Cohen haalt uit naar het 'neoliberalisme'

Job Cohen nam gisteren in zijn eerste grote toespraak als beoogd lijsttrekker van de PvdA over de economie afstand van het „neoliberalisme”. In de Van der Wielen lezing in Leeuwarden betoogde hij dat „casino-bankieren” debet is aan de financiële crisis.

Cohen treedt met deze opvatting in de voetsporen van zijn voorganger en voormalig minister van Financiën Wouter Bos, die in zijn Den Uyl lezing begin dit jaar hetzelfde betoogde.

De situatie in Nederland is volgens Cohen „ernstiger dan tot het bewustzijn lijkt te zijn doorgedrongen. Het is als een griep zonder koorts. Het gesprek over de gevolgen van de crisis ligt de meeste inwoners van Nederland niet voor op de tong.” Maar de „aftershocks” van de financiële crisis komen er volgens Cohen nog aan: toenemende werkloosheid, problemen in de pensioenvoorziening, politieke spanningen en overheidsbezuinigingen.

Cohen pleit voor „een zelfbewuste overheid” die in de financiële wereld zorgt voor „ordening, regulering en toezicht”. Als mogelijke maatregelen noemde hij „een scheiding van consumentenbanken en zakenbanken” en „reductie van de omvang van banken”.

Niet alle publieke taken kunnen volgens Cohen aan de markt worden toevertrouwd en soms moet een publieke taak „zelfs worden teruggehaald naar het publieke domein”. Hij gaf geen voorbeelden van privatiseringen die teruggedraaid moeten worden.