De checkpoints blijven het gevaarlijkst, 's nachts

Arnon Grunberg reist van Istanbul naar Bagdad en doet verslag van zijn belevenissen. Vandaag vertrekt hij vanaf het vliegveld van Bagdad. Aflevering 19. De laatste.

Luay is een Irakees met lachende ogen die als correspondent voor USA Today heeft gewerkt. USA Today heeft geen correspondent meer in Bagdad.

In Luay’s gedeukte auto rijd ik door de stad. Zijn vorige auto heeft hij verloren bij een bomaanslag. Het is een koude dag voor Bagdadse begrippen. Ik ken Luay sinds 2008. Hij is een vriend.

Bij een kruispunt stopt een taxi. Een soldaat stapt uit. Ik denk: grappig dat soldaten met taxi’s naar hun werk gaan. Maar de soldaat komt op Luay af en stapt bij ons achterin.

Mijn assistente, die ook achterin zit, heeft een foto gemaakt en dat mag niet. Vroeger wel, maar vanwege de aanstaande verkiezingsuitslag heeft Maliki een decreet afgegeven dat er geen foto’s op straat mogen worden gemaakt.

Althans, dat beweert de soldaat.

„Hij zei tegen me, blijf staan of ik schiet”, zegt Luay. „Waarschijnlijk heeft hij gisteravond een actiefilm gezien.”

De Irakese politie is nog altijd niet of nauwelijks opgeleid en bovendien verdeeld vanwege verschillende religieuze overtuigingen.

Een bomaanslag is pech. Wapens met geluidsdemper zijn officieel verboden maar zijn populair en worden gebruikt om bepaalde personen uit te schakelen.

Het gevaarlijkst in Bagdad blijven de checkpoints, vooral ’s nachts. Nog afgezien van het feit dat algemeen bekend is dat de metaaldetectoren waarmee de politie en soldaten bij de checkpoints zijn uitgerust niet werken.

In de vroege avond heb ik een afspraak met Zaid, een werktuigbouwkundige van 30 in een blauw-wit geruit fluoriserend hemd. Hij zou homo zijn en mij meer willen vertellen over de homo’s van Bagdad.

Als ik hem ontmoet, zegt Zaid dat hij alleen maar geïnteresseerd is in homo’s.

„Twee jaar heb ik in Caïro geleefd”, zegt hij. „Wat een stad. Mensen hebben daar seks in ruil voor een beetje geld, de buitenlanders doen het gratis. Ik houd van wandelen, dan kijk ik naar mooie gezichten.”

„Wil je met me wandelen?” vraag ik.

„O god”, zegt Zaid. „Misschien word ik vermoord omdat ik met een buitenlander loop.”

Men zegt dat er vooruitgang is in Bagdad. Ten dele meen ik. Echte vooruitgang is er pas als er winkelcentra worden geopend en een hotel dat voldoet aan westerse maatstaven; de eerste McDonald’s in Bagdad.

Tot die tijd is er een vacuüm.

Op weg naar het vliegveld voel ik me verloren omdat ik terug moet.

We hebben de oorlog nodig om ons eraan te herinneren dat zelfbehoud niet onbeschaafd is.