Spiekepidemie in Indonesië door staatsexamen

In Indonesië is het nationale schoolexamen begonnen. Een omstreden test, de scholen in afgelegen gebieden hebben een achterstand.

Op middelbare staatsschool 9 loopt geregeld een geit of buffel de klas binnen. Een hek staat daarom hoog op de verlanglijst die schoolhoofd Daniel Bolle heeft gestuurd naar het stadsbestuur van Kupang, op eiland West-Timor. Hij heeft ook gevraagd om elektriciteit. Nu draaien zijn leraren een half uur aan de handmatige stencilmachine, voor ze een proefwerk kunnen geven. De schoolbel is een opgehangen velg die dienst doet als gong.

Verder hoopt Bolle op reparatie van de waterpomp, want de school heeft geen water. En op vier extra leraren. Eigenlijk zijn er meer nodig, want in sommige klassen zitten wel 40 leerlingen. Maar je moet niet te veel tegelijk willen, denkt hij. Bolle heeft sinds zijn aantreden in augustus al één ding bereikt: de weg naar de school is verhard. Daarvóór bleven brommers tijdens het regenseizoen steken in de modder. „Soms bleef daarom de helft van de leerlingen weg. En de leraren ook.”

Deze week begon op de school van Bolle het nationaal examen, net zoals in de rest van Indonesië. Vorig jaar zakte 35 procent van de leerlingen, dit jaar hoopt hij dat terug te brengen tot een kwart. Tja, zijn leerlingen zijn veelal kinderen van arme boertjes, zegt hij. Zijn eigen dochters zijn op hun school verplicht voor elk vak boeken aan te schaffen. „Zo’n regel kun je hier niet maken, want de leerlingen kunnen het niet betalen.”

Scholen zoals deze staan centraal in de controverse rond het nationaal examen, die in Indonesië speelt. Sinds 2005 hangt het slagen van leerlingen bijna uitsluitend af van het eindexamen. Voor die tijd besloten scholen of een leerling zijn diploma kreeg. Ouders, scholieren en activisten betoogden in 2007 voor de rechter dat de verandering oneerlijk was voor leerlingen in afgelegen gebieden, waar het onderwijs vaak slechter is dan in grote steden. Het Hooggerechtshof gaf hen in september vorig jaar gelijk: het onderwijs moest verbeteren, voor er weer een nationale test kon worden gehouden.

De verschillen zijn groot. Terwijl op Bali bijna elke eindexamenleerling vorig jaar slaagde, was dat in Nusa Tenggara Timur (NTT), de provincie waar Kupang ligt, gemiddeld 62 tot 79 procent (afhankelijk van het vakkenpakket). In het midden van Sulawesi, het noorden van de Molukken en het westen van Papoea deden de leerlingen het bijna even slecht. In het hele land slaagde vorig jaar gemiddeld 92 procent.

En deze cijfers zijn waarschijnlijk geflatteerd. Want het nationaal examen heeft ook gezorgd voor een ware spiekepidemie. Hele examenklassen kopen antwoorden of krijgen ze van leraren of schoolhoofden, zo blijkt. Die staan weer onder druk van regenten en gouverneurs om hun leerlingen te doen slagen, zegt Mansyur Ramly van het ministerie van Onderwijs. „Want succes bij het nationaal examen betekent succes voor de lokale overheid.” Op zijn school wordt niet gespiekt, zegt directeur D.E. Netta van school El Tari in Kupang. Op zijn deur zit zelfs een sticker: ‘Pas op voor het verborgen gevaar van corruptie’.

Toch hoorde zijn school vorig jaar bij de 36 scholen met een slagingspercentage van 0, waar bijna alle leerlingen dezelfde foute antwoorden gaven. Zou iemand zijn leerlingen misschien per ongeluk onjuiste antwoorden in handen hebben gespeeld? Nee, nee, nee, zegt Netta, bijna schreeuwend van de zenuwen. Overigens was zijn slagingspercentage het jaar ervoor 100 procent, zegt hij, „door onze geestdrift en hard werken”.

Op het ministerie is men aan de slag gegaan, sinds de rechtszaak. Ramly somt de nieuwe maatregelen op. Leraren met aantoonbare ervaring kunnen hun maandsalaris van omgerekend 160 euro verdubbelen, net als leraren in afgelegen gebieden. Scholen met lage slagingspercentages – behalve die waar dat komt door slecht spieken – krijgen geld voor verbetering van bibliotheken en andere faciliteiten. Maar armoede blijft een probleem. Net als de cultuur van de verschillende volkeren, zegt Ramly. „Het bewustzijn dat hoger onderwijs belangrijk is, is er niet overal.” Bijvoorbeeld in NTT, dat dichterbij Australië ligt dan bij hoofdstad Jakarta.

Volgens Ramly zorgt ook het nationaal examen juist dat het onderwijs verbetert. Toen het in 2003 voor het eerst werd gehouden, moesten de kandidaten voor alle drie de vakken minstens een 3 halen. Toen was het slagingspercentage vergelijkbaar met nu, terwijl leerlingen nu gemiddeld een 5,5 moeten halen. Kortom, zegt hij, de leerlingen worden beter. „Als de standaard nog steeds een 3 was, zouden alle leerlingen in NTT slagen.”

Niet iedereen is het daarmee eens. Elin Driana van het Onderwijs Forum, een van de organisaties die betrokken waren bij de rechtszaak, zegt dat leraren nu alleen nog maar examenvragen stampen. De maatregelen zijn een goed begin, maar of ze werken is nog niet duidelijk, zegt ze. „Ze zeggen dat leraren worden getraind, maar als ik op scholen ben, hoor ik daar niks over.”

Alle kritiek ten spijt, kreeg de regering na enig gebakkelei alsnog de zegen van het Hooggerechtshof voor de examens van dit jaar. Dus bogen de leerlingen van hoofdmeester Bolle zich maandag 22 maart over Indonesisch, biologie en sociologie. Ter voorbereiding had hij ze gewaarschuwd dat ze „geen antwoorden moeten vertrouwen, van wie dan ook, inclusief de leraren”.

De scholieren zullen het helemaal zelf moeten doen, al zal Bolle wel „aan een stuk door voor ze bidden”.