Wel trainen in snel zwempak

Zwemjaar 2010 wordt het jaar van de terugkeer naar textiel. Weinig records, wel eerlijker competitie. Maar de verboden snelle pakken worden niet weggegooid.

Hij zei het gistermiddag met de geestdrift van een echte liefhebber. „We zitten weer gewoon naar zwemmen te kijken.” Niet alleen voor bondscoach Jacco Verhaeren, maar voor de hele zwemwereld zal 2010 de geschiedenis ingaan als het jaar van de grote herordening. Een jaar zonder wereldrecords, vermoedelijk, maar ook een jaar waarin weer naar prestaties zal worden gekeken, niet naar de pakken. Wie zwemt het hardst in textiel?

Sinds 1 januari zijn prestatiebevorderende pakken verboden, na twee jaar ‘wildwest’. De glimmende hightechpakken veroorzaakten vanaf 2008 een wereldrecord aan wereldrecords: de teller stokte pas bij 255, om precies te zijn. Ter vergelijking: dit jaar werden exact nul wereldrecords genoteerd. „We zijn niet eens in de buurt gekomen”, stelt Verhaeren monter vast tijdens de Amsterdam Swim Cup, één van de eerste internationale wedstrijden in het nieuwe ‘textieltijdperk’. Ondanks de terugval in tijden spreekt de technisch directeur van de zwembond (KNZB) van „een zegen” voor zijn sport. „Zwemmers worden weer gewoon gefeliciteerd met hun winnende tijd. En de winnaar krijgt weer de waardering die hij verdient.”

Inderdaad, de tijden in het Sloterparkbad vallen tegen na twee jaar pakken van polyurethaan, zoals de LZR Racer, de Jaked en de X-Glide. In Australië zwom olympisch kampioen Stephanie Rice vorige week, in de woorden van Verhaeren, met 2.10 minuut „een dijk van een tijd in textiel” op de 200 meter wisselslag. „Maar het wereldrecord is 2.06.”

Dat is even wennen, ook voor de zwemmers. „Nu kijken we ineens hoe iedereen zwemt in oude pakken”, zegt Inge Dekker. „Ik had gedacht dat het harder zou gaan. De Australische trials vorige week vielen niet mee. Op de 100 vrij was de winnende tijd 54,8. Dat kunnen wij in Nederland ook. Het wordt interessant om te zien hoe de concurrentie er in textiel voor staat.”

Ook de wereldrecords uit 2000 van Inge de Bruijn (100 vlinder) en Pieter van den Hoogenband (100 vrij) worden weer serieuze uitdagingen voor de huidige wereldtop, is de overtuiging van Verhaeren. Bij Dekker overheerst de rust over de terugkeer naar textiel. „Je kunt nu gewoon een half uurtje voor je race rustig je pak aantrekken. Je weet dat-ie aangaat en niet halverwege vast blijft zitten.” En Verhaeren: „Wat je kwijt bent is het geloer naar pakken, het gehannes voor de start, scheurende ritsen. Allemaal dingen die niets met zwemmen te maken hebben.”

De terugkeer naar textiel stelde hem wel voor een praktisch probleem voor de EK langebaan, komende zomer in Boedapest. Want welke limieten moest hij hanteren om te beoordelen wie wel en wie niet goed genoeg zijn voor uitzending naar de EK? In het archief dook hij de Europese ranglijsten van 2007 op, het laatste jaar voor de zwempakkenrevolutie. Wie naar Boedapest wil mag seconden trager zijn dan vorig jaar.

Toch zijn de snelle pakken niet massaal verbannen. Integendeel: over twee weken hijst Verhaeren topzwemsters als Ranomi Kromowidjojo en Inge Dekker opnieuw in polyurethaan – voor speciaal zwemonderzoek deze keer. „Ik beschouw het niet helemaal als een verloren periode. We kunnen ook wat leren van die pakken als het gaat om weerstandsvermindering. We gaan kijken hoe mensen in die pakken zwommen, hoe ze nu zwemmen en hoe we ze zo dicht mogelijk bij dat niveau kunnen brengen.”

Weerstandsvermindering is net zo belangrijk als kracht of uithoudingsvermogen, zegt Verhaeren. „Met die pakken werd bereikt dat je wat hoger op het water lag. De tijd van Pieter uit 2000 bleef zo lang staan omdat mensen niet in staat bleken in het tweede deel van hun race die ligging te handhaven. Waarom waren vorig jaar ineens vijftien mensen sneller dan Pieter? Omdat ze werden geholpen door dat pak. We gaan kijken of we dat ook door middel van training kunnen bereiken. In dat opzicht hebben we er een trainingsmiddel bij gekregen. Door die pakken heeft de sport veel aan geloofwaardigheid verloren. Maar in dit opzicht is er iets gewonnen.”