Eén jaar moest ik het volhouden, van mezelf

Ik was dertig en wist niet zo goed wat ik moest met mijn leven. Ik had werk, maar geen werk dat ik eeuwig wilde doen. Ik had een kat, maar wel zo’n kat die elk moment dreigde te sterven. Ik had geen man. Ik had geen kind.

Op een dag kreeg ik een telefoontje. Er kwam een nieuwe krant, en die krant zocht een columnist. De chef stuurde me een voorbeeldkrant. Daarin stond ook een voorbeeldcolumn.

Een paar dagen later sprak ik af met de chef. „Ik vind dat krantje er heel goed uitzien”, zei ik, „maar die proefcolumn die erin staat, is verschrikkelijk slecht.”

De chef had die column zelf geschreven, bleek.

Tot zover mijn sollicitatiegesprek.

Het pleit voor de chef dat hij me toch aannam.

Ik zegde mijn baan op en ging elke dag een column schrijven. Eén jaar moest ik het volhouden, van mezelf. Elke dag berekende ik op een rekenmachine hoeveel procent van het jaar ik achter de rug had.

Toen ik zevenentwintig procent achter de rug had, interviewde een journalist mij over mijn columns. Die journalist bleek de liefde van mijn leven.

Het jaar ging voorbij. Ik zou graag beweren dat columns schrijven ‘zoiets als ademen’ voor me werd. Maar dat was niet zo. Columns schrijven werd wel een manier van leven. Ik schreef tijdens keelontstekingen en tijdens buikloop (sorry voor dit beeld). Ik schreef tijdens de dood van mijn kat en tijdens de dood van geliefden. Ik schreef tijdens een miskraam. Ik schreef toen ik een keer twaalf uur achter elkaar gehuild had.

Dat klinkt allemaal heel dapper en Jan Blokkerachtig, maar ik had dat niet gedaan als mijn vriend er niet geweest was. Hij zei altijd: „The show must go on.” Dat vond ik blijkbaar enorm inspirerend.

Inmiddels ben ik vijfendertig, en heb ik dankzij deze krant de liefde van mijn leven gevonden, die op de juiste momenten ‘The show must go on’ tegen me zegt, en met hem de baby met de liefste lach van de wereld gekregen.

En nu ga ik naar de Volkskrant. Ik ben opgetogen. En melancholisch.

Ik zal jullie missen, next-lezers. Jullie zijn een speciaal type mens: kritisch, maar vrolijk. Bedankt voor de mails, voor de kraamcadeautjes, en voor de complimenten midden op straat van het genre ‘Je ziet er in het echt leuker uit dan op dat fotootje’.

En vooral: bedankt dat jullie me wilden lezen.

Lees alle eerdere columns van Aaf terug op nrcnext.nl/aaf