Eerst een idee, dan pas een festival

Wat hebben de zwijgende filmklassieker De man met de camera, onder live begeleiding van de Britse filmcomponist Michael Nyman en zijn band, het vroege Hongaarse werk van de latere Hollywoodregisseur Michael Curtiz, en willekeurige schatten uit de filmcollectie van het MoMA in New York met elkaar gemeen? Bijzonder weinig behalve dat dit zomaar wat onderdelen zijn van de Film Biënnale die het Amsterdams Filmmuseum in april organiseert.

Hoe aardig die verschillende onderdelen ieder voor zich ook kunnen blijken te zijn, veel lijn valt er niet in het programma te ontdekken. Eerder lijkt er sprake van een min of meer lukrake greep uit filmarchieven en restauratieprojecten. „Grensverleggende filmvoorstellingen op bijzondere Amsterdamse locaties”, luidt de al te magere onderbouwing.

Dat gebrek aan een helder idee, een scherpe invalshoek of een prangende vraag, is wel vaker het probleem bij retrospectieven en andere filmprogramma’s, en niet alleen die van het Filmmuseum. De eer van een filmoverzicht valt vaak te beurt aan lang gecanoniseerde filmmakers waar al veel, zo niet alles over is gezegd. Wat heeft het voor nut om het werk van Michelangelo Antonioni of John Cassavetes wéér de revue te laten passeren, als er nauwelijks nieuw licht op schijnt, en hun films ook gemakkelijk te vinden zijn op dvd, met Nederlandse ondertitels.

Voor beeldende kunst geldt dat curatoren en andere makers van tentoonstellingen zo langzamerhand zelf kunstenaars zijn, die met verrassende combinaties en vergeten pronkstukken, dappere pogingen ondernemen om nieuwe kunstgeschiedenis te schrijven. Bij film heerst eerder de mentaliteit van de boekuitgeverij. Deze of gene klassieke ‘tekst’ van een klassieke ‘auteur’, wordt om de zoveel tijd weer eens afgestoft en de wereld ingestuurd, en dan maar hopen dat er ook nog iets van komt.

Anders gezegd: uit het filmretrospectief spreekt vaak de geest van de archivaris en niet die van de historicus. De archivaris zoekt, stoft af en laat misschien restaureren, maar de historicus stelt ook nog vragen, die vaak zijn ingegeven door zijn eigen tijd. De archivaris vindt iets, maar de historicus vindt er ook nog iets van. De geschiedenis moet voortdurend worden herschreven, en niet alleen worden herkauwd.

Dat kan beter. In het zeer actieve filmmuseum van Wenen gaat volgende maand het omvangrijke programma Farben van start, over de kleurenfilm. Eerder organiseerde dat museum een opmerkelijk programma over grensoverschrijdingen en seksuele taboes in film. Het Museo Nazionale del Cinema in Turijn brengt onder de titel Ecce Homo een ambitieus programma rond het beeld van Christus in cinema. Jaloersmakend is het overzicht van vijftien films, dat vorige maand in Berlijn te zien was van de spraakmakende (nog levende!) filmmaker Brillante Mendoza. Dat zijn stuk voor stuk programma’s die ooit begonnen met een helder, dwingend idee. Simpel, maar onmisbaar.