Amerika moet de NAVO uit

In Afghanistan heeft Amerika weinig aan Europa. De bondgenoten willen niet krijgshaftig worden en dat is maar goed ook. De NAVO moet zich beperken tot Europa en daar zijn de VS niet meer bij nodig, vindt de Amerikaan Andrew J. Bacevich.

Hoogleraar Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Boston. Auteur van ‘The Limits of Power: The End of American Exceptionalism’ (2008). Opgeleid aan de militaire academie in West Point. Vocht twee jaar in Vietnam. Bereikte de rang van kolonel. Zijn oudste zoon sneuvelde als beroepsmilitair in 2007 in Irak door een bermbom.

In de loop van de rampzalige 20ste eeuw kwamen de bewoners van de liberaal-democratische wereld in steeds groteren getale tot de volgende conclusie: oorlog loont niet en werkt meestal ook niet. Zoals de historicus James J. Sheehan beschrijft in zijn boek Where Have All the Soldiers Gone? voelen de landen met de grootste slagkracht om door middel van geweld hun politieke doelen te bereiken, hier steeds minder voor. Gaandeweg hebben ze zich van de oorlog afgekeerd.

Natuurlijk waren er hardnekkige uitzonderingen. De Verenigde Staten en Israël houden nog altijd onvermurwbaar vast aan oorlog als middel met een aanwijsbaar nut.

Maar in Europa ligt de zaak anders. Begin deze eeuw was de Europeanen de lust tot gewapende strijd allang vergaan. De verandering was niet alleen politiek, maar ook in hoge mate cultureel. De bakermat van de westerse beschaving – en kweekkamer van de ambities die de hedendaagse tijd in bloed hadden gedrenkt – was verregaand ontoorlogd. Daardoor zijn de tegenwoordige Europeanen, hoezeer ze ook bereid zijn geld te steken in de modernisering van legermusea of het behoud van oorlogsmonumenten, bijzonder op de penning wat betreft de vorming en uitrusting van strijdmachten.

De trend dat Europa steeds pacifistischer wordt, zal naar alle waarschijnlijkheid onomkeerbaar blijken. Maar zelfs als het mógelijk zou zijn om bijvoorbeeld bij het Duitse en Franse volk weer sympathie voor een oorlog te wekken, waarom zou een weldenkend mens dat ook maar willen probéren? Waarom de Europeanen niet laten begaan met hun eeuwigdurende Europese eenwordingsproject? Dan richten ze tenminste geen onheil aan.

Maar Washington kan dit bijzondere geschenk van een Europa dat zijn wapens heeft neergelegd – deels betaald met het offer van Amerikaanse soldaten – maar moeilijk accepteren. In plaats daarvan zijn de Europese democratieën telkens weer door de Amerikaanse regeringen aangespoord, gepaaid, overgehaald en onder druk gezet om een groter aandeel in de verantwoordelijkheid te nemen voor de handhaving van de wereldorde en de instandhouding van liberale normen.

In concreto heeft deze poging om Europa weer krijgshaftiger te maken zich geuit in de beoogde omvorming van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) van een defensief bondgenootschap tot een instrument van machtsuitoefening. Het doel van Washington is: neem een organisatie, ingegeven door de Koude Oorlog, die bestemd was om de Duitsers klein, de Russen buiten en de Amerikanen binnen te houden, en vorm die om tot een geheel waarin Europa, ook na de Koude Oorlog, het Amerikaanse wereldprimaat zal helpen waarborgen – zonder uiteraard een noemenswaardige stem in de Amerikaanse politiek te mogen hebben.

De bondgenoten zijn weinig meegaand gebleken. Natuurlijk, de NAVO is groter geworden – twintig jaar geleden waren er zestien lidstaten, nu 28 – maar de groei is ten koste van de samenhang gegaan. Was de NAVO eens een organisatie die over aanzienlijke slagkracht beschikte, inmiddels lijkt ze wel een club waarvan haast iedereen lid kan worden, met inbegrip van, zoals onlangs, militair grote mogendheden als Albanië en Kroatië.

Een club die geen strenge toelatingseisen hanteert, zal niet zo snel respect afdwingen, zelfs niet bij haar eigen leden. Als doelstelling voor de defensie-uitgaven is binnen de NAVO bijvoorbeeld een schamele 2 procent van het bruto binnenlands product (bbp) overeengekomen. Afgezien van de Verenigde Staten hebben vorig jaar precies vier lidstaten aan deze doelstelling voldaan.

