Poppentweeling Zdenka en Zdenko hypnotiseert iedereen

Joanne Owen: De poppenspeler (Puppet Master). Vert. Riek Bredman.Van Goor, 205 blz., €18,-. 11+

Het poppenspel is in Tsjechië een hooggewaardeerde kunstvorm met een rijke en lange traditie. De surrealistische animatiefilms van de Tsjechische grootmeester Jan Švankmajer zijn er bijvoorbeeld door beïnvloed. Dat het poppenspel ook goed werkt in fantasy, heeft de Britse debutant Joanne Owen goed begrepen. Het poppenspel is immers een krachtige metafoor voor het idee dat de mens een speelbal is van hogere machten. Bovendien biedt het spel de mogelijkheid om een perfecte spooksfeer op te roepen.

Onheilspellend en sinister is De poppenspeler meteen vanaf de filmische opening van de eerste van de vijf bedrijven. We schrijven 12 januari 1898, het is grimmig koud, de hemel is ‘zwart en zilver als steenkool’ en het oude stadsplein van Praag is duister en vreemd verlaten. Milena mijmert voor het marionettentheater van haar vader, als een mysterieuze figuur haar laat schrikken.

Hij blijkt de nieuwe poppenmeester die hoopt de inwoners van Praag te betoveren met zijn voorstelling, zodat ze Milena’s vader zullen vergeten. Zijn zelfgemaakte marionetten zijn vreemd en sprookjesachtigs: zielloze gedrochten met starende kraalogen en een naargeestige gezichtsuitdrukking. Maar door een ingenieus samenspel van draden en met de hulp van de op poppen lijkende identieke tweeling Zdenka en Zdenko, blaast de nieuwe meester zijn marionetten op miraculeuze wijze leven in. De toeschouwers raken gehypnotiseerd.

Wie is deze poppenspeler die zijn toeschouwers alle ‘macht’ ontneemt? Gaandeweg ontvouwt zich een suggestief, licht feministisch verhaal over machtswellust en manipulatie. Het is geënt op de knap door het verhaal gevlochten legende van ‘de wijze Libuše’, ‘moeder van Tsjechië’ en stichter van Praag in de 8ste eeuw, en haar nageslacht. Wanneer blijkt dat Milena in directe lijn van Libuše afstamt, wordt haar lotsbestemming en die van haar moeder en de poppenspeler steeds duidelijker.

Afgezien van enkele redactionele slordigheden is het vooral jammer dat Owen haar plot onvoldoende heeft uitgewerkt. Het gegeven nodigt niet alleen uit tot meer intriges, maar vooral ook tot complexere en meer geloofwaardige karakters. Waar is bijvoorbeeld Milena’s verdriet of woede over het feit dat haar vader vermoord is?

Meestal moet in een fantasy duchtig worden geschrapt. Maar aan De poppenspeler hadden zo nog enkele bedrijven met scherpe dialogen kunnen worden toegevoegd. En als Owen haar karakters dan ook nog meer leven had durven inblazen, zou je, net als in een Praags marionettentheater, betoverd zijn achtergebleven.