Ik wil meedoen én observeren

Renske de Greef (26) is schrijfster. Vanaf maandag is zij de nieuwe columnist van nrc.next op pagina 2.

„Ik ben op zoek naar de gelijkenis met anderen.”

Renske de Greef is 1 meter 85. Of misschien zelfs nog wat langer, ze weet het niet precies. Dus treft het niet dat ikzelf net vandaag platte schoenen draag. Ik zeg er wat van terwijl we samen door de stad naar het park lopen. En terwijl ik dat doe besef ik: dit is dus wat iedereen altijd als eerste tegen haar zegt.

Gelukkig, ze lacht. Ze zegt dat ze laatst een tijdje zichzelf niet meer googlede. Altijd die commentaren: haar lengte, haar stem, haar issues. Ze begrijpt het wel: dat krijg je ervan als je op je achttiende columns over seks gaat schrijven. En als die columns twee jaar later ook nog eens worden gebundeld en dat boekje goed wordt verkocht.

Maar dat was toen. Intussen heeft ze ook twee romans geschreven. Die lovend ontvangen zijn. En dat is fijn, want sinds ze schrijft weet ze: dit wil ik eeuwig blijven doen. En ze weet ook: op een bepaalde manier gaat wat ze schrijft altijd over hetzelfde. Simpel gezegd is dat de spanning tussen gekte en houvast, tussen onderhuidse spanning en beschermende geborgenheid.

Daar gaan we het straks uitgebreider over hebben, als we een bankje in de zon hebben gevonden. Eerst lopen we nog hier, door de wijk waar ze geboren en getogen is. Haar ouders wonen er nog steeds, in hetzelfde huis. Zelfs haar naam staat nog op de voordeur, ook al woont ze allang niet meer thuis. Ze is er nu even vanwege een begrafenis.

Kijk, daar heb je het huis dat de bewoners Villa Kakelbont hebben genoemd. Als kind fantaseerde ze over de geheimen van dat huis. Ja, je zou kunnen zeggen dat het vroeg begon, haar zoektocht naar de spanning tussen binnenwereld en buitenwereld. Zelf zit ze nu middenin een verhuizing. Ze krijgt een eenpersoonsappartement met een klein balkon. Als je op dat balkon staat, kun je bij allemaal andere huizen naar binnen kijken. Dat was een belangrijke reden om het te huren. Maar voor haar eigen ramen gaat ze zware gordijnen hangen.

We lopen voorbij een bankje waar een zwerver op zit. Twee bankjes verder is het leeg. De eerste vraag is altijd gemakkelijk, dat hoort.

Wat is leuk aan schrijven?

„Dat ik een beeld in mijn hoofd kan omzetten in woorden. En dat die woorden op hun beurt weer iets nieuws aangaan. Iets wat andere mensen in staat stelt mee te voelen met dat beeld in mijn hoofd.”

Jemig.

„Ik bedoel het niet zo moeilijk hoor. Ik bedoel dat een column is gelukt als iemand die hem leest even heeft meegekeken in mijn wereld. En op het moment dat hij meekijkt in mijn wereld moet er ook in zijn eigen wereld een beeld ontstaan. Zodat hij mijn beeld kan afmaken met zijn fantasie – en het zijn eigen beeld wordt.”

Dan is de volgende vraag dus: ben je ook geïnteresseerd in onze wereld, de wereld van de mensen om je heen?

„Daar komen mijn beelden vandaan. Ik kijk om me heen, registreer details en verzin er theorietjes bij. Ik hou van de gekte van mensen en probeer die te beschrijven zonder erover te oordelen. Er is veel gekte zonder dat dat zo wordt genoemd. De gekte op een beurs bijvoorbeeld. Of de gekte van een tuincentrum. Op beurzen komen mensen samen die zeggen: de echte wereld interesseert me nu even niet, ik hou me vandaag alleen bezig met caravans, met tuinkabouters of met Star Wars. Die mensen creëren op zo’n dag met z’n allen een universum waarin ze eventjes veilig zijn. Dat snap ik. En dat vind ik ontroerend.”

Wat doe je het liefst, met mensen praten of hen observeren?

„Ik hou van observeren, maar ik vind het moeilijk om alleen maar buitenstaander te zijn. Ik doe graag mee. Meelopen op anarchistendag, meefeesten op een asian party, meedoen met raw foodies. Ik geloof in vierentwintiguursgekte: ergens even helemaal in meegaan. Natuurlijk schakel je dan je reserves niet uit, dat is onmogelijk. Maar door jezelf mee onder te dompelen snap je misschien beter wat mensen bezielt.”

