Bekend, gedoogd en dan verboden

Personeel van coffeeshop Checkpoint in Terneuzen vormde een criminele organisatie, zei de rechter gisteren. Wat betekent dat voor andere coffeeshops?

Geen harddrugs. Geen wapens. Geen geweld. Geen ernstige, eerdere veroordelingen. De boekhouding op orde. Belasting netjes afgedragen. Medewerkers verzekerd. Een modelcoffeeshop, volgens de gemeente Terneuzen.

En toch zijn de eigenaar en de medewerkers van die coffeeshop Checkpoint gisteren veroordeeld voor het vormen van een criminele organisatie. Niet eerder werd een coffeeshop uitsluitend om de handel in softdrugs door een rechtbank als criminele organisatie bestempeld. De in totaal 16 medewerkers en leveranciers kregen er milde straffen voor opgelegd.

Dat het een organisatie was kon het Openbaar Ministerie makkelijk aantonen. Het bedrijf had honderd mensen in dienst. Er was een algemeen directeur, een hoofd personeelszaken, een afdeling inkoop. De auto’s die de softdrugs vervoerden stonden op naam van de zaak.

Het OM had de rechtbank er ook van weten te overtuigen dat die organisatie crimineel was. Eigenaar Meddie Willemsen en zijn medewerkers hadden tot doel, zei de rechter, „het opzettelijk aanwezig hebben”, bewerken, verwerken, vervoeren en verkopen van softdrugs. Een „totaalhandel in softdrugs” met het doel er geld mee te verdienen. Het zijn handelingen die elk van de honderden coffeeshops in Nederland kunnen worden verweten.

Voorzitter Marc Josemans van het Landelijk Overleg Coffeeshopbonden noemt de uitspraak „zeer verontrustend” en meent dat alle coffeeshophouders nu „vogelvrij zijn verklaard”. Coffeeshophouders zijn geschrokken van het vonnis, zegt hij. „Dit zet het licht op groen voor kinderachtige acties van politie en justitie.” Advocaat André Beckers van Checkpoint zegt dat het vonnis als „een zwaard van Damocles” boven het hoofd van andere coffeeshophouders in Nederland hangt. Voor de gemeente Terneuzen „benadrukt” het vonnis „het belang om het gedoogbeleid aan te scherpen”. Ook advocaat Maurice Veldman van meerdere grote coffeeshops in Amsterdam zegt dat de uitspraak „een wezenlijke bedreiging voor coffeeshops zou kunnen zijn”.

Checkpoint kon worden aangepakt omdat het zich niet aan de gedoogregels hield die in de vergunning van de coffeeshop stonden vermeld. Er was bijna voortdurend meer dan 500 gram in de zaak, wat niet mag. Er werden kilo’s gevonden in ruimten in en om de coffeeshop. De zaak verkocht 10 kilo wiet per dag.

En, zei de rechter, de coffeeshop had kunnen weten dat de dagelijks ruim 2.500 vooral Belgische en Franse klanten de koopwaar niet direct oprookten, maar over de grens voerden. Klanten hadden de 5 gram (circa 15 joints) die ze mochten kopen, nooit ter plaatse kunnen oproken.

Checkpoint kon zich dus niet meer achter het gedoogbeleid verschuilen. De officier van justitie had alle recht om de eigenaar en de medewerkers te vervolgen. In de rechtszaak bleek vervolgens dat de coffeeshop ook grote hoeveelheden softdrugs inkocht, vervoerde en verwerkte, waarmee de Opiumwet werd overtreden. Zo kwam de rechter tot deze veroordeling.

Advocaat Veldman legt uit dat de veroordeling zijn cliënten in Amsterdam niet hoeft te raken. „In Amsterdam hebben shops niet meer dan 500 gram in huis” zegt hij. Er wordt gewoon te streng gecontroleerd en de eigenaren weten hoeveel schade het kan aanrichten als ze gepakt worden. Ze hebben ook geen wetenschap van massale export van softdrugs over de grens, omdat toeristen er komen voor consumptie. „Runners lopen de hele dag heen en weer met boodschappentasjes. In Terneuzen kon dat niet, dat was de Makro van de softdrugs.” Bovendien, zegt hij, hebben de Amsterdamse coffeeshophouders de logistiek uitbesteed en dus niet zelf wiet in huis of in de auto, zoals in Terneuzen. „Je moet de kilo’s nooit zelf in handen hebben.”

De leidinggevenden en medewerkers van Checkpoint kregen korte cel- en taakstraffen, omdat de overheid de organisatie jarenlang heeft geaccepteerd en zelfs gefaciliteerd. Geen van de veroordeelden hoeft nog de cel in. De gemeente en „voor een deel ook het Openbaar Ministerie zijn verantwoordelijk geweest voor een klimaat waarin Checkpoint ongestoord kon doorgroeien naar de status van de grootste coffeeshop van Nederland en ver daarbuiten”. Eigenaar Willemsen moet 9,7 miljoen euro aan de overheid betalen. De rechtbank schatte het wederrechtelijk verkregen voordeel op 14,6 miljoen euro en verlaagde dat met eenderde vanwege de faciliterende rol van de overheid.

Begin jaren negentig kampte Terneuzen met veel illegale drugshandel, ook harddrugs. Een succesvolle oplossing daarvoor bleek het gedogen van twee coffeeshops in de stad, waaronder Checkpoint. De gemeente hielp de coffeeshop in 2005 aan een groot pand aan de rand van Terneuzen, met een grote parkeerplaats. Maar de laatste jaren ging de overheid anders denken over en harder optreden tegen de handel in softdrugs. De rechter zei dat het haar bevreemdde dat toen de gemeente, politie en OM op een dag vonden dat de coffeeshop te groot werd, ze dat niet gewoon aan de eigenaar hebben laten weten.

Lees meer over Checkpoint op nrc.nl/drugsbeleid