D66 wil gemeenten straks anders besturen

D66 wil de bestuurscultuur veranderen in de gemeenten waar de partij gewonnen heeft, met mate. „We willen geen muur tussen college en raad.”

D66 heeft sinds de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart bijna vier keer zo veel raadszetels als in 2006. De partij keert niet alleen terug in gemeenteraden waar ze uit was verdwenen, maar zal ook in aanzienlijk meer gemeenten gaan meebesturen. D66 zat de vorige raadsperiode in ongeveer twintig colleges, nu zullen dat er veel meer zijn. Hoeveel is nog niet te zeggen, omdat de meeste collegeonderhandelingen nog in volle gang zijn. Wat gaan de gemeenten merken van de terugkeer van D66 aan de macht? En speelt bestuurlijke vernieuwing, toch een van de speerpunten van de partij, op lokaal niveau een rol?

Naar verwachting wordt de invloed van D66 het duidelijkst zichtbaar in de zeven gemeenten waar de partij de grootste werd, waaronder Leiden, Haarlem, Hilversum en Wageningen. In deze steden heeft de partij de leiding over de collegeonderhandelingen op zich genomen. In Leiden, waar de partij groeide van twee naar tien raadszetels, wil D66 de bestuurscultuur omgooien. De stad werd in het verleden „geteisterd door vuistdikke collegeakkoorden”, zegt fractievoorzitter Paul van Meenen. „Als een wethouder ook maar iets afweek van het collegeakkoord, moest hij aftreden.”

Van Meenen wil af van die „muur tussen college en raad”. Een wethouder zou volgens hem moeten opstappen wanneer hij ongeschikt is, de gemeenteraad verkeerd informeert of „aan de koffiejuffrouw zit”. Niet omdat hij afwijkt van het collegeakkoord. De Leidse fractieleider is voorstander van een „zakencollege”, dat zich laat sturen door de gemeenteraad, en waar veel ruimte is voor inbreng van burgers.

Arno Korsten, hoogleraar bestuurskunde aan de Open Universiteit en in het verleden als informateur betrokken bij collegeonderhandelingen, is het deels met Van Meenen eens, en waardeert zijn aanpak. Ook Korsten constateert dat collegepartijen niet vaak meestemmen met oppositiepartijen zonder dat dit tot politieke conflicten leidt. Het toenemende aantal afgetreden wethouders sinds de midden jaren negentig is daar een bewijs van.

Korsten denkt niet dat dit door „dichtgetimmerde” collegeakkoorden komt. „Wethouders struikelen eerder over politieke onhandigheid in een explosief dossier met financiële kanten, dan over alleen collegeakkoorden”, zegt Korsten.

Meerdere lokale D66-fractieleiders pleiten voor compacte akkoorden, maar gaan minder ver dan Van Meenen. „We gaan niet tot aan de lantaarnpalen aan toe vastleggen wat we willen bereiken”, zegt de Wageningse fractievoorzitter Michiel Uitdehaag. Hij wil meer ruimte bieden aan de oppositie, maar over de bezuinigingen die Wageningen te wachten staan, wil Uitdehaag wel duidelijke afspraken maken met de beoogde coalitiepartners. Dat is ook Fedde Reeskamp, D66-voorman te Haarlem, van plan. Hij gaat voor een „vrij uitgebreid” collegeakkoord. Net als andere gemeenten zal ook Haarlem vanwege een lagere bijdrage uit het gemeentefonds fors moeten bezuinigen.

De meeste lokale D66-afdelingen zoeken de bestuurlijk vernieuwing vooral in het meer betrekken van burgers bij de besluitvorming. De „gesloten houding van het bestuur doorbreken”, zoals Eric Boog het noemt. Hij was de afgelopen vier jaar wethouder in Hilversum en wil de inwoners meer invloed geven bij grote bouwprojecten. In Wageningen zijn wethouderskandidaten mede geselecteerd op hun bereidheid om burgers te betrekken bij het maken van beleid, zegt Uitdehaag.

De landelijke partij heeft de lokale afdelingen in de aanloop naar de verkiezingen ondersteund. Zo zijn er trainingen geweest voor kandidaat-raadsleden en -wethouders. Behalve praktische zaken leerden D66’ers dat ze op lokaal niveau punten binnen moesten halen die herkenbaar zijn voor de partij. Zo is het voor D66 onaanvaardbaar dat gemeenten bezuinigen op onderwijs.

Volgens hoogleraar Korsten moet de invloed van de politieke kleur van colleges op het beleid niet overschat worden. Beleid wijzigt slechts beperkt als nieuwe colleges aantreden, blijkt uit zijn onderzoek. Dat komt niet alleen doordat gemeenten voor ongeveer 80 procent rijksbeleid moeten uitvoeren en vaak zijn gebonden aan langjarige overeenkomsten, maar ook vanwege „lokale omstandigheden”. Een kleine gemeente die kampt met bevolkingskrimp staat bijvoorbeeld voor een heel andere opgave dan een grote stad met een krappe huizenmarkt.

Volgens Korsten is het daarom nog maar helemaal de vraag of D66 een flink stempel kan drukken op het beleid in de gemeenten waar de partij sinds de verkiezingen van 3 maart groot is.