'Mij zie je niet meer in Uruzgan'

Nu Nederland zijn vertrek heeft aangekondigd uit Uruzgan, zien de oude machthebbers kans op meer invloed. Dat zegt de vertrekkende gouverneur.

Asadullah Hamdam, gouverneur van Uruzgan, wacht al dagen in zijn huis in Kabul tot president Karzai tijd heeft om hem officieel te ontslaan. Dat het gaat gebeuren staat vast, zegt Hamdam telefonisch. „De minister van Lokaal Bestuur heeft mij laten weten dat Karzai verandering wil in Uruzgan en dat ik in Kabul moet blijven.”

Hamdam, in oktober 2007 onthaald als een hoogopgeleide bruggenbouwer die met Nederlandse steun het provinciale bestuur zou gaan opbouwen, wordt beschuldigd van corruptie. „Ik zou geld hebben gevraagd van GTZ.” Dat is de Duitse ontwikkelingsorganisatie die het grootste opbouwproject in Uruzgan uitvoert, de aanleg van een weg tussen Tarin Kowt en Chora. „Ik aanvaard het ontslag maar de beschuldiging niet. Ik denk dat die gebruikt wordt als een excuus om mij weg te krijgen.”

Wie daarachter zou zitten weet Hamdam niet zeker, maar hij wijst naar de drie powerbrokers in Uruzgan: oud-gouverneur en krijgsheer Jan Mohammed Khan, diens neef en militieleider Matiullah Khan, en politiechef Juma Gul, veelvoudig beschuldigd van machtsmisbruik en corruptie.

Hamdams periode in Uruzgan is een vrijwel constante strijd geweest met vooral Jan Mohammed, wiens ontslag in 2006 een voorwaarde was voor Nederland om aan de missie te beginnen. De oud-gouverneur trok systematisch zijn Popolzai-stamgenoten – een minderheid – voor en schuwde geweld daarbij niet. „Nu de Nederlanders hun vertrek aangekondigd hebben neemt de invloed van de Popolzai weer toe”, aldus Hamdam.

Tekenend voor de spanning tussen de stammen is dat er geen Popolzai aanwezig waren toen een grote groep stamleiders gisteren een petitie overhandigde aan de Nederlanders waarin zij aandringen op verlenging van de missie. Dat meldde de Wereldomroep.

Een van de redenen dat Hamdam gouverneur werd was dat hij niet verbonden is aan een stam in Uruzgan. Als buitenstaander zou hij bestuurders kunnen selecteren op hun kwaliteiten, niet op hun achtergrond. Hij wilde de stamverhoudingen in het provinciebestuur beter in balans te brengen.

Maar Hamdam heeft het nooit echt kunnen winnen van Jan Mohammed, die oude vrienden is met stamgenoot Karzai. En de militie van Matiullah Khan beveiligt nog altijd de weg tussen Tarin Kowt en Kandahar. „Het stammenprobleem is misschien wel groter dan het probleem met de Talibaan”, zei Hamdam eerder in deze krant.

De gouverneur wordt tijdelijk vervangen door Khodai Rahim Popal, een oom van Matiullah Khan. Hamdam vermoedt dat „ze” zullen proberen een Popolzai als zijn opvolger te krijgen. Hij is niet rouwig om zijn ontslag, hij heeft er zelf vaak om gevraagd. „De afgelopen jaren waren de moeilijkste van mijn leven. Mij zie je niet meer in Uruzgan.”

De lange val van het kabinet: zaterdag in het Weekblad