Nooit meer een valse noot

Henrik Schwarz maakt elektronische muziek met behulp van zelf ontwikkelde software, die valse noten uitsluit. Muziek maken gaat nog niet vanzelf. „Om er goede muziek mee te maken, moet je lang experimenteren en goed improviseren.”

Hij is er om geprezen en verguisd. Sommigen noemden zijn uitvinding zelfs ‘het einde van de muziek’. Maar dat maakt hem niet uit. „Ik roep graag uitersten op”, zegt Henrik Schwarz. De Duitse diskjockey en producer is de bedenker van het computerprogramma Schwarzonator. Daarmee kunnen elektronische muzikanten altijd de juiste noot uit hun computer halen – ook al slaan ze deze niet aan op het toetsenbord. Razendsnel zet Schwarzonator valse noten om in goede, en zoekt het de juiste akkoorden bij elkaar.

Het programma is bedoeld voor optredens, met andere ‘echte’ muzikanten. Henrik Schwarz bijvoorbeeld, speelt vooral samen met de Noorse jazzpianist Bugge Wesseltoft. Maar soms kan hij hem niet volgen. „Ik ben geen muzikant. Ik weet niet altijd welke noten bij elkaar horen.”

De Schwarzonator biedt uitkomst door suggesties voor ‘goede’ noten en akkoorden te bieden op de muzikale lijn die wordt uitgezet door pianist Wesseltoft. Soms bestaat die muzikale lijn uit niet meer dan een paar akkoorden. Vervolgens slaat Schwarz toetsen aan op zijn digitale synthesizer – een programma in zijn laptop. „Als ik een e aan slaat en hij past niet in het akkoord, dan maakt de Schwarzonator er een c van.”

Onder muzikanten is de hoon groot. Het computerprogramma sterkt hen in hun opvatting dat elektronische muziek geen muziek is – iedere computernerd immers, kan zo een track in elkaar knutselen. „Je hebt toch niet voor niets twee oren. Als je dat stukje mist in je brein, moet je gewoon geen muziek maken”, zegt een van hen in de talloze internetfora over het omstreden computerprogramma.

Onder diskjockeys en producers is daarentegen het gejuich groot. Schwarzonator behoedt hen vooral voor fouten. Dat het programma het einde van de muziek zou aankondigen, vinden ze overdreven. „Met een halve LOI cursus harmonieleer kun je al een fatsoenlijk akkoordenschema in elkaar flansen. Dus dat misplaatste snobisme is nergens voor nodig”, stelt een van hen in een ander forum.

Zo’n veertig beginnende diskjockeys en producers hangen op een dag in februari aan de lippen van Schwarz. Samen met Wesseltoft geeft hij een twee uur durende workshop aan de Red Bull Music Academy in Londen. Hier, aan de voet van de Londen Bridge, krijgen jonge muzikanten uit de hele wereld twee weken lang les van grootheden uit de muziek- en filmwereld. De meesten maken elektronische muziek, vooral dance. Dat ze hier zijn is geen toeval; het energiedrankje Red Bull werd immers groot in de clubscene.

In de gang, kantine en op de trappen zitten ze de hele dag over elkaars laptop gebogen. Slechts een enkeling zingt of speelt gitaar. Ook Henrik Schwarz bespeelt geen instrument. Hij zegt: „Mijn laptop is mijn instrument.”

Makkelijk is dat niet. „Ik heb moeite om snel van de ene naar de andere noot te gaan, van het ene naar het andere akkoord. Ik wil improviseren, en ben tegelijk bang dat het verschrikkelijk klinkt. Vals. Daarom heb ik dit programma bedacht. ” Uit de zaal stijgt gelach op.

Schwarzonator is een zogenoemde ‘plug in’ voor het Duitse softwareprogramma Ableton Live, zeer geliefd onder diskjockeys. Ableton is mixmachine en muziekarchief ineen – de loodzware platenkoffers kunnen thuis blijven. Het programma knipt niet alleen nummers op in afzonderlijke deeltjes, het neemt ook een deel van het ambachtelijke handwerk van de dj over. Ableton zorgt ervoor dat twee nummers in hetzelfde tempo in elkaar overlopen. Zodoende houdt de dj meer tijd over om zich te richten op zijn muziekkeuze en geluidseffecten.

Schwarz benadrukt dat zijn Schwarzonator een hulpmiddel is. „Het is niet bedoeld om een fantastische pianosolo mee te spelen. Dat kunnen anderen beter. Wel kan ik nu heel moeilijke combinaties maken. De kritiek luidt dat iedereen het kan, maar zo makkelijk is het niet. Om er goede muziek mee te maken, moet je lang experimenteren en goed improviseren.”

