De kansen van een supermacht die voor schut staat

Een Amerikaanse president moet nooit in het openbaar op iets aandringen als hij niet zeker weet dat hij zijn zin krijgt. En als hij het toch doet, dan moet hij op zijn minst een plan-B achter de hand hebben. Dat is een van de grondregels van de diplomatie, schreef een Amerikaanse krant onlangs naar aanleiding van de crisis in de Israëlisch-Amerikaanse betrekkingen.

President Obama heeft duidelijk tegen die regel gezondigd – en hij is ervoor gestraft. In zijn grote speech in Kairo eiste Obama vorig jaar dat Israël al zijn bouwactiviteiten in bezet Palestijns gebied zou staken. De Israëlische premier trok zich er niets van aan.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken prees vervolgens een Israëlisch aanbod van een gedééltelijke bouwstop. Die uitspraak, duidelijk in strijd met wat haar baas de Palestijnen in het vooruitzicht had gesteld, moest Washington weer haastig terugnemen. Supermacht Amerika maakte – niet voor het eerst op dit terrein – een heel zwakke indruk.

En toen moest het pijnlijke incident met Joe Biden nog komen. De Amerikaanse vicepresident, sinds jaar en dag een grote vriend van Israël, werd begin deze maand door Israël voor het oog van de wereld voor schut gezet.

De missie waarmee hij naar Jeruzalem kwam was juist om de kleine bondgenoot te verzekeren van „de absolute, totale en oprechte” toewijding van de VS aan de veiligheid van Israël. Maar hij had die woorden amper uitgesproken, of Israël maakte bekend dat in bezet Oost-Jeruzalem 1.600 nieuwe appartementen gebouwd gaan worden: een belediging en een publiekelijke ondermijning van het toch al wankele Amerikaanse gezag in de regio.

Maar een belediging kan goed uitkomen. En dat is nu het geval. De impasse in de Amerikaans-Israëlische betrekkingen is erdoor op scherp gesteld. Washington kon dit niet over zijn kant laten gaan. Wie zich zo laat piepelen, en nog wel door een heel goede bondgenoot, verliest geloofwaardigheid in de wereld – en daarmee macht. Want zoals macht versterkt kan worden door het aanzien van macht, zo is het aanzien van machteloosheid al genoeg om de feitelijke macht van een land of regering te ondergraven. En een verzwakt Amerika kan niet alleen minder goed opkomen voor zijn eigen belangen, maar ook voor die van zijn bondgenoten. Bij een verzwakt Amerika heeft dus ook Israël, zéker Israël, geen belang.

Maar wat kan Obama doen om zijn internationale gezag te herstellen? Het Congres geeft hem doorgaans weinig ruimte voor kritiek op Israël. Maar nu heeft Netanyahu hem onbedoeld een aanleiding gegeven om zijn meningsverschil met de Israëlische regering te markeren.

Heel voorzichtig opererend is de regering-Obama dat nu aan het doen. Biden stapte na zijn schoffering niet meteen boos op het eerste vliegtuig naar huis, maar liet zijn gastheer anderhalf uur wachten bij een diner. En hij zei dat hij het bouwbesluit „veroordeelde” – in het diplomatieke verkeer een hardere term dan in de dagelijkse omgang.

Netanyahu bood halfhartige excuses aan (niet voor het bouwbesluit, maar alleen voor het tijdstip van de bekendmaking) en mocht deze week alweer op bezoek komen in Washington. Maar de kou is zeker niet uit de lucht. Niet alleen werd het bezoek niet afgesloten met een gezamenlijke persconferentie. Een Israëlische krant meldt dat Obama zijn gesprek met Netanyahu afbrak met de mededeling dat hij ging eten met zijn gezin, en dat hij het wel zou horen als er iets nieuws te melden was.

Maar met een diplomatiek spiegelgevecht en kleine speldenprikjes zal Amerika zijn gezag niet herstellen. Belangrijker was dat de hoogste Amerikaanse militair in het Midden-Oosten en Centraal-Azië, generaal David Petraeus, onlangs in de Senaat zei dat het Amerikaanse belang geschaad wordt doordat de indruk dat de VS Isräel altijd bevoordelen het antiamerikanisme in de regio opstookt.

Voor de gemiddelde krantenlezer kan die constatering geen nieuws zijn. Maar in het uitgesproken pro-Israëlische politieke klimaat in de VS was het opmerkelijk. De generaal leek te zeggen dat zijn werk bemoeilijkt wordt, dat Amerikaanse militairen in Irak en Afghanistan wellicht in gevaar komen als de Amerikaanse regering Israël altijd maar blindelings blijft volgen, ongeacht wat voor regering er in Jeruzalem zit en hoe die zich ook opstelt.

Obama kan en wil er geen twijfel over laten bestaan dat hij pal staat voor de veiligheid van Israël. Maar hij moet tegelijk duidelijk maken dat zijn land ook eigen belangen heeft. En dat Israël daar, ook in zijn eigen belang, rekening mee moet houden.

Zelfs een supermacht kan zijn wil niet zomaar aan andere landen opleggen. Niet aan tegenstanders (zie Iran en Noord-Korea) en ook niet aan bondgenoten. Israël kan geen oplossing door de strot geduwd worden waar de eigen regering niet in gelooft. Wel kan Obama, in eigen land en in Israël, het denken over de onderlinge verhouding proberen te veranderen. Daarvoor is veel geduld nodig. Maar hij is er nu tenminste mee begonnen.

Reageren kan via nrc.nl/eijsvoogel