Gezond en milieuvriendelijk knuffeldier

Rusland heeft de markt voor kangoeroevlees gesloten. Albert Heijn verkoopt het sinds vorig jaar niet meer.

Maar de kangoeroejacht is diervriendelijker dan de traditionele veehouderij.

Van de buitenkant heb je geen idee dat hier dagelijks drieduizend kangoeroes tot steaks, worsten en gehakt worden verwerkt. Geen bordje op de deur, op de vrachtwagens die de kangoeroes aanvoeren en het vlees weer afvoeren staan geen reclameteksten.

Toch is dit Macromeats, de grootste kangoeroevleesverwerker van Australië. Het bedrijf huist in een anoniem gebouw aan de rand van Adelaide, tussen een autosloperij en een transportbedrijf.

De Australische kangoeroe-industrie heeft een imagoprobleem. Kangoeroes hebben een hoog knuffelgehalte en menig Australiër gruwt bij de gedachte zijn geliefde ‘Skippy’ op de barbecue te leggen. „Vroeger werd ik vergeleken met die lui die zeehondjes doodknuppelen. En bij de overheid haalden ze hun neus voor me op”, zegt Ray Borda, de eigenaar van Macromeats.

Maar de houding van Australiërs tegenover de consumptie van hun nationale symbool is aan het veranderen: het is beter voor het milieu en gezonder dan het vlees van koeien en schapen. Het eten van kangoeroe wordt sinds kort zelfs door de overheid aangemoedigd. „Dit jaar werd ik gevraagd een kangoeroebarbecue in het parlementsgebouw te organiseren”, zegt Borda.

Ross Garnaut, de belangrijkste milieuadviseur van premier Kevin Rudd, publiceerde recent een rapport waarin hij vaststelde dat de traditionele veehouderij voor een aanzienlijk deel bijdraagt aan de uitstoot van broeikasgassen in Australië.

Voor kangoeroevlees is dat anders. „Als je kijkt naar de impact op het milieu, dan moet je constateren dat kangoeroe een betere keuze is dan lamsvlees of rundvlees”, zegt Euan Ritchie, als bioloog verbonden aan de James Cook University in de staat Queensland. „Kangoeroes hebben een ander spijsverteringsysteem dan runderen en schapen. Ze produceren minder methaan, een krachtig broeikasgas. Koeien laten scheten, kangoeroes niet.”

De minimale uitstoot van broeikasgassen is niet het enige milieuvoordeel van de kangoeroe. Ritchie: „Koeien en schapen hebben enorme hoeveelheden water nodig. En ze veroorzaken met hun zware hoeven erosie van de kwetsbare Australische bodem.” Borda: „Waarom zou je geïmporteerde beesten eten, als we een kangoeroe hebben die voor ons keiharde klimaat is geschapen? Eet meer kangoeroe als je het milieu wilt helpen.”

Voeg daaraan toe dat kangoeroevlees minder vet en meer proteïnen bevat dan rundvlees of lamsvlees en het wordt duidelijk waarom er nu kangoeroesteaks, kangoeroeworsten (kangabangas geheten) en kangoeroegehakt in elke grote supermarkt liggen. In de betere Australische restaurants wordt het magere kangoeroevlees als delicatesse geserveerd.

Met de binnenlandse consumptie van kangoeroe gaat het dus goed. En dat terwijl tot 1993 het verkopen van kangoeroevlees voor menselijke consumptie in het grootste deel van Australië illegaal was. Kangoeroes werden door de inheemse bevolking al duizenden jaren gegeten. En ook voor de eerste kolonisten vormden de dieren een belangrijk onderdeel van het dieet. In de negentiende eeuw echter raakte kangoeroevlees uit de gratie. Jarenlang belandde het grootste deel van het kangoeroevlees in Australisch hondenvoer.

