Moedermoord

We beseffen pas dat we van onze moeder hielden als ze er niet meer is, schijnt Guy de Maupassant ooit geschreven te hebben.

Het is het motto van de ongewoonste film die ik de laatste tijd zag: J’ai tué ma mère van de Canadese filmer Xavier Dolan. Geen film voor een groot publiek, ook uit Amsterdam is hij alweer verdwenen, maar wel een die nog dagen op mijn netvlies natrilde, al heb ik zelf nooit de neiging gehad mijn moeder te vermoorden. Het wonder van deze film is in de eerste plaats de maker zelf, Xavier Dolan, een jongen van twintig, die niet alleen de film schreef en regisseerde, maar ook de hoofdrol voor zijn rekening nam – en hoe.

Talent!

In interviews excuseert hij zich voor het feit dat hij zo jong is en dus nog zo weinig te zeggen heeft. Bij deze film hinderde dat niet, want die gaat over het enige waar hij meer verstand van heeft dan wij: de relatie met zijn moeder, een alleenstaande vrouw. Ze vroegen hem of zijn moeder de film al gezien had. „Nee”, zei hij bedremmeld, „en dat is ook maar beter”.

Dolan speelt zichzelf in deze semi-autobiografische film. Hij heeft het voortdurend aan de stok met zijn moeder, hij scheldt harder en gemener dan zij, hoewel zij zich ook niet onbetuigd laat. In het begin hebben de scènes met zijn verwijten nog iets cabaretesks, maar ze worden steeds wreder, uitmondend in kreten als: „Nu begrijp ik waarom geen man jou nog wil hebben.”

Zijn moeder staat voor een wereld van kleinburgerlijkheid die hij als beginnend kunstenaar hartgrondig verfoeit. Daar begint ook de tragiek, want die moeder wil wel van hem houden, maar ze begrijpt niet wat hem bezighoudt, een diepe mentale kloof heeft zich tussen hen geopend. Dolan doodt zijn moeder overdrachtelijk door op zijn middelbare school te vertellen dat zij overleden is.

Als toeschouwer koos ik voor de moeder, omdat haar iets overkomt waar geen ouder zich tegen verweren kan: een kind dat zich geestelijk van je terugtrekt. Wat haar nog het meest grieft, is dat zij van een vreemde moet horen dat hij een homoseksuele relatie heeft. Ten slotte stuurt ze hem naar een internaat – de genadeklap voor hun relatie.

Slechte of middelmatige films vergeet ik tegenwoordig onmiddellijk, van de betere films onthoud ik nog lang de sfeer of één bepaalde scène. Van deze film zal dat de scène zijn waarin de directeur van het internaat telefonisch aan de moeder meldt dat haar zoon is weggelopen. Voorzichtig vraagt hij: mist de jongen thuis niet een bepaald vaderlijk gezag?

Dan volgt de enige keer waarop de moeder zich volledig laat gaan. In een minutenlange tirade scheldt ze de man de huid vol: dat zíj altijd voor dat kind heeft moeten zorgen, dat de vader daar te laf voor was en dat ze haar buik vol heeft van de walgelijke machopraatjes van al die kerels die denken dat ze het beter weten. Ik zag achter haar een hele generatie van alleenstaande moeders opstaan.

„Wat zou je doen als je zou horen dat ik dood was?” vraagt de zoon haar in een van zijn woedende buien. „Ik zou morgen sterven”, zegt de moeder. Dat Dolan haar in zijn film die zin laat zeggen, bewijst dat hij inmiddels wel beseft hoeveel ze van hem is blijven houden – ondanks alles. Misschien komt er nog een tijd waarin hij haar zijn film kan laten zien.