Je wilt mensen begrijpen?

„Ik wil me graag inleven in mensen. En hoe verder iemand van mij afstaat, des te spannender dat is. Dat komt denk ik doordat ik altijd zoek naar de gelijkenis tussen andere mensen en mijzelf. Dat maakt dat inleven ook zo intiem. Iedereen zoekt houvast en ik zoek naar de details van dat houvast. Ik kijk ook altijd bij andere mensen in hun boodschappenwagentje: wie zijn ze, wat voor avond gaan ze tegemoet. Dan zie je vaak de kwetsbaarheid van mensen. Een oudere meneer die zichzelf gaat verwennen met vier saucijzenbroodjes. Als ik dat zie moet ik echt tegen mezelf zeggen: nee, hij is niet zielig, hij gaat gewoon lekker eten vanavond.”

Ze kijkt langs me heen naar de zwerver op het andere bankje. Twee motoragenten zijn bij hem gestopt, één van hen is afgestapt en zit nu op het bankje zachtjes met hem te praten. Na een paar minuten gaan de agenten weer weg, de zwerver blijft zitten. Ze zegt dat ze dat nou mooi vindt. Dat ze zich nu een beetje schaamt omdat zij eerder achteloos aan hem voorbij liep. En dat ze zich afvraagt of hij eenzaam is of juist vier saucijzenbroodjes voor zijn kaartspelende Hell’s Angels-vrienden heeft gekocht.

Hoe zit het met je eigen houvast?

„Ik ben eigenlijk heel huiselijk.”

En zeker ook verlegen?

„Je gelooft het niet, hè. Maar ik ben echt huiselijk. Ik ga ook graag naar Ikea. Urenlang door al die nepkamertjes lopen. En ja, ik ben verlegen. Iedereen is toch verlegen? Voor mij betekent verlegenheid dat iemand tegen je zin in jouw ruimte komt – en dat je je daar dan uit moet vechten op een moment dat je er net even niet de goede grap of de juiste reactie voor hebt. Maar oké, bij mensen met wie ik me veilig voel neem ik zelf ook veel ruimte in. Ik praat graag. Maar ik ben dus wel van het harmoniemodel. Ik hou er niet van om fel te zijn. Dat vind ik niet spannend. Spannend vind ik: iemand in een Ork-pak die uit een broodtrommeltje zit te eten.”

Ben je zenuwachtig om te beginnen als columnist?

„Eerst was ik dat wel. Maar toen ik ja had gezegd, dacht ik: het wordt gewoon leuk.”

Columnisten hebben vaak meningen. En jij wilt niet eens oordelen.

„Sterker, ik twijfel voortdurend. Ik ben nu een paar keer geïnterviewd en dan las ik het terug en dacht ik: vind ik dat nou echt? Je hebt mensen die heel sterk uit de hoek kunnen komen met wie ze zijn en wat ze vinden. Ik hou van zoeken. Ik ben iemand die zich makkelijk laat overtuigen. Ik weet niet of dat slecht is.”

Je column begint in verkiezingstijd.

„Ja, hou op. Maar mijn manier van schrijven sluit een gesprek met een politicus natuurlijk niet uit. Alleen zal dat gesprek dan misschien niet gaan over zijn verkiezingsprogramma, maar over herkenningspunten in een wereld die ver van mij af staat.”

Je gaat ons je kwetsbaarheid tonen?

„Dat kan niet anders. De gelijkenis tussen andere mensen en jezelf zit vaak op de plek waar het een beetje zeer doet. Als iets ongemakkelijk aanvoelt betekent dat meestal dat je dat gevoel met meer mensen deelt. Ik schrijf ook graag over mijn eigen mislukkingen. Dat is niet zo moeilijk als het lijkt, want de beschrijving heb je zelf in de hand. Het zou veel erger zijn als een camera die mislukking registreerde. Maar ook in je beschrijving ga je wel degelijk op zoek naar waar het schrijnt. De ietepetieterige menselijkheid van dingen, die is vaak mooi en treurig tegelijk.”

En al doende word je dan ons bezit.

„Ja, dat vind ik wel gek. Ik word straks een personage dat heel dicht bij mezelf staat.”