De hoogste militaire commandant van de NAVO in Europa, de Supreme Allied Commander Europe (SACEUR) – als altijd een Amerikaanse generaal – zetelt nog altijd, omgeven door pracht en praal in het militaire NAVO-hoofdkwartier in België. Toch heeft de SACEUR ongeveer evenveel in de melk te brokkelen als de rector van een middelgrote universiteit. Hij geeft geen bevelen. Hij doet verzoeken. De indrukwekkende titel van de SACEUR, een overblijfsel uit de Tweede Wereldoorlog, is niet meer dan een eretitel, à la Elvis de King of Bruce de Boss.

Afghanistan verschaft de belangrijkste aanwijzing van de koers waartoe Washingtons streven naar een krachtdadige nieuwe NAVO zal leiden; daar wordt beslist of het bondgenootschap grootscheepse missies buiten zijn grondgebied aan kan. En na acht jaar zijn de resultaten teleurstellend. Klachten over de moed en inzet van de NAVO-militairen zijn er weinig geweest. Klachten over hun beperkte aantal en hun ontoereikende uitrusting des te meer.

Een uitzonderlijk complicerende factor is de neiging van nationale regeringen om beperkingen op te leggen aan de plaats en wijze waarop hun troepen mogen optreden. Dit leidt tot disfunctioneren.

Toen vorig jaar in de media het befaamde oordeel van generaal Stanley McChrystal over de toestand in Afghanistan uitlekte, richtten de meeste commentaren zich op zijn roep om extra Amerikaanse troepen. Maar zijn rapport was ook een vernietigende oproep tot verandering in de International Security Assistance Force (ISAF) van de NAVO. „De ISAF zal zijn operationele cultuur veranderen (...) de ISAF zal zijn manier van zakendoen veranderen”, schreef hij. „De ondergeschikte hoofdkwartieren van de ISAF moeten ophouden hun afzonderlijke strijd te voeren.” De Amerikaanse generaal vond in de prestaties van de ISAF nagenoeg niets aanbevelenswaardigs.

Maar McChrystals vooruitzichten op herstel van de ISAF botsen frontaal met twee hardnekkige feiten. Ten eerste geven de Europese regeringen boven alle andere overwegingen – waaronder de bekostiging van hun strijdkrachten – voorrang aan maatschappelijk welzijn. Ten tweede hebben de Europese regeringen bijzonder weinig op met slachtoffers. Daarom is de lauwe, met veel voorwaarden omgeven Europese reactie op McChrystals roep om versterkingen – hier een paar bataljons, daar enkele tientallen instructeurs, een beetje creatieve boekhouding om eenheden die al maanden zijn ingezet als verse aanvoer te tellen – nauwelijks verbazend.

Dit betekent niet dat de NAVO geen waarde heeft. Wel lijkt het vertrouwen dat het bondgenootschap via een langdurige oproerbestrijding de Afghanen hevig tegenstribbelend de moderne tijd in kan slepen, ongeveer even reëel als de verwachting dat de war on drugs de behoefte in de wereld aan allerlei verboden stoffen zal beteugelen. Dat kunnen we vergeten.

Als de NAVO nog een toekomst heeft, zal ze die terugvinden waar het bondgenootschap is begonnen: in Europa. De missie waarmee de NAVO werd opgericht – het waarborgen van de veiligheid van de Europese democratieën – heeft niets aan belang ingeboet. De sovjetdreiging mag verdwenen zijn, Rusland bestaat nog wel. En Rusland is dan wel geen militaire grote mogendheid meer, maar het is niet bepaald een toonbeeld van stabiliteit. Het Kremlin koestert wrok en klachten, niet in het minst als uitvloeisel van de gestage NAVO-uitbreiding naar het Oosten.

Laat de NAVO zich dan ook bezighouden met dit nieuwe (of nog resterende) Russische probleem. De huidige Europeanen – ook de Europeanen met een uitgesproken afkeer van oorlog – zijn ten volle in staat de benodigde defensie in te richten om de sterk afgenomen dreiging uit het Oosten te pareren.

Waarom dan niet de burgers van Frankrijk en Duitsland de territoriale integriteit van Polen en Litouwen laten waarborgen in plaats van tevergeefs te eisen dat de Europeanen aan de andere kant van de wereld verantwoordelijkheden op zich nemen die ze niet kunnen en willen dragen?

Zoals Nixon naar Peking trok, zoals Sadat naar Jeruzalem vloog, zoals Reagan besloot dat Gorbatsjov uit ander hout gesneden was, zo zouden de Verenigde Staten nu het ondenkbare moeten durven doen: de NAVO een decentrale, een Europese organisatie laten worden, geleid door Europeanen in het belang van Europese behoeften, ter handhaving van de veiligheid en het welzijn in een niet-verscheurd en vrij Europa – dat alleszins in staat is om zijn eigen zaken te regelen.

En net als bij Nixon en Sadat en Reagan zal iedereen zich, als het eenmaal zover is, afvragen: waarom hebben we daar niet eerder aan gedacht?