Maar het merendeel van het kangoeroevlees wordt geëxporteerd. En met de export gaat het niet goed. Een half jaar geleden sloot Rusland plotseling de markt, nadat er een partij kangoeroevlees met een hoge dosis van de ‘uitwerpselenbacterie’ E.coli was aangetroffen. Rusland was in zijn eentje goed voor zo’n tweederde van de export van kangoeroevlees. De kangoeroe-industrie probeert haar vlees sindsdien in China te slijten, tot nu toe zonder veel succes.

In Nederland is kangoeroevlees nog te koop, maar Albert Heijn bijvoorbeeld besloot het eind vorig jaar uit de schappen te halen van de tachtig winkels waar het rond de Kerst werd verkocht: er was te weinig vraag naar. Ook de jachtmethoden speelden een rol bij het besluit.

Daar is ook kritiek op in Australië. „Ik vind dat we moeten stoppen met het vermoorden van kangoeroes”, zegt voormalig kangoeroejager Peter Rob uit Rockinham, een voorstadje van Perth in West-Australië. Er zijn tussen de 35 en 50 miljoen kangoeroes in Australië en vorig jaar werden daarvan 2,2 miljoen afgeschoten – kangoeroes worden niet gehouden, maar gejaagd. Van de vijftig verschillende soorten kangoeroes mag er op vier worden gejaagd.

Tot voor kort vulde Rob zijn inkomen aan door ’s nachts op kangoeroes te jagen, maar hij is daar om ethische redenen mee gestopt. „Het schieten verloopt niet altijd naar wens. Je probeert een kangoeroe in de kop te raken zodat hij direct dood is, maar dat lukt niet altijd.”

Een ander probleem is dat wanneer er bij de jacht vrouwtjes worden geschoten, haar jonkies ten dode zijn opgeschreven. De officiële gedragscode voor kangoeroejagers – door de industrie eufemistisch ‘kangoeroe-oogsters’ genoemd – schrijft voor dat die jongen dan „met een stomp voorwerp” de hersens moeten worden ingeslagen. De Britse dierenrechtenorganisatie Viva claimt dat elk jaar honderdduizenden kangoeroejongen op die manier worden gedood.

De directeur van Macromeats begint diep te zuchten wanneer hij met Robs verhaal wordt geconfronteerd. „Ik hoor dat zo vaak en eerlijk gezegd is het gewoon geouwehoer”, zegt Borda. Kangoeroekarkassen worden door de overheid geïnspecteerd. Als een inspecteur een kangoeroe aantreft die niet met een schot in de kop is gedood, kan die niet worden verwerkt, zegt hij.

Wetenschapper Ritchie van de James Cook University beaamt dat kangoeroes niet altijd met één schot worden gedood. „En ja, jonge kangoeroes worden soms doodgeknuppeld – over hoe vaak dat gebeurt bestaan overigens geen betrouwbare gegevens”, zegt hij.

„De kangoeroejacht wordt door sommigen barbaars genoemd. Maar het verzet tegen de kangoeroe-industrie is in hoge mate emotioneel. De kangoeroejacht is in feite diervriendelijker dan de traditionele veehouderij. Kangoeroes hebben hun hele leven in de vrije natuur doorgebracht, ze krijgen geen antibiotica toegediend of vleesafval te eten en ze hebben geen stress voorafgaand aan hun dood. Vergelijk dat maar eens met hoe varkens en runderen worden gehouden en gedood.”

Zowel milieuadviseur Garnaut als wetenschapper Ritchie zijn voorstander van het stimuleren van de kangoeroe-industrie, die nog altijd klein is vergeleken met de traditionele veehouderij.

Ritchie: „Je kunt kangoeroes niet houden zoals je schapen of koeien houdt. Het zijn wilde beesten die je niet kunt domesticeren. Maar je kunt wel grote delen van het land die nu voor veeteelt worden gebruikt als het ware teruggeven aan de kangoeroe. Er is plaats voor miljoenen meer kangoeroes in Australië.”