'De vervuiler moet verliezen'

Yvo de Boer stopt binnenkort als klimaatchef van de Verenigde Naties. „Uiteindelijk krijg je mensen pas mee als ze overtuigd zijn dat het beter voor ze is.”

De scherven van de mislukte klimaattop in Kopenhagen zijn nog lang niet allemaal opgeraapt. In hoorzittingen proberen klimaatwetenschappers de indruk weg te nemen dat zij onwelgevallige feiten hebben verdoezeld – zoals je zou kunnen afleiden uit e-mails die werden gestolen op een Britse universiteit. En het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, erkent dat er fouten staan in zijn rapporten – kleine fouten, maar groot genoeg om de procedures aan een kritisch onderzoek te onderwerpen.

In die sfeer leek de aankondiging vorige maand van Yvo de Boer, dat hij zijn functie van klimaatchef van de Verenigde Naties verruilt voor een baan bij het accountantsbureau KPMG, een zoveelste klap voor het klimaatbeleid. Als zelfs De Boer niet meer gelooft in een klimaatakkoord, wie dan wel?

Een maand na zijn aankondiging herhaalt De Boer (55) in een Haags café dat zijn vertrek niets te maken heeft met de moeizame onderhandelingen. „Een baan bij KPMG is niet iets waar ik in de vier weken na Kopenhagen onder de kerstboom een besluit over heb genomen. Ik was daar al langer mee bezig. Natuurlijk heb ik me afgevraagd of dit wel een goed moment is om te vertrekken. Maar zo’n moment bestaat niet. Het onderhandelingsproces ligt niet stil, het heeft een andere identiteit aangenomen. Ik denk dat het nog wel twee jaar gaat duren voor er een nieuw klimaatverdrag ligt.”

Het tumult over de blunders in het IPCC-rapport is volgens De Boer ernstig. „Het draagvlak voor het klimaatbeleid heeft zware schade opgelopen. Maar de gemiddelde burger heeft niet door dat de kritiek zich alleen maar richt op de symptomen van de ziekte en niet op de kern van het ziektebeeld. Zowel het verhaal over de smeltende gletsjers in de Himalaya, als dat over de Afrikaanse landbouw, stelt niet de klimaatverandering zelf ter discussie, maar alleen de snelheid waarmee die optreedt.”

De Boer vindt het belangrijk dat politici en wetenschappers het vertrouwen in de onderbouwing van het beleid herstellen. Daarom is hij blij met het onafhankelijke onderzoek dat het IPCC nu heeft aangekondigd. „Uiteindelijk gaat het erom dat je mensen pas meekrijgt als ze er werkelijk van overtuigd zijn, dat het ook beter voor ze is. En dan niet ecologisch, maar ook economisch. Als je het groene groeiverhaal niet geloofwaardig kunt verkopen, dan ben je uitgepraat. Laatst sprak ik met de Indiase minister van Milieu. Hij zei: ‘De mensen die mij hebben gekozen maken zich geen zorgen over klimaatverandering, maar over de vraag waar hun volgende maaltijd vandaan komt’. Pas als die mensen beseffen dat door klimaatverandering de volgende maaltijd niet komt, of veel later, of dat die maaltijd een stuk duurder wordt, krijg je ze achter je beleid.”

In de klimaatonderhandelingen speelt de wetenschap steeds meer een ondergeschikte rol. „Zelfs als we morgen tot de conclusie komen dat het hele rapport van het IPCC een bij elkaar gelogen broodje aap is, verandert dat niets aan de economische strategie van China”, zegt De Boer. „Een land als China kan onmogelijk met 6 tot 8 procent blijven groeien volgens het huidige economische model. Daarom is China de grootste investeerder ter wereld in zonne-energie, daarom wordt er zoveel gedaan aan windenergie, daarom worden in China ieder jaar tienduizend fabrieken gesloten omdat ze inefficiënt zijn. China heeft de bouw van een Hummer-fabriek niet geweigerd omdat ze Hummers lelijke auto’s vinden – wat het overigens wel zijn. Ze willen die ellendige dingen gewoon niet op de Chinese wegen hebben.”

Volgens De Boer wordt het tijd om het principe van ‘de vervuiler betaalt’, dat ten grondslag ligt aan internationaal milieubeleid, te vervangen door ‘de vervuiler verliest’. „De vraag is niet langer: wat gaat het ons kosten, maar wat kunnen we eraan verdienen?”

In die zin noemt hij de klimaattop in Kopenhagen een succes. De rijke landen waren bereid om de uitstoot van broeikasgassen tot 2050 met 80 procent te reduceren. „Dat lukt niet met iets meer efficiency, iets meer energiebesparing en een kilometerheffing. Dat impliceert een fundamentele koerswijziging. Ik heb het gevoel dat we die weg zijn ingeslagen, ook al heeft onzekerheid over de energievoorziening daarbij een grotere rol gespeeld dan klimaatbesef. Voor mijn part verklaar je klimaatverandering tot een mythe. Maar kijk dan naar energieprijzen, naar energiezekerheid en naar luchtkwaliteit.”

Paul Luttikhuis blogt over klimaat op nrc.nl/klimaat