Perspectieven openen zich, vooral op de uitzichtloosheid

Tsjechov: Verzamelde Werken V. Vert. Tom Eekman, Aai Prins en Anne Stoffel. Van Oorschot, 636 blz. € 34,- (geb.)

Het mooiste verjaarscadeau dat Anton P. Tsjechov (150) op 29 januari kreeg, kwam uit Nederland: het slotdeel van de nieuwe editie van al zijn verhalen in de Russische Bibliotheek. Na een halve eeuw opnieuw vertaald door Tom Eekman, Aai Prins en Anne Stoffel, en door de laatste voorzien van een prachtig nawoord (‘hartverscheurend essay’ is een betere omschrijving) over de laatste jaren van de in 1904 overleden arts-schrijver.

De bekendste short story in Verhalen 1894-1903 is ‘De dame met het hondje’, een studie in weemoed en verlangen die bij iedere herlezing weer nieuwe perspectieven opent – vooral op de uitzichtloosheid van het overspel dat erin beschreven wordt. De 17 pagina’s subliem verwoorde melancholie eindigen met een zin die de essentie van vele van Tsjechovs andere verhalen belichaamt: ‘En het kwam hem voor dat heel binnenkort de oplossing gevonden zou zijn, en dat er dan een nieuw, prachtig leven zou aanbreken; en beiden was het duidelijk dat het einde nog lang niet in zicht was en dat het allermoeilijkste en lastigste nog maar net begon.’

Het betere leven wenkt voor de personages van Tsjechov, om steevast op een teleurstelling uit te lopen. In het laatste verhaal, ‘Verloofd’, ontsnapt Nadja op het nippertje aan haar kleinsteedse milieu en de echtgenoot in spe die ze veracht. Maar als ze een jaar later weer even terug uit Petersburg in haar geboortestad is, en zich opmaakt om zich opnieuw de wijde wereld in te storten, staat er: ‘de volgende ochtend nam ze afscheid van haar familie om vrolijk en vol levenslust – en naar ze meende voorgoed – de stad te verlaten.’ Waarbij de schrijver een duivels genoegen lijkt te scheppen in het pesterige tussenzinnetje van de slotpassage.

Nadja ziet de vergeefsheid van haar ambities (nog) niet in, maar daarmee is ze eigenlijk een atypische Tsjechov- figuur. In de meeste verhalen draait het om mannen en vrouwen die in een flits de zinloosheid en ellende van hun leven inzien. Een ‘epiphany’ werd zo’n moment van verlichting later genoemd door James Joyce, de eerste van de lange rij korteverhalenschrijvers (Franz Kafka, Katherine Mansfield, Raymond Carver, J.M.A. Biesheuvel, Alice Munro) die zich door Tsjechov lieten beïnvloeden. ‘De ziel van een ander is duisternis’, verzuchtte Tsjechov in 1898 in een van zijn vele brieven. Toch hebben maar weinig schrijvers er zoveel licht op geworpen als hij.

Verveling, dronkenschap, armoede, lelijkheid en provincialisme – Tsjechovs onderwerpen zijn zwaar en somber. Maar hij slaagt erin om alles met lichtheid en humor te beschrijven. Om een tragisch aflopend verhaal als ‘In het ravijn’ kun je nog grinniken wanneer je de tweede zin leest: ‘Als voorbijgangers vroegen wat voor dorp dit was, kregen ze te horen: „Dit is dat dorp waar de koster op een begrafenis alle kaviaar heeft opgegeten”.’ En zo vergaat het je ook bij de onuitstaanbare hoofdpersoon van ‘In een landhuis’, die veel te laat beseft dat hij door zijn domme opmerkingen de huwelijkskansen van zijn dochters heeft vergooid. Eerst moet je om hem lachen, uiteindelijk rest alleen het medelijden.