RIVM: hartspecialisten zijn kampioen levensverlenging

Onze levensverwachting stijgt door medische vooruitgang.

Maar de kloof tussen laag- en hogeropgeleiden wordt op dat gebied alleen maar groter.

De komende 40 jaar worden Nederlanders nog eens zes jaar ouder. Mannen worden dan gemiddeld 83 jaar, vrouwen 88. Dat zijn extra jaren boven de twee jaar die de levensverwachting afgelopen jaren al steeg, schrijft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in de gisteren uitgekomen Volksgezondheid Toekomstverkenning. Onverwacht. In de eerdere voorspellingen van het RIVM, die sinds 1993 iedere vier jaar verschijnen, ontbraken ook die twee jaar.

Achteraf is er een verklaring. Die sprong van twee jaar langer leven uit het laatste decennium komt vooral doordat nog minder mensen sterven aan hart- en vaatziekten. „Volgens ons is het een effect van het voorschrijven van cholesterolverlagende statines”, zegt Fons van der Lucht, projectleider van de verkenning van het RIVM.

De laatste halve eeuw is de levensverwachting vooral gestegen door nieuwe medicijnen en medische behandeling. Het is voor het eerst in de geschiedenis dat de geneeskunde zo’n effect heeft op de levensverwachting. Dezelfde factoren én het feit dat steeds meer Nederlanders stoppen met roken, zorgen er volgens het RIVM ook voor dat de levensverwachting de komende 40 jaar nog eens zes jaar stijgt.

De hartspecialisten zijn kampioen en zorgden voor 2,0 jaar extra, de bestrijders van infectieziekten voor 1,4 jaar en de kankerspecialisten voor 0,3 jaar voor mannen en 0,85 jaar voor vrouwen. Betere zorg rond de geboorte gaf 1,8 jaar meer levensverwachting en betere behandeling van diabetes voor 0,3 jaar. De verpleeghuizen zijn goed voor 0,1 jaar extra.

„Goed nieuws”, zegt directeur-generaal Marc Sprenger van het RIVM, „maar als mensen ouder worden, hebben ze ook meer zorg nodig. De vraag is wíé ons gaat verzorgen.” Door de vergrijzing daalt de beroepsbevolking tot 2050 met 500.000 mensen, terwijl de zorgsector 450.000 mensen extra nodig heeft. Bovenop de ruim 1,25 miljoen mensen die nu in de zorg werken.

De onderzoekers van het RIVM concluderen dat iedereen die kan werken broodnodig is. Sprenger: „De verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd tot 67 jaar is wat ons betreft het minimum. En het is even belangrijk om mensen onder de 65 aan het werk te houden.”

De volksgezondheid kan op twee manieren helpen: zorgen dat mensen niet ziek worden en zorgen dat mensen met een ziekte met hulpmiddelen toch blijven werken. Sprenger: „De overheid moet investeren om zieke mensen aan het werk te houden. ”

Veel valt er te winnen door de gezondheidskloof tussen laag- en hoogopgeleiden te dichten. De laagstopgeleiden in Nederland leven bijna zeven jaar korter dan de hoogstopgeleiden. En in de kortere tijd leven laagopgeleiden nog eens zeven jaar langer met ziekten en beperkingen.

Pogingen om de kloof te dichten met betere preventie zijn de afgelopen jaren mislukt. Zowel het RIVM als de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) trekt daar harde conclusies over. De bedoeling was dat lokale overheden preventieprogramma’s zouden opzetten om de sociaal-economische verschillen te verkleinen. „Die verschillen nemen eerder toe dan af”, schrijft de IGZ in het gisteren uitgekomen rapport Staat van de gezondheidszorg.

Van der Lucht van het RIVM: „Alle risicofactoren lijken te clusteren in de groepen met de lage inkomsten en de lage opleiding. Het gaat om roken, weinig beweging en geen fruit eten. Het clustert en het is moeilijk te veranderen.”

Geïndiceerde preventie is een van de oplossingen. Daarbij krijgen mensen met hoge risico’s of beginnende ziekten een programma aangeboden om hun leefstijl te veranderen. Sprenger (RIVM): „Bij het project Big Move in Amsterdam is bijvoorbeeld geprobeerd een geïndiceerde groep ‘op recept van de dokter’ te laten bewegen. Een fysiotherapeut en een diëtist doen mee. Daar is onderzoek naar gedaan: het is bij mensen met hoge gezondheidsrisico’s kosteneffectief. Ik hoop dat het voor die groepen in het verzekerde pakket komt.”

De gezondheidsinspectie verbreedt dat idee van geïndiceerde aanpak en vindt dat er zo vroeg mogelijk zorg en ondersteuning moet zijn voor probleemhuishoudens. De oplossing is volgens de IGZ een coördinator die een huishouden of persoon in de gaten houdt en begeleidt.

Sprenger benadrukt dat er maatregelen op alle overheidsniveaus nodig zijn. Dat de lokale maatregelen niet werken zonder financiële prikkels van meer belasting op sigaretten en alcohol en de normatieve maatregelen als verboden om op bepaalde plaatsen alcohol te drinken.

Gaat het kennisinstituut RIVM met zo’n advies niet op de stoel van de minister, of van de politieke partijen zitten? Sprenger: „Als je als kennisinstituut ziet dat gezondheidsverschillen ontzettend hardnekkig zijn, dan hebben wij als verzamelde wetenschappers toch de plicht om te zeggen in welke richting de oplossing moet worden gezocht. Het VTV dat we nu uitbrengen is een apolitiek document, maar er zitten voor alle politieke partijen dingen in waar ze zich in de komende verkiezingstijd mee kunnen profileren.”