Arme landen doorstaan crisis goed

Ontwikkelingslanden zijn minder kwetsbaar gebleken voor de economische crisis dan was voorspeld, zegt onderzoeker Dirk Willem te Velde. Opkomende markten bleven investeren.

Veel rijke landen hebben miljarden moeten uitgeven om hun financiële sector drijvend te houden en zien nu gigantische bezuinigingen op zich afkomen. Hoe hebben ontwikkelingslanden de financiële crisis ondergaan?

„In het algemeen kun je zeggen dat ontwikkelingslanden minder kwetsbaar zijn gebleken”, zegt Dirk Willem te Velde, die onderzoek heeft gedaan naar die vraag bij een denktank voor ontwikkelingszaken in Londen, het Overseas Development Institute. „En opkomende markten als China, India en Brazilië hebben goed gepresteerd.”

Maar net zoals de rijke landen niet allemaal op dezelfde manier zijn getroffen door de financiële crisis, zijn er ook verschillen tussen ontwikkelingslanden. „Landen als Cambodja, Botswana en de Democratische Republiek Congo zijn door de crisis in enorme problemen gekomen’’, zegt Te Velde. „En in alle ontwikkelingslanden is mede door de crisis de economische invloed van de zich ontwikkelende landen, China voorop, maar ook India, Brazilië en Mexico, verder toegenomen.”

De financiële crisis heeft op verschillende manieren doorgewerkt in ontwikkelingslanden. De inkomsten uit export zijn gedaald, net als de buitenlandse investeringen. Er zijn minder toeristen gekomen. En in een aantal landen zijn de geldovermakingen naar huis van mensen die in ontwikkelde landen werken, gedaald.

De sombere voorspellingen ten tijde van de G20 in Londen een jaar geleden dat de handel helemaal zou inzakken en dat ook de ontwikkelingslanden zouden lijden onder de grootste depressie sinds de jaren dertig, zijn echter niet uitgekomen. De teruggang is getemperd door goed beleid en sterke groei in landen als China, India en Brazilië. Te Velde constateert wel dat de landen ten zuiden van de Sahara over de periode 2008-2010 zeven procent minder groeien dan was becijferd voor de crisis.

Er zijn verschillende soorten slachtoffers. Een land als Botswana lijdt sterk onder de prijsdalingen voor olie, koper en diamanten. Cambodja, een betrekkelijk open economie die voor een belangrijk deel drijft op toerisme en textiel, zag de uitvoer van kleding sterk dalen. Dat in tegenstelling tot Bangladesh, waar de textielexport constant bleef. Maar die kleding was van lagere kwaliteit; dat past in het beeld dat in de rijke landen de goedkopere kledingzaken het redelijk goed zijn blijven doen.

Te Velde vertelt dat zijn onderzoek een aantal effecten heeft laten zien die niet waren verwacht aan het begin van de crisis. Zo is de toestroom van buitenlands kapitaal vorig jaar sterk naar beneden gegaan. „We hadden gedacht dat investeerders door de dalende beurskoersen in de rijke landen wel naar ontwikkelingslanden zouden gaan, maar je hebt op alle fronten een vlucht naar veiligheid gezien. Ook in armere landen met een aandelenbeurs, zoals Oeganda, is veel geld van de beurs gehaald. Er blijft wel veel geld gaan naar China, India en Brazilië, maar investeerders mijden de arme ontwikkelingslanden. Terwijl daar ook goede kansen liggen.”

Opvallend is ook dat de geldovermakingen door particulieren in het algemeen niet zwaar hebben geleden onder de crisis. „Het kan zijn dat hier een vertragingseffect in zit, dat de effecten van de crisis nog niet overal voelbaar zijn.”

Een derde onverwachte uitkomst is de kwaliteit van het openbaar bestuur, zegt Te Velde. „Het beleid is in de meeste landen best goed geweest. Er waren geen wilde reacties, geen overhaaste besluiten tot protectionisme. Je ziet in het algemeen dat de regeringsinstituties beter zijn geworden.”

Over heel de linie is wel een grote rol van met name China en Brazilië zichtbaar geworden. Die zijn wél blijven investeren in ontwikkelingslanden, ook al omdat ze geïnteresseerd zijn in hun grondstoffen, olie, koper en katoen voorop. En de importen uit arme landen zijn in China, India en Brazilië minder hard gedaald dan in de ontwikkelde landen.

Volgens Te Velde zijn er twee belangrijke lessen te trekken uit zijn onderzoek. Ontwikkelingslanden moeten diversifiëren om te voorkomen dat ze te zwaar leunen op één bron van inkomsten. En ze moeten werken aan veerkracht, want landen met reserves waren beter in staat een stimuleringsbeleid te voeren.