Anderhalf jaar na zijn dood is 'YSL' een halfgod

Expositie. Yves Saint Laurent au Petit Palais. Tot 29/8. Petit Palais, Avenue Winston–Churchill, Parijs. Inl: www.petitpalais.paris.fr ****

Yves glimlacht, Yves kijkt over zijn bril, Yves houdt zijn hoofd scheef. Op alle foto’s zit Yves Saint Laurent naakt op een paar leren kussens. De foto’s uit 1971 komen uit een fotoshoot voor Rive Gauche, Saint Laurents eerste eau de toilette voor mannen.

De niet eerder vertoonde foto’s hangen op de tentoonstelling Yves Saint Laurent au Petit Palais en illustreren de half-goddelijke status van de ontwerper anderhalf jaar na zijn dood. Hij is in Frankrijk meer aanwezig dan ooit, niet alleen met dit omvangrijke retrospectief, maar ook door publicaties die aan de lopende band verschijnen: biografieën, fotoboeken, zelfs een YSL kleurboek.

Het toppunt is Yves Saint Laurent l’oeuvre intégral, vier reusachtige cassettes met schetsen van al zijn 81 couturecollecties (prijs 2100 euro). En binnenkort in de bioscoop: L’Amour fou, over de verhouding van de ontwerper met Pierre Bergé. Van Bergé, die Saint Laurent sinds 1958 kende, enkele jaren een relatie met hem had en altijd zijn zakelijk manager bleef, verscheen bovendien recent het persoonlijke boek Lettres à Yves.

Met ruim driehonderd ontwerpen verspreid over vijftien zalen is het een brede, maar ook persoonlijke tentoonstelling geworden. Intiem is de reconstructie van Saint Laurents atelier. Wie dacht dat zijn werktafel een luxe bureau in een boudoir zou zijn, vergist zich. De couturier tekende aan een door twee schragen gedragen plank vol persoonlijke snuisterijen. Aan de muur erachter hangt een mooie foto van Christian Dior, de ontwerper waar hij zijn carrière begon. Toen Dior in 1957 plotseling overleed, moest de 21-jarige Yves diens wereldberoemde couturehuis voortzetten. Uit zijn Dior-jaren (tot 1960) wordt een ijkpunt uit de modegeschiedenis geëxposeerd; de van boven smalle tot over de knie breed uiteenlopende trapeze-lijn.

Vanaf 1962 heeft Saint Laurent zijn eigen couturehuis, en bevrijdt hij de jonge vrouwen uit hun keurslijf met het mannelijke broekpak. In het Petit Palais wordt het uitgelicht. Als geen ander besefte hij de mentaliteitsverandering van vrouwen in de jaren zestig. Hij had een nauwe band met een reeks muses, van wie Catherine Deneuve de bekendste is. Hij kleedde haar voor de filmklassieker Belle de Jour (1967) van Luis Buñuel en ze schitterde op zijn afscheidsdefilé in het Centre Pompidou in 2002.

Een intieme opstelling in het Petit Palais wekt de indruk alsof je binnenstapt in de ruimbemeten inloopkast van de Franse actrice. Met perfecte en simpele ontwerpen benadrukt Yves Saint Laurent de harde erotische glamour van Catherine Deneuve.

Een volgende grote zaal getiteld Le dernier Bal is een grote rode showbizztrap waarop vijftig avondjurken staan. Kleurrijk, strak, wijd, van tule, van zijde, rijk geborduurd en soms protserig, uit YSL’s zwakke jaren negentig. Daarnaast, in de schaduw tegen een zwarte muur staan drie rijen hoog een stuk of veertig zwarte smokings, varianten op zijn revolutionaire vrouwensmoking Le smoking uit 1966.

Het hoogtepunt van de expositie - en in YSL’s oeuvre - is de kleding in de halfronde zaal genaamd Dans le mirroir de l’art. Blauwe poppen dragen op Afrikaanse kunst geïnspireerde mini-jurkjes met open kralenpatroon. Boven alles uit torent een vrouw met een metershoge ranke haarconstructie en twee forse puntborsten. Het zijn ontwerpen uit de jaren zestig, toen mode nog kon shockeren en Saint Laurent de toon aan gaf. In een hoek van de zaal staat zijn grafische Mondriaan-jurk ingetogen bescheiden te zijn tussen veel explosievere odes aan schilders als Picasso, Matisse en Van Gogh.

Yves Saint Laurent au Petit Palais is een halve eeuw perfectie, vrouwelijkheid en vrijheid. De tentoonstelling is een volledige inventarisatie van zijn veelzijdigheid. Als analyse van zijn oeuvre is het echter nog maar een eerste aanzet - maar wat een heerlijke aanzet.