Frans-Duits compromis biedt Grieken hulp

Na Europees theater op hoog niveau werden de eurolanden het eens over steun aan Griekenland. Merkel en Sarkozy maakten de deal. Al poogde de laatste het akkoord te kapen.

Na weken onderhandelen hadden Angela Merkel en Nicolas Sarkozy gistermiddag rond vijf uur een akkoord over een reddingsplan voor Griekenland. Ze hadden één A-viertje tekst. Daarin stond dat het IMF en de eurolanden Griekenland leningen zullen verstrekken als het land er zelf niet in slaagt geld op de kapitaalmarkt op te halen. En dat ze met betere economische coördinatie en strengere regels keihard aan preventie gaan werken.

Terwijl Sarkozy en Merkel de tekst voor goedkeuring naar EU-president Herman Van Rompuy brachten, trommelde een adviseur van Sarkozy journalisten op. Geen vragen. Geen quotes. Mesdames et messieurs, er is een deal. Frankrijk krijgt wat het wilde, was de teneur: een hulpoperatie voor Griekenland waarbij het IMF slechts een bijrolletje heeft.

Deze Franse lezing van het akkoord ging de wereld al over terwijl Van Rompuy en ECB-voorzitter Jean-Claude Trichet de eindtekst nog letter voor letter doornamen. De definitieve tekst was nog niet voorgelegd aan de andere eurolanden. Die soebatten nog over de vraag of zij bij de borrel, het voorgerecht of toetje een speciale eurotop zouden houden – of helemaal niet. Weinigen waren gelukkig met de manier waarop Frankrijk het akkoord kaapte. Niemand kon er nog aan te sleutelen.

Maar Frankrijk, dat al sinds januari een royaal gebaar naar Griekenland wil maken om te voorkomen dat de Griekse schuldencrisis de euro aantast, had haast. Duitsland had twee maanden op de rem gestaan. Kanselier Merkel voerde de druk op door te zeggen dat landen wat haar betreft uit de eurozone gezet moesten kunnen worden. Twee maanden hield Sarkozy – met moeite – zijn mond. Nu lag er een Frans-Duits compromis op tafel, waarbij Merkel het IMF aan boord kreeg en haar eis tot wijziging van het Europese verdrag introk. Sarkozy accepteerde het IMF, maar stelde wel de Europese regie over de operatie veilig.

Dat de situatie inmiddels acuut was, was wel duidelijk. De kapitaalvlucht uit Griekenland raakte deze week in een versnelling. Als Griekse banken wankelen, kan de staat ze niet overeind houden. Men vreesde een bankrun. Die zou voor Franse, Duitse en Nederlandse banken met Griekse schuldpapieren nare consequenties krijgen. De euro daalde. De Portugese staatsschuld werd afgewaardeerd. Sarkozy’s geduld raakte op. Daarom haalde hij zich de toorn van Van Rompuy op de hals, door vooruit te lopen op een deal.

Dit was drama op hoog niveau, illustratief voor de Europese besluitvorming van na het Lissabonverdrag: intergouvernementeel. De Europese Raad – 27 regeringsleiders – wordt dominanter. Grote landen hebben daarin meer gewicht. Naar de kleintjes wordt ‘geluisterd’. De Europese Commissie, die altijd als belangenbehartiger van kleine landen werd gezien, verzwakt. Volgens het akkoord heeft de Commissie, eens een machtig orgaan, alleen nog een adviserende rol. Mocht Griekenland om hulp vragen, dan moet de Commissie beoordelen of die aanvraag terecht is. Maar de ECB, die tijdens de crisis aan statuur heeft gewonnen, adviseert mee. Dit advies moeten de eurolanden unaniem goedkeuren. Ofwel, de beslissing ligt bij de landen.

Vervolg Griekenland: pagina 13

Woord voor woord in elkaar geknutseld

Premier Jan Peter Balkenende en zijn Ierse collega Brian Cowen uitten hun protest tegen dit recht van de sterkste gisteravond gedurende meer dan een uur, gefocust op één regel in het akkoord. Dat gebeurde toen Van Rompuy en Trichet akkoord waren gegaan met de Frans-Duitse tekst, en de 27 regeringsleiders al waren begonnen met hun geagendeerde bespreking over de toekomstige economische strategieën voor de EU. Op dat moment werd de extra eurotop ingelast – in oktober 2008 gebeurde dat eerder om de banken te redden, nu om de stabiliteit van de euro te waarborgen. Van Rompuy en níet de Spaanse premier Zapatero (die dat graag had gewild) leidde de bespreking over de tekst.

Balkenende had net als de anderen geen bezwaar tegen de mengvorm van IMF-leningen en bilaterale leningen. Er worden geen cijfers vermeld, maar het IMF kan 10 à 15 miljard fourneren en de rest moet bilateraal. Dat laatste gebeurt naar rato van bijdragen van eurolanden aan de ECB. Als demissionair premier maakte Balkenende wel een voorbehoud, zoals de Tweede Kamer was beloofd. Balkenende had wél bezwaar tegen de zinsnede dat de regeringsleiders de economische regering van de EU zouden vormen. Balkenende en Cowen wilden van ‘regeringsleiders’ liever ‘Commissie’ maken. Zo werd de stem van kleine landen beter gewaarborgd.

Maar voor de Commissie brengen weinig regeringsleiders dezer dagen veel respect op, mede door het getouwtrek om de buitenlandse dienst. Balkenende opperde dus om van ‘regeringsleiders’ toch ‘ministers van Financiën’ te maken. Dit is een lager niveau, waarin politiek gewicht van landen én inhoudelijke argumenten tellen. Bovendien zou Van Rompuy hier niet het hoogste woord voeren – volgens meerdere bronnen stoort diens rijzende statuur in Europa ook Balkenende, die vorig jaar zelf aasde op deze functie. Er staat nu dat de regeringsleiders gaan werken aan meer ‘economisch bestuur’ in de EU.

Merkel, schrijven Duitse commentatoren al, had minder binnengehaald dan eerder leek. Het IMF was aan boord, zoals zij had gewild. En elk land houdt een veto in de eurogroep over de vraag of en wanneer er leningen aan Griekenland worden verstrekt. Maar het IMF krijgt een ondergeschikte rol, en moet de regels van de eurozone respecteren. Kennelijk is er een ECB-delegatie naar Washington geweest om die toezegging van het IMF te verkrijgen. Ook Merkels eis dat er een wijziging van het Europees verdrag moet komen, om de regels van het Pact strenger te kunnen maken, slikte ze in. Geen land heeft daar zin in, na de jarenlange marathon rond het Lissabonverdrag. Hiervoor komt een typisch Europese oplossing: een werkgroep onder leiding van Van Rompuy, die eind 2010 aanbevelingen doet over meer begrotingsdiscipline, controle en straffen.

Woord voor woord hebben Duitsers en Fransen hun compromis in elkaar geknutseld. Volgens ingewijden is de tekst ditmaal grotendeels van hen, en was de rol van Van Rompuy minder doorslaggevend dan voorafgaand aan de solidariteitsverklaring voor Griekenland op 11 februari. Sommigen hadden alleen gewild dat zij het akkoord wat eerder hadden bereikt. Dat had Griekenland en de eurozone veel zorgen bespaard.