Kinderen geven concert, maar zeggen niet waar

Arnon Grunberg reist van Istanbul naar Bagdad en doet verslag van zijn belevenissen. Vandaag bezoekt hij de Stichting Vrede door Kunst in Bagdad. Aflevering 18.

Karim Wasfi is dirigent van het Irakese Nationaal Symfonie Orkest. Als ik in Bagdad arriveer, is hij net met zijn gehele orkest per trein naar Basra vertrokken om daar op te treden. Ik was graag met hem meegereisd.

Behalve dirigent is Wasfi ook oprichter en manager van de Stichting Vrede door Kunst. In een betrekkelijk goed beveiligde villa in de wijk Al Mansour geeft de stichting muzieklessen aan jongeren van 6 tot 25. Ook kunnen de kinderen daar lessen in etiquette krijgen.

In de villa spreek ik de assistente van Wasfi, Ghadi Al Tiea’a, een goed verzorgde, westers aandoende vrouw van in de veertig. Ghadi is ballerina, maar aangezien Irak wel een opleiding had om ballerina te worden maar geen eigen ballet heeft ze tot haar spijt nooit gedanst, alleen lesgegeven.

Nu is haar droom dat zij voor de Stichting Vrede door Kunst ook balletles zal gaan geven.

„Waar komt het geld eigenlijk vandaan voor de stichting?” vraag ik haar in haar kantoor.

„Van meneer Wasfi zelf”, zegt ze.

„Doet de staat iets?”

„Nee”, zegt ze, „soms krijgen we geld van rijke mensen.”

„Geloof u echt dat er vrede kan komen door kunst?” vraag ik.

„Ja”, zegt ze, „dat geloven we echt. De kinderen komen hier uit alle lagen van de bevolking. Arme kinderen betalen niets, rijke kinderen betalen een bijdrage. Ze komen drie, vier keer per week na school.”

Ze laat me de lokalen zien. Sommige van de lokalen zijn van elkaar gescheiden door middel van het soort hout dat gebruikt wordt voor figuurzagen.

In de middag woon ik een repetitie bij van een orkest met een twintigtal kinderen. De dag erop hebben ze een concert.

Ali Khasaf, tweede dirigent van het Irakese Nationaal Symfonie Orkest, is niet meegegaan naar Basra, om bij de kinderen te blijven. Hij heeft een snor en grijze krulletjes.

Ze spelen Händel, wat stukken van Khasaf zelf die aan marsmuziek doen denken en tot slot Beethovens Alle Menschen werden Brüder.

De klarinettist is een klein dik jongetje van 13. Ik kan mijn ogen niet van hem afhouden.

In de pauze zegt Khasaf: „We zijn vier maanden bezig. Ze komen uit alle buurten van Bagdad. Hier bestaat geen etniciteit, alleen muziek.”

„Waar vindt de uitvoering morgen plaats?” vraag ik.

Khasaf aarzelt. „Dat zeg ik liever niet”, zegt hij. „Vanwege veiligheidsredenen. Schrijf maar op: ‘In een club.’”

(morgen slot)