te lezen, waarvan 200.000 gratis. (www.narcis.info)

Over de vraag hoe al deze teksten doorzocht kunnen worden, wordt niet alleen in Utrecht nagedacht. Kurt De Belder van de UB Leiden bekleedde eerder in zijn loopbaan functies bij de bibliotheken van Stanford University, University of California at Berkeley, New York University en de Universiteit van Amsterdam (UvA). In New York zette hij aan het begin van de jaren negentig een electronic text center op. “We werkten samen met onderzoekers om een zo goed mogelijke elektronische tekst te ontwikkelen. We wilden weten wat voor ‘intelligentie’ je aan een tekst kunt toevoegen, zodat je er vragen aan kan stellen.”

Daarbij is het van groot belang dat je voor ogen houdt wie het materiaal gaat gebruiken, benadrukt De Belder. “Op het eerste gezicht ligt het bijvoorbeeld voor de hand om bij het indexeren van de woorden in een tekst, de lidwoorden achterwege te laten. Dat scheelt enorm veel geheugenruimte. Maar de linguïst die juist geïnteresseerd is in het gebruik van lidwoorden, doe je daarmee geen plezier. Hij kijkt beroepshalve anders naar een tekst dan bijvoorbeeld een filosoof. Met al dat soort zaken moet je rekening houden als je een tekst digitaal wil ontsluiten.”

De komst van het elektronische boek stelt de universiteitsbibliotheken voor nieuwe uitdagingen. Jefcoate in Nijmegen is nog niet helemaal zeker over wat de impact van het e-book zal zijn, maar zijn Leidse collega is ervan overtuigd dat het papieren boek in de UB zijn langste tijd gehad heeft. In Leiden zijn inmiddels een miljoen digitale boeken op te vragen. De Belder: “Wat alleen nog niemand weet, is hoe het businessmodel voor wetenschappelijke monografieën eruit moet gaan zien. Dat digitale beveiliging weinig zal uitrichten als het gaat om het tegengaan van illegaal kopiëren, hebben we gezien met de muziekindustrie.”

SCANNEN

En als straks iedereen digitale boeken leest, wat moet er dan gebeuren met de miljoenen banden die in de magazijnen van de UB’s liggen? De Belder: “In Leiden zijn we vier jaar geleden begonnen met het scannen van boeken. Daar gaan we gestaag mee door. We scannen binnenkort ook op aanvraag van wetenschappers en studenten. Onze volledige collectie digitaliseren zit er voorlopig nog niet in. Dat is veel te duur.”

Via Google Books zijn inmiddels veel academische titels digitaal beschikbaar. De softwaregigant uit Amerika mag momenteel dan juridische problemen hebben omtrent het auteursrecht, het scanwerk gaat ondertussen gewoon door. Een woordvoerder van Google Nederland wil niet zeggen hoeveel bezoekers de boekensite in Nederland trekt.

FRAGMENTEN

Feit is dat Google sinds 2002 ruim zeven miljoen boeken heeft ingescand, die wereldwijd toegankelijk zijn. Sommige werken zijn in zijn geheel te lezen en te doorzoeken, van andere titels zijn alleen fragmenten te bekijken. Het Amerikaanse bedrijf werkt samen met 28 bibliotheken uit landen als de VS, Groot-Brittannië, Zwitserland en België. De woordvoerder van Google Nederland stelt dat Google zichzelf niet ziet als een concurrent van traditionele bibliotheken.

Volgens De Belder is het echter van belang dat ook universiteiten zelf een digitaliseringsprogramma hebben. “Google heeft een eigen agenda. Die willen met hun advertenties, of eventueel betaalde inhoud, tussen de boeken en de gebruiker blijven staan. Het is de missie van de UB’s om alle informatie vrij en openbaar te houden. Daarom is het goed dat ook wij boeken uit onze collectie inscannen.”

