Fotograaf met liefde voor treurigheid

Wat is het toch met mensen die worden gefotografeerd in troosteloze omstandigheden? Is het een trend? Of gewoon grappig? Neem bijvoorbeeld het werk dat de Nederlandse fotograaf Rob Hornstra de afgelopen jaren maakte in Rusland. Hij fotografeerde menig individu in ogenschijnlijk gewone, maar toch bizarre situaties. Zoals een vrouw in de kantine van een cementfabriek in Rusland: haar schort vol stipjes en op haar hoofd een puntmuts, eveneens met stipjes. Een serieus uniform, maar toch leek het alsof ze een bijrol had in Star Trek.

Of neem de serie WHY NOT, vorig jaar te zien in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, van fotograaf Otto Snoek. Met zijn knallende straatbeelden weet hij de Nederlander als consumerend feestbeest neer te zetten. Zijn opnames zijn zo genadeloos dat je er wel om moet lachen. Uit deze foto’s spreekt vooral de boodschap: hoe leeg is het leven en hoe gebrekkig de menselijke zelfkennis.

Wie de site opent van Alexander Gronsky, een fotograaf uit Estland die begin deze maand voor zijn fotoseries over Rusland de Foam Paul Huf Award 2010 won, stuit op vreemde beelden van mensen die zich bevinden in recreatieomgevingen in de buurt van de grote stad. Op een van zijn foto’s uit de serie Pastoral, gemaakt bij een braakliggend terrein ergens in Moskou, toont Gronsky mensen in zwemkleding die recreëren op een zandstrandje. Op de achtergrond zijn lelijke flats zichtbaar. De situatie is ronduit troosteloos.

Simon Njami, voorzitter van de jury, noemde Gronsky (1980) een ‘nieuwe docugrafische’ fotograaf en een vernieuwer binnen de traditie van documentaire fotografie.

De vraag is: is dit werk inderdaad nieuw en in hoeverre verschilt het van dat van fotografen als Hornstra, Snoek of zelfs iemand als Theo Baart, die de treurigheid van de Nederlandse vinexwijken heeft vastgelegd?

Twee jaar geleden verhuisde Baart naar een vinexwijk in Hoofddorp. Over zijn verhuizing schreef hij schuldbewust in deze krant: „Ik heb als fotograaf vele nieuwbouwwijken gezien en gefotografeerd. (...) Nu ben ik ‘medeschuldig’, ik doe mee want ik ben koper van een huis dat een onderdeel vormt van het transformatieproces dat Nederland doormaakt. De verandering van het Westen van Nederland in één grote nieuwbouwwijk, gelardeerd met infrastructuur, winkelcentra, golfbanen en recreatiegebieden.”

Die kritiek op de mens als verloren wezen in een betonnen, inspiratieloze wereld is duidelijk een terugkerend thema bij veel fotografen. Maar waar Baart in woorden twijfels uit over zijn leefwijze en tegelijkertijd op een treffende, neutrale manier dat leven fotografeert, is in de blik die Gronsky op de wereld werpt zelfs iets positiefs te bespeuren. Hij krijgt het voor elkaar om op een humane, zelfs liefdevolle manier de mens in zijn troosteloze omgeving te laten zien. En dat is wellicht nieuw. En opvallend. Want misschien staat dit werk wel symbool voor een nieuwe generatie fotografen die de bestaande wereld, met al haar onvolkomenheden, liever wil omarmen dan veroordelen.