En nu hebben de Britten een mega-gat

De Britse begroting is in verkiezingstijd op twee manieren uit te leggen.

Als bewijs dat de regering het land door de storm heeft geloodst, of als bewijs dat zij de crisis heeft verergerd.

Alistair Darling, de Britse minister van Financiën, stond woensdag voor een weinig benijdenswaardige taak. Het begrotingstekort is opgelopen tot zo’n 12 procent van het bruto binnenlands product en de noodzaak tot bezuinigen is evident.

Bovendien staat het land voor nieuwe Lagerhuisverkiezingen. Hoe moest hij in die benarde omstandigheden een begroting presenteren waarmee hij de kiezers te vriend zou houden zonder de economische perspectieven te schaden?

Darling, een rustige Schot die wars is van grote gebaren, koos voor een behoedzame middenweg. Drastische bezuinigingen zullen er wat hem betreft ook het komende jaar niet komen. Daarvoor is het herstel naar zijn mening nog te breekbaar. Als laatste grote Europese staat ontworstelde Groot-Brittannië zich in het laatste kwartaal van vorig jaar aan de recessie. Voor dit jaar voorziet Darling een bescheiden groei van 1,25 procent.

Tegelijkertijd was zijn ruimte om de economie verder aan te zwengelen beperkt. Het begrotingstekort, dat de Britten toch al als een molensteen om de nek hangt, zou niet nog verder mogen oplopen. Anders riskeren de Britten in een soortgelijke situatie te belanden als de Grieken.

Darling spiegelde de Britten in het Lagerhuis voor dat ze op de juiste weg zijn. „Het herstel is begonnen, de werkloosheid daalt en met het lenen [door de staat, red.] gaat het beter dan verwacht.” Had hij vorige herfst immers nog voorspeld dat het begrotingstekort over het begrotingsjaar 2009-2010 zou uitkomen op 178 miljard pond (198 miljard euro), door meevallende belastinginkomsten kon dat cijfer worden bijgesteld tot 167 miljard, wat neerkomt op 11,8 procent van het bbp.

Dit blijft echter een alarmerend hoog niveau. Toen Darling in 2007 aantrad, bedroeg het tekort nog minder dan 3 procent van het bbp. Door hardere maatregelen uit te stellen tot na de verkiezingen bezondigt de minister zich volgens sommige critici aan een bedenkelijk opportunisme. De Conservatieve oppositie, die in de opiniepeilingen voorligt op Labour, betoogt dat er sneller moet worden bezuinigd om niet alleen de staatsfinanciën maar ook de economie als geheel weer in het gareel te krijgen.

Onafhankelijke economen zijn verdeeld over deze vraag. Een meerderheid lijkt zich echter achter Darlings argument te scharen dat harde bezuinigingen door de overheid op dit moment kunnen leiden tot een nieuwe recessie. Een invloedrijke commentator als Martin Wolf wijst er in de Financial Times op dat de economie als geheel is gekrompen en dat de overheidssector er niet aan ontkomt mee af te slanken.

Dat de Britse economie in rustiger vaarwater is terechtgekomen, ontkent niemand. De economie heeft een buitengewoon turbulente periode achter de rug, turbulenter nog dan in de meeste andere landen doordat Londen een ongewoon grote financiële sector heeft. De Britse economie als geheel ging in 2009 per saldo met zo’n 5 procent achteruit.

Darling wees erop dat de Labour-regering het land goed door deze storm heeft geloodst. De meeste neutrale waarnemers bevestigen dat. Veel kwetsbaarder is de regering voor het verwijt dat ze zelf mede debet is aan de oorzaken van de crisis. Ze had verzuimd het dak te repareren toen de zon nog scheen, zoals de Conservatieven graag beweren. Als de openbare financiën twee jaar geleden beter op orde waren geweest, stonden de Britten er nu een stuk beter voor.

Politici weten dat bij een verkiezing het verleden zelden de doorslag geeft maar veeleer het heden en de vooruitzichten voor de toekomst. Met het oog daarop paaide Darling binnen de beperkte marges die hij zichzelf had gesteld vooral de traditionele, minder vermogende achterban van Labour met enkele douceurtjes. Juist die groep had zich de laatste jaren vaak verwaarloosd gevoeld.

Zo zullen mensen die voor het eerst een huis willen kopen over de eerste 250.000 pond daarvoor geen belasting meer hoeven te betalen. Mensen die een huis kopen van boven het miljoen daarentegen zullen juist meer moeten betalen. Voorts zullen veel, minder gefortuneerde gepensioneerden kunnen blijven rekenen op een brandstoftoelage. Darling heeft hier 600 miljoen pond voor uitgetrokken.

Al te populistisch ging Darling echter niet te werk. Opvallend was dat hij de banken betrekkelijk ongemoeid laat in zijn begroting. Wel zullen mensen met hoge inkomens, onder wie veel bankiers, voortaan te maken hebben met een hoger belastingtarief van 50 procent, zoals Darling vorige herfst al had aangekondigd.

Of de Britten er van onder de indruk zijn, zullen ze straks in het stemhokje aangeven.