'Mijn domein is schuld en schaamte'

Na zijn debuutroman Politics werd Adam Thirlwell meteen bestempeld tot briljante Britse schrijver. Zijn nieuwe roman heeft met politiek niets te maken, het is een spel met de vorm.

Eerst gaan we zijn buurt bekijken. Adam Thirlwell (32), die door het Britse tijdschrift Granta op zijn 25ste, nog vóór publicatie van zijn eerste roman, tot een van de beste twintig jonge Engelse schrijvers werd gebombardeerd, woont in Noord-Londen. Tussen mooi gerenoveerde arbeiderswoningen en prachtig onderhouden Victoriaanse panden aan keurige pleintjes. Achter een enorme parkeerplaats strekt zich een markt uit zoals de Amsterdamse Albert Cuyp – mensen, talen en groenten uit alle windstreken.

Ja, even schrikken was het wel, al die aandacht voor zijn eerste roman Politics (2003), begint Thirlwell. „Ik was totaal onvoorbereid op lezers, op critici, ik raakte er volledig door van slag. Ineens moest ik voortdurend over mezelf praten, ik werd geacht overal een mening over te hebben. Mensen haatten mijn roman of ze vonden hem fantastisch, met een intensiteit die ik verschrikkelijk vond. En dan die interviews waarin mijn mening werd gevraagd over het belang van de roman of over de situatie waarin de roman verkeert. Ik had geen idee!”

Inmiddels staat Thirlwell niet meer met zijn mond vol tanden. Boven het geluid van zijn stofzuigende werkster uit, weet hij zijn flux de bouche te bewaren, sprekend en filosoferend in de beste traditie van de Britse retorica. Hij heeft in Oxford letteren gestudeerd. „Daar wordt je geleerd dat het werk van een schrijver helemaal losstaat van zijn leven. Stijl staat los van biografie. Het een heeft niets met het ander te maken.

„Toen ik begon met schrijven dacht ik dat je, om een goede schrijver te zijn, gewoon talent moest hebben. Talent was iets raadselachtigs, het was er of het was er niet. Tijdens mijn studie leerde ik dat je als romanschrijver juist duidelijk omschreven ideeën moet hebben over vorm en stijl. Maar als je zelf schrijver wordt, ga je daar vraagtekens bij zetten. De lezers van je roman blijken juist heel geïnteresseerd in je persoon. Dan wordt je karakter op de proef gesteld: ga je daarin mee of niet?”

Om die vraag nog even uit de weg te gaan schreef Thirlwell niet meteen een volgende roman, maar een vuistdik essay, The Delighted States. Dit boek – volgens de ondertitel, Book of Novels, Romances & Their Unknown Translators, Containing Ten Languages, Set on Four Continents, & Accompanied by Maps, Portraits, Squiggles, Illustrations, & a Variety of Helpful Indexes – is een bijzonder vormgegeven essay over de roman en over vertalingen, met favoriete auteurs als personages.

Flaubert

Het is een geestige reis langs de opvattingen van Gustave Flaubert en Laurence Sterne, Lev Tolstoj en Witold Gombrowicz, Jorge Luis Borges en Jane Austen en even zo vele cruciale momenten uit hun leven – voorzover het hun opvattingen over de roman betreft. Zo verklaart Thirlwell dat de Europese roman haar symbolische centrum vond toen Flaubert door de piramide van Cheops kroop. „Hij kwam Britse toeristen tegen die naar beneden kropen, ze hielden keurig halt om elkaar te begroeten. Pure komedie. Flauberts ontdekking dat oriëntalisme ook gewoon huiselijk is. Zuivere ironie.”

The Delighted States is zijn versie van Nabokovs ideale roman, aldus Thirlwell, „het boek heeft terugkerende personages; met een thema en variaties. Het heeft alleen geen plot, geen fictie en geen einde. Het is gebaseerd op de herhaling en variatie van specifieke elementen, niet op de eenheid van een lineair verhaal.”

In Politics gaan drie jongeren uit de Britse welvarende, kunstzinnige klasse een driehoeksverhouding aan, die uiteindelijk op niets uitloopt – een moderne versie van Simone de Beauvoirs beroemde debuutroman L’Invitée. Maar het leven van een bohémien blijkt niet over rozen te gaan en de seks gaat moeizaam. Thirlwell: „Iedereen dacht dat ik zelf in een ménage à trois leefde, maar dat was niet zo. Ik vond het gewoon een mooie ethische testcase, ik werd er intellectueel opgewonden van. Een stel is moreel gezien niet interessant. Maar hoe houdt de moraal zich als je trouw moet zijn aan twee mensen tegelijk? Ik vond toen dat de roman voor alles ironisch moest zijn en geen boodschap moest hebben. Alles diende ambigu te zijn.”

Bent u inmiddels van mening veranderd?

„Toen ik begon te schrijven was ik geobsedeerd door de puurheid van literatuur in tegenstelling tot ‘politics’. Ik was solidair met schrijvers als Milan Kundera, die zo hard vochten om politieke interpretaties van hun werk te voorkomen, om de politiek geen inbreuk te laten maken op hun werk. Die titel van mijn boek was enerzijds een grap om politiek getinte literaire critici op het verkeerde been te zetten. Aan de andere kant was hij bloedserieus. Want als je drie mensen bij elkaar zet, heb je al een miniatuurmaatschappij. Dan heb je verplichtingen tegenover mensen, komt de moraal om de hoek en kwesties van recht en onrecht. Nu zie ik dat het boek geëngageerder is en minder puur literair dan ik toen dacht.”

