Idolaat van huisvriend Pierre totdat...

Scenarist Olivier Ka werd in de jaren 70 misbruikt door een hippiepater.

Hij beloofde te zwijgen. Tot hij zijn trauma uitbraakte in de vorm van een stapel papier.

Vorige maand onthulde NRC Handelsblad dat er in een rooms-katholiek internaat in ’s-Heerenberg in de jaren zestig minderjarigen waren misbruikt. Door het bericht werd een beerput opengetrokken: honderden mannen (en een enkele vrouw) verbraken het zwijgen en meldden zich.

Maar dat is Nederland. Scenarist Olivier Ka woont in Frankrijk. Hij was twaalf en zijn ervaring speelde zich af in de jaren zeventig. Hij beloofde Pierre, de pastoor, om het nooit aan iemand te vertellen. Jaren later vertelde hij het toch, aan zijn moeder, maar daarna stopte hij het meteen weer ver weg.

Totdat hij – zelf al in de dertig – zijn dochter van twaalf zag en ongelooflijk boos werd. Hij realiseerde zich toen pas „welke macht een volwassene heeft over een kind, zeker als hij een bijzondere status heeft, zoals een priester, een onderwijzer, een familielid.” Ka vertelde het in een interview met De Standaard. „Dat zo iemand misbruik heeft gemaakt van zijn positie om me te manipuleren, dat was een onverdraaglijke gedachte voor me.”

Ka was misbruikt en hij kon die traumatische ervaring niet langer negeren. Hij besloot het hele verhaal te vertellen aan een vriend, de tekenaar Alfred (pseudoniem van Lionel Papagalli). Die zag er meteen beelden bij, en hun samenwerking resulteerde in de strip Waarom Pierre dood moest.

De titel doet wellicht een rancuneus boek vermoeden, maar niets is minder waar. Olivier Ka is extreem genuanceerd over zijn ervaringen. In hetzelfde interview in De Standaard zei hij: „Pierre is een deel van prachtige herinneringen uit mijn kindertijd, hij heeft me mede gemaakt tot wie ik ben geworden, hij was een heel goede gids voor me, een buitengewoon menselijk en genereus iemand. Maar hij had die demon in zich, die ik liever niet was tegengekomen.”

De strip bestaat uit verschillende delen, en ieder deel heeft een eigen tekenstijl. Het eerste deel beschrijft in vrolijke kleuren de onbezorgde jeugd van Olivier, die opgroeit met hippieouders. De jongen is idolaat van huisvriend Pierre, een linkse pastoor met een ruige baard en een bulderende lach.

Vanaf zijn tiende gaat Olivier ’s zomers een maand op kamp, Pierre is een van de begeleiders. Als hij twaalf is gaat het mis. Hij voelt de bui al hangen als Pierre hem op het strand vraagt om hem die nacht te masseren. De nachtelijke scène is even onheilspellend als sterk getekend. Zeer donkere vlakken, waarin je niet veel concreets te zien krijgt.

De scène waar Olivier zijn trauma ‘tegen het lijf loopt’ is in een grillige stijl getekend: ieder plaatje is losser en schever dan het vorige. Het wereldbeeld van Olivier kantelt letterlijk. Alfred tekent vervolgens hoe Olivier zijn trauma ‘uitbraakt’ in de vorm van een hele stapel papier. ‘Ik ga tot op de bodem. Tot aan het heden. En mijn verhaal is af.’

Maar dan komt nog het mooiste stuk. Olivier Ka gaat samen met Alfred op bezoek bij de pastoor. Ineens schakelt de strip over naar fotografie. Een sterk stijlmiddel, dat doet denken aan de animatiefilm Waltz with Bashir, waarin ook plots wordt overgeschakeld naar ‘echte’ beelden. Na de confrontatie met Pierre is Olivier kapot, maar hij heeft het verhaal volbracht. ‘Ik heb Pierre gedood...’

Voor een boek dat zo duidelijk een therapeutisch proces beschrijft is Waarom Pierre dood moest opvallend goed behapbaar. Tekenaar en scenarist hebben scherpe keuzes gemaakt, waardoor het verhaal niet inzakt.

Soms heb je als uitgever de actualiteit mee. Toen het boek verscheen, was het misbruik van minderjarigen in de katholieke kerk geen nieuws. Toch ontving het album de publieksprijs bij het belangrijke stripfestival van Angoulême. En eind februari barstte toen de bom. Waarom Pierre dood moest bleek opeens een perfect getimed boek.

Alfred en Olivier Ka: Waarom Pierre dood moest. Oog & Blik, 112 blz. € 19,90.