Van Luyn wist van misbruik salesianen

Bisschop Van Luyn van Rotterdam wist al in de jaren zeventig als hoogste bestuurder van de Nederlandse salesianen van het seksueel misbruik binnen zijn congregatie.

Dat heeft de bisschop vanmorgen gezegd op vragen van NRC Handelsblad en de Wereldomroep. Tot nu toe wilde Van Luyn niet zeggen of hij weet had van het misbruik. De bisschop verklaarde alleen dat hij niets wist van een onderzoek uit 1967 naar misbruik in het internaat van de salesianen in ’s-Heerenberg. Dat onderzoek werd gedaan door de toenmalig provinciaal overste. Van Luyn was destijds secretaris van de provinciaal, voordat hij zelf die functie bekleedde van 1975 tot 1981.

Via zijn woordvoerder zegt Van Luyn nu dat hij als provinciaal overste „inderdaad uit hoofde van zijn functie formeel kennis gekregen [heeft] van enkele concrete gevallen en daarbij ook maatregelen [heeft] moeten nemen”.

Wat Van Luyn met de misbruikgevallen heeft gedaan, wil hij niet zeggen. Zijn handelwijze zal onderzocht worden door de commissie-Deetman. De woordvoerder: „Uiteraard zal de wijze waarop verantwoordelijken van ordes, congregaties en bisdommen omgingen met concrete misbruikzaken deel uitmaken van het onderzoek.”

Deze krant ontving afgelopen maand 32 meldingen over seksueel misbruik door paters en broeders salesianen. De meldingen betreffen de periode 1958-1980. In 21 gevallen was sprake van misbruik in internaat Don Rua in ’s-Heerenberg, waar Van Luyn tot 1967 woonde en lesgaf. Inmiddels hebben drie salesianen openlijk toegegeven daar kinderen te hebben misbruikt.

Vaticaan: pagina 5