Jefcoate in Nijmegen onderschrijft De Belders mening. „Als we niet oppassen hebben wetenschappers in de VS straks beter toegang tot informatie dan hier in Europa. We kunnen uiteraard niet op volume concurreren met Google, maar we kunnen het digitaliseren wel beter doen, door meer informatie toe te voegen aan een digitale boektekst.”

Nu papieren boeken onder de scanner gaan, duikt er voor bibliothecarissen een nieuw probleem op. Wat te doen met boeken die meer zijn dan alleen hun inhoud, maar waarbij de vorm ook van groot belang is? Het gaat hierbij vooral om oude boeken die een gedeelte van hun verhaal pas prijsgeven na bestudering van de papiersoort, het bindwerk, het omslag en de drukinkt.

Garrelt Verhoeven, hoofdconservator Bijzondere Collecties van de UB van de UvA, heeft op zijn werkkamer aan aantal zeldzame boeken uitgestald. Hij pakt een groot boek op en wijst op een aantal gaatjes in de leren band. “Hieraan kan je zien dat dit boek ooit aan een ketting heeft gelegen. Dat betekent dat het ook vroeger in het bezit van onze bibliotheek was. Als je alleen het oppervlak van de pagina’s scant, krijg je die informatie niet mee, terwijl dat bijvoorbeeld voor een boekhistoricus cruciale kennis is. Bijzondere collecties zijn niet voor niets bijzonder: die moet je diepgravender digitaliseren. De grafische verzorging van veel historische boeken – lettertype, typografie, illustraties – geeft belangrijke informatie voor de wijze waarop de tekst geïnterpreteerd moet worden. Daar moeten we in de digitalisering rekening mee houden en dan kunnen we als academische instellingen ook een meerwaarde leveren ten opzichte van initiatieven als Google Books.”

KONING

Verhoeven is afkomstig uit de wereld van het antiquariaat en was voor zijn aanstelling in Amsterdam projectleider digitalisering bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. “De conservator was vroeger koning in zijn rijk, maar die tijd is voorbij. Hij draait nu mee in een veel breder team en werkt samen met allerlei specialisten. En boeken die voorheen maar heel weinig werden bekeken nu opeens volop gebruikt worden, zij het digitaal.”

Van het versnijden van oude boeken, om het scannen makkelijker te maken, wil Verhoeven in principe niets horen. „Misschien kan je dat overwegen als je vier exemplaren van een 20e-eeuws boek hebt, maar bij een oud boek is ieder exemplaar uniek.”

De grote zeventiende-eeuwse band die Verhoeven in zijn handen houdt moet wat hem betreft driedimensionaal worden gescand. “Ik ben ervoor van zoveel mogelijk boeken de tekst te digitaliseren, maar sommige banden verdienen een uitgebreidere behandeling. Een dure operatie, maar essentieel. Ik weet wel dat De Belder daar anders over denkt.”

Dat klopt. De Belder, voor zijn vertrek naar Leiden hoofd elektronische diensten bij de UB van de UvA, is voorstander van zo veel mogelijk boeken scannen. “Je kunt je geld maar één keer uitgeven. Moet je die middelen dan besteden aan een project waar je een zeer beperkt aantal specialistische onderzoekers mee pleziert, of kan je het geld beter besteden aan het bedienen van een groter publiek? Ik denk het laatste. Wie geïnteresseerd is in de materialiteit van oude boeken, komt ze in het echt bekijken.”

En al die grote gebouwen waarin de universiteitsbibliotheken gehuisvest zijn? Waar zijn die nog voor nodig als de informatie van kilometers boekenplank straks past op een paar servers in een fikse bezemkast? De Belder: “De UB wordt nu intensiever gebruikt dan toen ik hier vijf jaar geleden kwam. Mensen hebben nog steeds de behoefte om deel uit te maken van een academische gemeenschap en niet alleen op hun kamer achter een pc te zitten. ”