‘Politics’ kun je lezen als het portret van een verveelde generatie uit de betere klasse.

„Mijn generatie is lief, zoet, beminnelijk, misschien wel té. Wij hoeven niet tegen het stalinisme te strijden, vinden het fascisme niet op ons pad. We hoeven ons niet serieus over iets op te winden, er speelt geen kwestie van leven en dood. Via internet ligt de wereld aan onze voeten. Dat is een luxe positie. Wij hebben het al moeilijk als we in een bohémienachtige levensstijl verzeild raken, in een driehoeksrelatie. Aan de andere kant weten we heel goed dat er onrecht is, dat er enorme klimaatproblemen zijn. Dat bezorgt velen van mijn generatie een schuldgevoel. Tegelijkertijd zetten we vraagtekens bij de politiek. Ik herinner me een grote demonstratie tegen het begin van de oorlog in Irak, miljoenen mensen op straat. Blair negeerde die demonstratie, het liet hem koud en hij ging gewoon door. Dat heeft mijn denken over de politiek, over engagement sterk beïnvloed. Als een protestmars van drie miljoen mensen niets uitmaakt, waarom zou je dan een boos stuk schrijven in The Guardian?”

Thirwells recentste roman, De vlucht, is inderdaad a-politiek en vooral een spel met vorm en vertelstem. Achterin staat een indrukwekkende lijst van klassieke auteurs aan wie Thirlwell citaten heeft ontleend. De plot is van ondergeschikt belang. Hoofdpersoon in het boek is Haffner, een 78-jarige rokkenjager en ex-bankier die een tijdje in een Zwitsers kuuroord verblijft om zich om de nalatenschap van zijn overleden echtgenote te bekommeren. Tijdens zijn verblijf legt hij het aan met verschillende vrouwen. De roman opent als Haffner, verstopt in een kast, een stel begluurt dat in hun hotelkamer de liefde bedrijft.

Weer een driehoek, weer seks.

„Ja, ik weet het. Ooit zal ik rijper worden en een roman schrijven zonder seks. Maar ik vond die scène ongelofelijk leuk. Ik werd een keer wakker met dat beeld op mijn netvlies en ik zag er meteen de morele implicaties van in. Bij mij is het niet zozeer de seks die interessant is, als wel de onderdrukking ervan, de intellectuele kant van begeerte: je kent je verantwoordelijkheid, je weet dat je niet vreemd moet gaan, dat je geen pornografie moet kijken. En toch doe je het.”

In elk van de 20 hoofdstuktitels van De vlucht komt de naam van Haffner terug. De ongebonden Haffner. De amfibische Haffner. De woedende Haffner. De Romein Haffner. De naam wordt erin gehamerd. De positie van de verteller ten opzichte van de hoofdpersoon blijft dubbelzinnig. Net als in zijn eerste roman hanteert Thirlwell zowel een verteller in de derde persoon als een ‘ik’ die in het verhaal opduikt. Waarom dat meervoudige vertelperspectief?

Thirlwell: „Ik houd er niet van te schrijven: hij dacht dit, zij zei dat. Dat vind ik te gemakkelijk. Ik heb dus een andere vorm bedacht, ben een stapje verder gegaan. Ik blijf geobsedeerd door stijlkwesties en ik ben op dat punt flink ambitieus. Ik heb van mijn verteller een vriend van Haffner gemaakt. Die verteller denkt het hele boek dat hij hem goed kent. Pas aan het einde realiseert hij zich dat dat niet klopt. En de lezer ook.”

Vluchten

In plaats van zijn hoofdpersoon stap voor stap beter te doorgronden, laat Thirlwell hem vluchten – tot hij hem definitief ontglipt. Op de laatste bladzijde van zijn boek schrijft hij: ‘Hoe meer ik van Haffner wist, des te echter hij werd, dat was waar. En tegelijk verdween Haffner.’

Aan de vertelstemmen voegt Thirlwell ook nog die van zijn hoofdpersoon toe. ‘Laat me mijn eigen auteur zijn!’, laat hij Haffner uitschreeuwen. ‘Hij wilde degene zijn die gaandeweg zijn eigen verhalen bedacht. Alleen had hij dat toen niet gedaan; en nu kon hij het ook niet.’ Wat bedoelt Thirwell daarmee?

„Het draait om ‘in de val zitten’. Haffner denkt dat hij vrij is en tegelijkertijd is hij helemaal niet vrij. Dat is niemand. Wat er gebeurt, gebeurt gewoon, je kunt niets doen om het te stoppen. Je weet nooit wat er vanuit de verte opduikt om je leven te vernietigen, een tsunami, een overval of misschien iemand uit je omgeving die anders is dan je denkt. Je zoekt een manier om je eigen bestaan vorm te geven, je eigen auteur te worden, de auteur van je eigen leven. Zo heb ik met The Delighted States mijn persoonlijke, kleine literaire geschiedenis geschreven.”’

Als u nu die vormkant van uw schrijverschap even probeert te vergeten, waar draait het dan bij u eigenlijk om?

„Mijn domein is schaamte, schuld en vernedering. Geen idee waarom. Om dat te ontdekken zou ik in psychoanalyse moeten gaan. Van die thema’s krijg ik energie.’’

Adam Thirlwell: De vlucht. Vert. door Dirk-Jan Arendsman. Nieuw Amsterdam, 319 blz. € 18,50