De meestervermommer

Wetenschapsbijlage, 20-03-10

Piet Borst schrijft laatdunkend over de handtekeningenactie om in de Tweede Kamer aandacht te vragen voor lymeziekte. Deze ziekte zou makkelijk te genezen zijn en persisterende klachten zouden berusten op een auto-immuunproces, het post-lymesyndroom, of tussen de oren zitten. Deze visie wordt al decennialang verspreid door een klein clubje Amerikaanse wetenschappers met belangenverstrengeling die hun prestige en invloed misbruiken om een open wetenschappelijke discussie te frustreren. Als echte ‘spindoctors’ gebruiken ze respectloze typeringen, verdachtmakingen, selectieve citaten en pseudowetenschappelijke cirkelredeneringen om stemming te maken en hun prestige en financiële belangen te beschermen. Als gevolg hiervan worden chronische lymepatiënten belachelijk gemaakt, miskend en een behandeling onthouden.Wat zijn de feiten? Er is geen betrouwbare test die de aanwezigheid van de bacterie met zekerheid kan aantonen of uitsluiten. De Borreliabacterie is niet alleen een meestervermommer maar ook een ‘meester-survivor’. Hoewel de bacterie lastig is aan te tonen stapelen de bewijzen zich op dat hij een standaardbehandeling van maximaal vier weken antibiotica gemakkelijk kan overleven. De bacterie kan zich goed verstoppen in diverse weefsels en organen waaronder de hersenen en daar een chronische ontsteking veroorzaken. Daarbij kan hij het immuunsysteem van de gastheer om de tuin leiden en zichzelf beschermen tegen de invloed van antibiotica, zo is in talloze studies gebleken. Het gevolg kan een chronische infectie zijn die persisteert na een standaardbehandeling en tot ernstige invaliditeit kan leiden. Voor het bestaan van een zogenaamd ‘post-lymesyndroom’ als verklaring voor persisterende klachten is geen goede wetenschappelijke onderbouwing. Een auto-immuunreactie zonder aanwezige bacterie is bij deze patiënten nooit overtuigend aangetoond, al willen Feder en andere ‘lymefundamentalisten’ ons anders laten geloven. Persisterende infectie is daarom nog steeds de best onderbouwde en voor de hand liggende verklaring voor persisterende klachten. Zolang vele vragen nog niet zijn beantwoord moeten deze patiënten het voordeel van de twijfel krijgen en verdienen ze het niet laatdunkend te worden weggezet als hypochondere querulanten die een ‘fancy diagnose’ nastreven. Jammer, Piet Borst, een gemiste kans om het intrigerende lymevraagstuk eens serieus onder de aandacht te brengen.

Alexander Klusman

psychiater

Naschrift. Het is begrijpelijk dat collega Klusman als medisch adviseur van verenigingen van lymepatiënten het standpunt van die verenigingen in de krant naar voren wil brengen, maar ik vind het wonderlijk dat hij zich ook als bacteriologisch deskundige opwerpt, zich beroepend op incidentele, tweederangs wetenschappelijke literatuur. In mijn column heb ik de consensus onder Nederlandse en buitenlandse medisch-bacteriologisch deskundigen weergegeven en die is nu dat het post-lymesyndroom niet te wijten is aan een chronische infectie met de Borrelia bacterie. Ik heb deze patiënten allerminst weggezet als “hypochondere querulanten die een fancy diagnose nastreven”, zoals Klusman mij ten onrechte verwijt. Ik heb alleen onderstreept dat volgens deskundigen (niet dus collega Klusman) het onjuist en gevaarlijk (somatiserend) is om patiënten een chronische bacterie-infectie aan te praten als daar geen solide basis voor is.

Piet Borst