Hier luistert de kakkerlak naar God

De communistische dictatuur bracht menig schrijver tot grotere prestaties dan diens collega onder het autoritaire regime van Poesjkin, zo blijkt uit een nieuwe verhalenbundel.

Moderne Russische verhalen. Samengesteld en vertaald door Arthur Langeveld en Madeleine Mes. Atlas, 656 blz. € 44,90

In Rusland hoef je de straat maar op of je stapt in een roman van Dostojevski. Een voorbeeld: op de hoek tegenover mijn Moskouse huis ligt terwijl ik dit schrijf een dronkaard in de sneeuw en voor het kerkje ertegenover staan vier bedelaars te kleumen, terwijl een nieuwe rijke zijn BMW met chauffeur voor de icoon aan de kerkgevel laat stilhouden om die te kunnen kussen, onder het toeziend oog van zijn lijfwachten die hem tegen het kwaad beschermen.

Een ander voorbeeld: in het dorp aan de Wolga waar ik wel eens kom, heeft dronken Vasja zijn kind een paar jaar geleden doodgeslagen omdat hij het nachtelijke gekrijs uit de wieg niet meer kon verdragen. Nu zit hij met zijn accordeon nog dronkener voor zijn deur dan voorheen en zingt weemoedige liedjes. Zijn vrouw sluit hij regelmatig op in een kast in de tuin.

Als schrijver hoef je maar even in dat soort hoofden te duiken en je hebt een verhaal, zou je zeggen. En toch zijn écht goede schrijvers in het huidige Rusland schaars. Dat blijkt ook uit de imposante bundel Moderne Russische verhalen, samengesteld en prachtig vertaald door Arthur Langeveld en Madeleine Mes. Want daarin leggen de schrijvers uit het huidige Rusland het duidelijk af tegen die uit de Sovjet-Unie.

De bundel, die een periode van negentig jaar bestrijkt en 47 verhalen van 49 schrijvers (en schrijversduo’s) bevat, is desalniettemin een geschenk uit de literaire hemel. Want waar veel verhalenbundels mank gaan aan structuur, als gevolg van een te uiteenlopende variatie aan schrijvers en thematiek, is de keuze van beide vertalers briljant. Het is alsof ze de hele moderne literatuurgeschiedenis van Rusland in 47 stappen aaneen hebben geregen tot een ketting van elkaar in kleur aanvullende edelstenen, die je alleen maar naar meer doet verlangen.

Langeveld en Mes kozen voor verhalen van schrijvers die in het Nederlandse taalgebied grotendeels onbekend zijn, en dat is voor niet-slavisten een enorme aanwinst voor hun kennis van de Russische literatuur. In hun voortreffelijke nawoord zijn de schrijvers en hun werk in hun historische context geplaatst.

De bundel opent met ‘God’ (1916) van Jevgeni Zamjatin, die aanvankelijk een trouwe gelovige van de communistische heilsleer was, maar eind jaren dertig emigreerde toen hem het publiceren steeds moeilijker werd gemaakt. Het is een kort verhaal over een kakkerlak die dagelijks luistert naar zijn ‘God’, de postbode in wiens huis hij woont. De stijl van het verhaal is simpel. En dat is typerend voor bijna alle verhalen in de bundel, alsof het in de eerste plaats om de boodschap gaat en niet om de taal waarin die is gegoten. Dat die boodschap à la Tsjechov vaak eenvoudig en toch indringend wordt verbeeld is een nog groter genot. De enige uitzondering is misschien Pasternaks poëtische ‘Luchtwegen’, maar daarin zijn de opgeroepen beelden weer zo mooi dat je het verhaal helemaal niet mist.

In de bundel zijn schitterende verhalen uit de jaren twintig opgenomen. Een daarvan is ‘Waar de nachtegaal van zong’ (1925), van de humoristische schrijver Michail Zosjtsjenko. Van Oorschot heeft ooit zijn autobiografische roman Voor zonsopgang in het Nederlands uitgegeven in de mooie, helaas slecht verkochte serie ‘Russische Miniaturen’, en daarbij is het gebleven.