Dat er op het net een felle discussie is ontstaan over de vraag of dit wel muziek is, en dat er veelvuldig de draak wordt gestoken met zijn gebrekkige muzikaliteit, ach, het zal wel. „Als je iets heel lekkers eet, vraag je je toch ook niet af of het door een gediplomeerde kok is gemaakt?”

Al die tijd heeft Bugge Wesseltoft glimlachend naar Schwarz’ relaas geluisterd. Op het eerste gezicht staan beide mannen mijlenver van elkaar af. Schwarz werd bekend als remixer en diskjockey, met een voortreffelijke muzieksmaak. Die etaleerde hij nog eens op de cd DJ-Kicks waarop hij soul uit Philadelphia en house en techno uit Detroit tot een melodieus geheel smeedde. Wesseltoft maakte naam als jazzpianist. Vanaf de jaren negentig begeleidde hij gerenommeerde jazzmuzikanten als saxofonist Jan Garbarek en gitarist John Scofield. Ook trad hij veelvuldig op het North Sea Jazz Festival op.

De mannen hebben één ding gemeen: ze kijken over muzikale grenzen heen. Zo wilde Schwarz niet langer „liedjes van anderen draaien” en kreeg Wesseltoft er genoeg van op te treden voor „altijd dezelfde vijfentwintig mensen die keurig na ieder nummer klapten”.

Het was in die tijd dat Wesseltoft geïnteresseerd raakte in dance. „Ik wilde een band die speelde als een diskjockey, met een vibe en een spanningsboog.” Tegenwoordig vindt hij zelfs een band te veel ballast en treedt hij op met piano en laptop. Vooral de laptop schept nieuwe mogelijkheden voor improvisatie. „Ik neem mijn akkoorden ter plekke op. Vervolgens draai ik ze af, en over die samples improviseer ik.” Die manier van werken staat volgens hem heel dicht bij de jazz. „Jazz immers, is het scheppen van muziek op dit moment, op deze plek.”

Wacht, ze zullen het eens voordoen. Wesseltoft draait zich om naar zijn piano, slaat een paar toetsen aan en herhaalt een bedachtzaam akkoord. Terwijl Schwarz aan de knoppen van zijn mengpaneel draait, klinken mystieke tonen uit zijn computer, die langzaam aan een metalige klank krijgen. Na twee minuten klinkt een beat, ingetogen en toch stuwend. Uiteindelijk smelten alle klanken samen. Dan doet de muziek denken aan een warme zomernamiddag die ieder moment in een knetterende onweersbui kan ontladen.

Het draait om improvisatie, zeggen ze even later. Daarom gebruikt Schwarz tijdens de optredens ook geen vooraf opgenomen tracks. Dat haalt de magie weg. Repeteren doen ze ook niet. Hebben ze wel een keer geprobeerd. „In de repetitieruimte klonk het geweldig, in de zaal vond niemand het leuk. De communicatie met het publiek ontbrak.”

Tegenwoordig gaan de mannen met ‘niets’ het podium op. Hoogstens hebben ze een lijn in hun hoofd. Daar spelen ze dan om heen. De volgende avond, in een voor driekwart gevulde Royal Festival Hall, laten ze zien hoe dat werkt. Op een immens podium zitten ze achter hun instrumenten. Naast een akoestische en een elektrische piano zijn dat twee laptops, een midi-keyboard en een controller. De lijn bestaat uit een minimale beat, afkomstig uit de computer. Wesseltoft speelt piano of slaat met zijn handen op de snaren. Zijn akkoorden worden vervormd. Soms klinken ze hoog, dan weer laag. Soms ook worden ze uitgerekt of versnellen ze juist, als een hardloper die een sprint trekt. Maar bovenal is de muziek introvert; subtiele dance om naar te luisteren, niet om op te dansen.

Slechts een keer lijkt de Schwarzonator te haperen. Een dag eerder had een van de deelnemers aan de Red Bull Music Academy het nog gevraagd: „Wat doen jullie als er iets mis gaat? Als de computer vast loopt?” Schwarz had gelachen en naar zijn collega gewezen: „Dan heb ik Bugge!” En de Noor? Die had terug gegrijnsd. „Als alles mis gaat, is er maar één oplossing. Speel blues in f!”

Zie voor discussie over de Schwarzenator de fora van: dubstep.nl, livepa.org,djhistory.com, djbroadcast.nl.