Langzaam breekt het ijs tussen VS en Rusland

Vandaag bevestigen Moskou en Washington telefonisch een nieuw kernwapenverdrag.

Daarmee verdwijnen niet opeens alle spanningen die de laatste jaren zijn ontstaan.

Na maanden van moeizame onderhandelingen zijn de Verenigde Staten en Rusland het bijna eens over een nieuw verdrag voor de vermindering van strategische kernwapens. Beide partijen treffen al voorbereidingen voor de plechtige ondertekening van het verdrag, begin april in Praag, door de presidenten Obama en Medvedev.

De doorbraak in het overleg werd woensdag gemeld door een anonieme Kremlin-woordvoerder. Het Witte Huis bevestigde dat alle grote obstakels nu uit de weg zijn geruimd, maar tekende aan dat Medvedev en Obama het akkoord vandaag nog in een telefoongesprek moeten bevestigen.

De nucleaire arsenalen van de twee grootmachten zouden onder het nieuwe verdrag aanzienlijk ingekrompen worden. Details zijn nog niet bekendgemaakt, maar volgens The New York Times wordt het maximaal toegestane aantal geplaatste kernkoppen met ruim een kwart verminderd. Het maximumaantal nucleaire raketten en bommenwerpers wordt gehalveerd.

Het akkoord zou voor Obama het eerste belangrijke resultaat zijn van zijn nucleaire politiek, die uiteindelijk moet leiden tot een wereld zonder kernwapens. In april vorig jaar kondigde hij, ook in Praag, die doelstelling aan. Het nieuwe verdrag komt in de plaats van het Strategic Arms Reduction Treaty (START) uit 1991 en het Verdrag van Moskou uit 2002.

Met dit nieuwe akkoord zetten Rusland en Amerika ook een eerste concrete stap in het herstel van hun betrekkingen, waar de regering-Obama meer dan een jaar geleden al op aandrong.

In februari 2009 zei de pas aangetreden vicepresident Biden dat de relatie met Rusland gevaarlijk was vastgelopen. Het was hoog tijd „om op de resetknop te drukken”. Dat lijkt nu te gebeuren, met een instrument van ontspanningspolitiek dat in de Koude Oorlog goede diensten heeft bewezen.

Daarmee zijn niet opeens alle spanningen verdwenen die de afgelopen jaren tussen Washington en Moskou zijn ontstaan. Zo blijven er grote verschillen van mening over onder meer de uitbreiding van de NAVO, de bouw van een raketschild in Europa en de militaire en politieke rol die Amerika en Rusland in de wereld en in de eigen regio spelen. Maar met de overeenstemming die ze nu bereikt hebben over de vermindering van kernwapens laten beide regeringen zien dat al die twistpunten een zakelijke toenadering niet in de weg hoeven staan.

Als de presidenten Medvedev en Obama het verdrag eenmaal hebben ondertekend, moet het nog worden geratificeerd door de Russische Doema en de Amerikaanse Senaat. Dat het zover komt is geen uitgemaakte zaak. Maar de voordelen van het verdrag voor beide landen zijn duidelijk.

Het biedt Rusland de gelegenheid om verouderde onderzeeërs en intercontinentale raketten af te danken, zonder dat dit ten koste gaat van zijn positie als nucleaire supermacht op ongeveer gelijk niveau met de Verenigde Staten.

Zowel om financiële als om internationaal politieke redenen is dat belangrijk voor Moskou. Zoals het ook goed is voor het Russische aanzien in de wereld dat Moskou nu samen met Washington voorop loopt bij het belangrijke vraagstuk van de nucleaire wapenbeheersing. De Russen tellen weer mee.

Voor de regering-Obama is het verdrag van groot belang omdat de president voor het eerst daden voegt bij zijn mooie woorden over het streven de wereld uiteindelijk van alle kernwapens te ontdoen – ook al blijft dat ook nu nog een ver en onzeker perspectief.

In april vorig jaar zette Obama in Praag zijn visie op kernwapens uiteen. Hij beloofde dat Amerika de rol van kernwapens in zijn nationale veiligheidsstrategie kleiner zou maken. En hij sprak zijn steun uit voor de zogeheten Global Zero-beweging, die een kernwapenvrije wereld nastreeft. „Dit gaat mensen overal te wereld aan”, zei Obama destijds in Praag.

Nu kan hij, een jaar later en opnieuw in Praag, laten zien dat hij het niet bij woorden heeft gelaten.

De Amerikaanse president heeft zich ten doel gesteld het verdrag tegen de verspreiding van kernwapens, het zogeheten Non-Proliferatieverdrag (NPV), nieuw leven in te blazen. Dat verdrag berust op drie afspraken: de oorspronkelijke vijf kernwapenstaten zullen hun arsenalen afbouwen, de landen die geen kernwapens hebben zullen ze niet verwerven, en alle landen krijgen toegang tot nucleaire technologie voor vreedzame doeleinden.

Door nu te laten zien dat de Verenigde Staten en Rusland hun verplichtingen onder het NPV serieus nemen, hoopt Obama dat hij landen die (nog) geen kernwapens hebben beter kan houden aan hún verplichtingen: geen kernwapens ontwikkelen. Want maar al te vaak is de VS de afgelopen jaren voor de voeten geworpen dat hun pogingen om de nucleaire ambities van bijvoorbeeld Noord-Korea en Iran te blokkeren niet geloofwaardig zijn. De VS en de andere kernmachten nemen immers zélf hun verplichtingen op ontwapeningsgebied niet serieus, luidt dan het verwijt.

In april vindt op initiatief van Obama in Washington een internationale conferentie over nucleaire veiligheid plaats, over onder meer het gevaar van nucleair terrorisme. In mei volgt in New York de vijfjaarlijkse evaluatie van het NPV plaats. Voor Obama is het belangrijk dat hij voor die tijd resultaten kan tonen.