Dit verhaal laat weer eens zien wat een geweldige en geestige schrijver Zosjtsjenko is. Aanvankelijk wordt de stralende toekomst van het communisme bezongen, met het verdwijnen van de geldeconomie en ‘gratis bontjassen en sjaals die je in warenhuizen door de strot worden geduwd’. Maar al gauw laat de schrijver de werkelijkheid van de nieuwe wereld zien en dat is er een van grote armoede. ‘Want je hoeft die keuken maar te betreden en je loopt met je kop in het natte wasgoed. En dan mag je nog blij zijn als het een fatsoenlijk kledingstuk is en geen natte kous of zo, god bewaar me! Met je kop tegen een kous, dat is toch walgelijk.’ Hoe simpel ook, het is trefzeker en dat is mooi. En dan zijn er ook nog een Japanse liefdesgeschiedenis door Boris Pilnjak en het verhaal ‘Kameraad Brak’ van Gajto Gazdanov over een joodse bankiersdochter die na een ongelukkige liefde revolutionaire wordt en als anarchiste sneuvelt.

Een openbaring was het verhaal ‘Stilte’ (1927) van Konstantin Fedin, voorzitter van de Schrijversbond en in die hoedanigheid destijds verantwoordelijk voor veel schrijversleed onder Stalin. Vanwege Fedins verleden had ik nooit zin ook maar iets van hem te lezen, omdat ik dacht dat hij een slechte schrijver was. Maar dit vroege verhaal over een mislukte liefde tussen twee verlopen leden van de landadel, kort na de revolutie, is bloedstollend mooi en heeft de subtiliteit van Toergenjev. En dan is er nog Nadezjda Taffi, wier verhaal ‘L’âme slave’ in intensiteit en kracht niet onderdoet voor de verhalen van de ook in de bundel opgenomen Nabokov.

Er is nog een andere exil-schrijver die opvalt: Vladislav Chodasevitsj, met zijn verhaal ‘Het leven van Vasili Travnikov’ uit 1936. Chodasevitsj, ook een goede dichter destijds, laat zien dat hij uit de traditie van Tolstoj en Toergenjev stamt, met zijn ontroerende relaas over de ondergang van een adellijke familie aan het einde van de 18de eeuw. Als je het uit hebt, kun je alleen maar hopen dat een uitgever binnenkort de rest van zijn proza laat vertalen.

Via Joeri Trifonov, Venedikt Jerofejev, Vasili Aksjonov, Ljoedmila Petroesjevskaja en de schrijversduo’s Ilf & Petrov en Arkadi & Boris Stroegatski, beland je ten slotte bij de verhalen van schrijvers die naam maakten na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Zoals Nina Sadoer met haar humoristische ‘Strijkijzers en diamanten’ uit 1994, over een joodse familie uit het Siberische Magadan die naar Israël wil emigreren, zonder daarbij het gevoel te hebben ‘dat is ons thuisland.’ Haar verhaal behoort samen met Dmitri Bykovs al even vermakelijke ‘De rechtszitting’ tot de beste. De overige ‘modernen’ zijn zwakke afspiegelingen van hun voorgangers. Niet voor niets benadrukken de vertalers in hun nawoord dat van de 49 schrijvers uit hun bundel er drie een onnatuurlijke dood zijn gestorven, terwijl er elf het land hebben verlaten en twintig door de autoriteiten zijn gearresteerd en in de gevangenis of een kamp zijn opgesloten. Bijna allen publiceerden in de Sovjet-Unie. Alsof de communistische dictatuur meer literatuur uit de schrijversziel perste dan het autoritaire regime van Poetin, waarin een schrijver ongestraft bijna alles kan doen wat hij wil.

In het weekendprogramma Hotel Van Hassel in de Amsterdamse Balie wordt op za. 17 april (14.00 uur) gepraat over het moderne Russische verhaal. Inl. www.debalie.nl

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het intro bij de recensie van Moderne Russische verhalen (Boeken, 26 maart, pagina 13) werd gewag gemaakt van ‘het autoritaire regime van Poesjkin’. Dit moet zijn Poetin.