Nieuwe verzetjes

Na een paar keer te zijn ondervraagd en digitaal gefotografeerd (gezicht en vingertoppen), bereikte ik mijn plaats van bestemming en ontdekte dat ik mijn transistorradiootje thuis had laten staan. Maar gelukkig: op het nachtkastje stond een apparaatje dat er radioachtig uitzag. Matzwart, zeven knopjes, een draaischijfje voor de zenders en nog een schijfje voor hard en zacht. Maar hoe ik ook toetste en draaide, ik kon het station dat ik wilde hebben niet vinden. WQXR, the Classical Station of the New York Times, met mooie muziek en ieder uur nieuws. Ik vond een ander, het enige in New York, dat de hele dag rock ’n roll uitzendt. Vooruit dan maar. It makes me feel so young, dacht ik. Maar dat viel tegen. Na een uur waren de muziek en de reclame niet meer te verdragen.

Hier om de hoek is een winkel van de Radio Shack, een enorme keten. Daar was ik lang niet geweest. Ik bekeek de verzameling iPods, mobieltjes, blackberries, kastjes waarin allerhande vernuft was opgehoopt, om te twitteren, het laatste nieuws, de nieuwste film te bekijken, foto’s te maken, nog veel meer, maar niets dat eruit zag als een transistorradio. Eerlijk gezegd, ik was zo diep onder de indruk van deze uitstalling van eigentijds hypervernuft dat ik zonder vragen weer naar buiten ben gegaan.

Terug in mijn kamer zette ik de televisie aan. Vijf uur, tijd voor het nieuws van CBS of NBC. Daar werd veel werk gemaakt van Obama’s gezondheidszorg. Daarna kwam het nieuws over de lijfarts van Michael Jackson. Deze dokter Conrad Murray blijkt allerlei dingen te hebben gedaan die niet mogen, en te hebben nagelaten wat noodzakelijk was. De presentatoren, een man en een vrouw, trokken er een ontzet gezicht bij. Daarna kwam er iets luchtigers. Ze waren zichtbaar opgekikkerd, er werd hartelijk gelachen.

In Amerika is het nieuws op de televisie een show. Dat is al heel lang zo, maar het kan nog altijd showiger, door de selectie van de onderwerpen en de manier waarop de presentatoren zich met het onderwerp vereenzelvigen, geintjes maken of laten merken dat het huilen ze nader staat dan het lachen. In Nederland zijn we nog aanmerkelijk gereserveerder maar langzaam gaat het dezelfde kant op. Vooral in het scheppen van een hype worden we steeds beter.

En natuurlijk, zoals het hoort maken de cultuurcritici zich bezorgd. Een klassiek boek over het verschijnsel is dat van Neal Gabler, Life the Movie, How Entertainment Conquered Reality, waarvan de strekking is dat in de populaire media de indruk wordt gewekt dat de wereldgeschiedenis zich ontwikkelt om het publiek aan de televisie een eindeloze reeks van spannende avonden te bezorgen. Dit boek is gepubliceerd in 1998.

Dat was toen internet vergelijkenderwijs nog in de kinderschoenen stond. Eind vorig jaar is er een boek verschenen dat je als het vervolg daarop kunt beschouwen, Empire of Illusion, the End of Literacy and the Triumph of Spectacle, van Chris Hedges, winnaar van de Pulitzerprijs en met een lange carrière in de journalistiek en de wetenschap. De wereld die het onderwerp van Gabler is, lijkt een kinderspeeltuin vergeleken bij de digitale gruwelkamer die Hedges beschrijft. Neem dat van mij aan.

En hoe beter de digitale apparatuur, hoe gemakkelijker dit virtuele spookhuis toegankelijk wordt. Probeer het zelf op uw hypergeavanceerde laptop.