Beving of geen beving, als je haar maar goed zit

Al ligt het land in puin, de Haïtiaanse man wil er goed uitzien. In iedere straat zit wel een herenkapper – en elk tentenkamp heeft zijn tondeusespecialisten.

Een Haïtiaanse man met een mohawk als een indiaan? Dat kan toch niet. Zelfs niet tijdens carnaval. Het kroeshaar moet gewoon netjes en egaal worden getrimd. Kapper Wrily Valére heeft het één keer gedaan, een mohawk scheren bij een landgenoot. Goed, dat was een tiener. Maar het was geen gezicht.

In kapsalon Joel is vandaag geen klant te bekennen. Zes lege stoelen staan tegenover een lange rij spiegels. Een reclameposter van Bakara Rhum siert de voordeur. Langs de muur staat een houten bank, voor vrienden en familie van de klanten.

„Vaak nemen klanten iemand mee, om een beetje te ouwehoeren, over voetbal bijvoorbeeld”, zegt Valére. „Ze houden ook van grappen maken.”

Een week na de zware aardbeving van 12 januari in Haïti opende kapsalon Joel alweer de deuren. De eerste klanten volgden snel. Natuurlijk niet in dezelfde aantallen als vroeger. Sommigen klanten zijn de verwoesting in de stad ontvlucht. Anderen kwamen terecht onder het puin.

In Port-au-Prince barst het van de herenkappers. In iedere straat kom je er wel een tegen. En elk tentenkamp heeft zijn tondeusespecialisten. Op loopafstand van Joel zit concurrent Crazi Cut. Maar daar heeft Valére weinig last van, zegt hij, ondanks de ellende. Iedere kapper heeft zijn eigen klantenkring.

Je hoort Valére dus niet klagen over gebrek aan klandizie, ondanks de lege stoelen. De Haïtiaanse man, zo weet de kapper, wil er altijd uitzien als God. Zelfs in tijden van rampspoed. „Je zelf verzorgen is belangrijk. Juist in dit soort tijden. Je moet verder. Je kunt niet bij de pakken gaan neerzitten.”

In welke stand de tondeuse moet, vraagt hij de buitenlandse klant. Stand nul.

Valére gaat aan de slag. Het was mazzel, zegt hij, dat zijn zaak nog staat. Geen scheurtje in de muren. „Anders hadden we nu op straat gezeten.”

De kapper scheert ook veel. Baardjes zijn populair, maar ze moeten niet te lang worden. Dat verreist nauwkeurig werk. „Je hebt klanten die hele fijne bakkebaarden wensen. Vooral populair bij de twintigers is de hippe variant van het ringbaardje, in combinatie met een flinterdun snorretje.”

Valére, zelf een twintiger, zit nu zes jaar in het vak. Hij wilde altijd al kapper worden. Als jongen zag hij hoe kappers hun klanten opknapten. Dat wilde hij later ook kunnen.

Hij draagt witte gymschoenen van een onbestemd merk. Comfortabele schoenen zijn belangrijk, zegt Valére met kennis van zaken. Soms sta je de hele dag. Voordat je het weet, krijg je pijn in je onderrug.

Zelfs een eenvoudige tondeuseklus is voor Valére een serieuze zaak. Het borsteltje gaat steeds weer over het hoofd om achtergebleven haartjes weg te vegen. Het haar moet egaal zijn. Er mogen geen vergeten sprietjes achterblijven. Een groot apparaat voor het grove werk, een kleine tondeuse voor de haartjes in de nek, achter en in de oren.

„Als je niet goed knipt, zie je je klanten nooit meer terug. Gelukkig is dat me nog nooit overkomen.”

Het is opvallend hoe verzorgd Haïtianen op straat erbij lopen. Alsof ze niet al meer dan twee maanden aan het kamperen zijn onder zeil of plastic en geen stromend water hebben.

Piekfijn lopen ze er bij als het even kan. Soms lijkt het alsof hun kleren net van de stomerij zijn gekomen.

„Als je alles verloren hebt, dan wil je er in ieder geval zelf goed uitzien”, verklaart Valére.

De kapper knipt ook vrouwen, maar alleen vrouwen die hun haren willen laten kortwieken. De meerderheid van de clientèle is toch man. De topdagen voor de kappers zijn de vrijdag, zaterdag en zondag. Dan hebben de klanten tijd en gaan ze uit. En zeker in het uitgaansleven, wil niemand er uitzien als een slons.

,,Dat is dan zeven dollar”, zegt Valére, nadat hij de buitenlandse klant van diens cape heeft ontdaan. „En kom snel terug!”