De boodschappenkerk

Middenin een supermarkt, pal tegenover de afdeling groente en fruit, is dominee Anita Naves een kerk begonnen.

Anita Naves, een dominee op stilettohakken, schuift een gospel-cd in haar boombox en hangt een poster op met de woorden ‘U bent uitgenodigd voor een ontmoeting met God.’ Ze zet, in de Giant-supermarkt van District Heights, een doos met tissues klaar. Het is zaterdagochtend, half negen. Middenin de suburbs van de zwarte middenklasse, pal tegenover de afdeling groente en fruit, is Anita Naves haar kerk begonnen.

Ik zal deze ochtend weer eens de enige blanke blijven. Wat ook opvalt is het kalme tempo binnen. Anders dan in welgesteld wit Washington wordt alles weifelend bekeken, betast, weggelegd, weer opgepakt. Ook de zak met vijf pond aardappelen voor maar 99 cent.

Anita Naves heeft haar achtjarige dochtertje Amyla meegenomen en haar zus, Lawana met de torenhoge tijgerlaarsjes. Zij moet op het geld letten. Naves vat haar voorgeschiedenis kort samen. Zij kreeg haar eerste kind als tiener. Ze ging al naar de kerk en bezocht met haar dominee gevangenen. Ze had het gevoel dat ze het groter aan moest pakken en ging theologie studeren. Vorig jaar werd ze officieel dominee. „Maar ik had geen kerk.”

Een eerste vrouw loopt binnen. Wij bevinden ons achter een glazen wand, in een hoekje van de winkel dat als ‘community corner’ voor de klanten is bedoeld. Giant heeft geen problemen met de boodschappenkerk, zolang Naves maar niet weer midden op de groenteafdeling in tongen begint te praten, zoals zij de eerste weken nog enthousiast deed. Ze is hier nu voor de tiende keer.

„Hállelujah thank you Lord. Thank you for your purpose Father God.”

Aha. We zijn begonnen.

Anita Naves steekt geen preek af, zij bidt: hard en heftig met gebalde vuisten, intens troostend, in de traditie van de zwarte gospelkerk.

„You have a purpose Father God, a plan for this sister.”

Haar zus en dochtertje sluiten hun ogen ook – al gluurt de kleine Amyla naar mij.

„Hallelujah, glory glory, hal-le-lu-jah.”

Dan begint de vrouw te huilen. „Whóóhoo!”, juicht de dominee.

De vrouw, die Deborah Greenfield heet, krijgt een tissue en wordt naar een houten kistje geleid. God heeft voorspoed in petto liefje, zegt Anita, naar het kistje wijzend. Deborah trekt dankbaar haar portemonnee. Tien dollar, ach ja. De groene kool is vandaag 29 cent per pond.

Er zijn intussen twee monumentale vrouwen binnengekomen: groot, rond, in lange zwarte rokken en witte blouses. Ik steek mijn hand uit, zij smoren me in een moederlijke knuffel. Ze zijn missionarissen van een bevriende kerk, gekomen om mee te bidden.

Maar o help, zegt Anita. Ze is de olie vergeten. De olie om te zalven. Missionaris Vivian snelt de winkel in en keert triomfantelijk terug met een flesje olijfolie. Zij wiegt een danspas, hallelujah. Drie paar zegenende handen om het flesje. Mooi. We kunnen verder.

Aminah Johnson staat al klaar. En zij kijkt zo ontzettend bedroefd. De drie vrouwen rond Aminah Johnson. Eén legt haar hand op haar hoofd. Glory glory. Eén aait haar rug. Release. Eén houdt haar handen vast. Father Lord, zo zouden we allemaal wel eens willen huilen.

Het dochtertje brengt de tissues.

Vijf dollar. Aminah Johnson straalt weer. Zij zit, vertelt ze, financieel aan de grond. Ze heeft daarom een beetje geknoeid met subsidie-couponnen die de overheid je geeft als je arm bent. Zij ís arm. Maar nog net niet arm genoeg.

Have mercy Lord.

Anita’s zus Lawana zit intussen stilletjes te genieten van een tweeliterfles Fruit ’n Punch soda. De kleine Amyla propt stukjes kauwgum in haar mond. Een saxofonist, ook van een bevriende kerk, toetert nu onverstoorbaar door de gebeden heen.

De beurt is aan Petrina Ruth Fields. Zij is van marinebasis Quantico op doorreis naar New York, waar ze woont. Het ene moment legt Petrina me kalm uit hoe haar zoon marinier werd, het volgende schreeuwt zij in tongen. Dit klinkt als achterstevoren gillen. Nellig nerovetsrethca. Daarna valt zij sidderend op de grond. Net als ik begin te geloven dat Petrina ernstig buiten westen is, veert zij kwiek op.

Welja, twintig dollar.

„Wow”, zegt dominee Anita.

En daar gaat Petrina al, via de miniworteltjes (twee zakken voor 5 dollar) en de anjou peren (1,49 per pond), terug naar New York.

„Waar is de olijfolie goed voor?”, vraag ik de zus van de dominee.

„Goeie vraag”, zegt zij.

Father God we take authority over the stress. De mensen die Anita Naves deze ochtend non-stop opzoeken, hebben allemaal al een eigen kerk. Maar dat zijn megakerken, zeggen ze. Daar is de kans voor een één-op-één gebed met je dominee niet groot meer. Bijna allemaal wijzen ze intussen op hun borst. Daar weegt iets, hard en zwaar. In de supermarkt kun je bidden tot het breekt.