Zwitsers buigen onder Europese druk

Zwitserland zal zijn inreis-verbod voor prominenten uit Libië opheffen. Daarmee lijkt hun bilaterale ruzie, die ook de relatie van Libië met de Europese Unie ernstig verstoort, beslecht.

De Zwitserse minister van Buitenlandse Zaken, Micheline Calmy-Rey, had gisteravond in Brussel zichtbaar moeite met haar houding. Ze wilde er niet uitzien alsof haar land een nederlaag had geleden door een belangrijk drukmiddel op te geven in de diplomatieke ruzie met Libië – die nu al bijna twee jaar duurt. Zwitserland had net bekendgemaakt het inreisverbod voor 188 prominente Libiërs „zo snel mogelijk” op te heffen.

Zwitserland had het in Europa steeds moeilijker gekregen met het inreisverbod, dat meteen was gaan gelden voor alle 25 Schengenlanden. Vooral Italië en Malta waren woedend, omdat hún inwoners nu ook geen visum meer kregen voor Libië – want dat was de reactie van Libië. Italië, Malta en ook andere Zuid-Europese landen zagen hun zakelijke belangen in Libië in gevaar komen, en ze waren bang dat Libië zich niet meer zou houden aan afspraken over illegale immigranten die vanuit Libië proberen Europa te bereiken, net nu het seizoen van de overstekende bootjes begint.

De zuidelijke EU-landen voelden zich, zeiden hun ministers van Buitenlandse Zaken begin deze week nog in Brussel, gegijzeld door Zwitserland. Dat is geen lid van de EU, maar wel van de vrij-reizenzone ‘Schengen’ en de Zwitsers gebruikten het Schengenverdrag nu als sanctiemiddel. De EU-landen dreigden om zelf een nieuwe regel in dit verdrag te gebruiken om het Zwitserse inreisverbod onderuit te halen: vanaf 5 april kunnen Schengenlanden onderling afspreken om reizigers die op de zwarte lijst staan in Schengen, toch toe te laten. Er zou daardoor, speciaal voor Libiërs, een klein ‘Schengengebied’ in Schengen zelf kunnen ontstaan.

De problemen tussen Zwitserland en Libië begonnen in juli 2008 toen de politie in Genève de zoon van de Libische leider Moammar Gaddafi arresteerde. Hij kwam snel vrij en er was geen aanklacht, maar dat loste de ruzie niet op. Libië haalde zijn geld van Zwitserse banken, blokkeerde de toevoer van olie, en het houdt een Zwitserse zakenman vast.

De Europese landen waren er bij toeval achtergekomen dat Zwitserland al eind vorig jaar 188 Libiërs op een zwarte lijst had gezet: een ambtenaar die een visumaanvraag van een Libiër behandelde, kreeg in het computersysteem de weigering door. „Het is ongehoord”, zegt een Europese diplomaat, „dat je dit systeem gebruikt voor een politiek doel, zonder overleg.”

Duitsland en vooral Spanje, nu tijdelijk EU-voorzitter, bemiddelden de afgelopen weken in het conflict. De Spaanse minister van Buitenlandse Zaken, Moratinos, ging naar Libië en ontving ministers van beide landen in Madrid. De afspraak was, zeggen diplomaten in Brussel, dat Zwitserland de zwarte lijst zou intrekken. Dan zou Libië komend weekeinde, als er in dat land een topbijeenkomst is van de Arabische Liga, de Zwitserse zakenman vrijlaten.

Maar volgens een betrokkene is Zwitserland nu eigenlijk te laat met de aankondiging van gisteravond. „Het tijdsschema klopt niet meer.”

De Zwitserse minister van Buitenlandse Zaken, Calmy-Rey, die in Brussel sprak met Catherine Ashton, de Hoge Vertegenwoordiger voor het Europees buitenlands beleid, wilde niets zeggen over een deal. Ze had het over „stappen’’ die zouden volgen. Ze ontkende heftig dat het intrekken van de zwarte lijst een vernedering was, zoals sommige Zwitserse politici meteen hadden gezegd.

Calmy-Rey zei ook niet – wat weer andere Zwitserse politici vonden – dat het een perfecte strategie was geweest: nu bemoeide de EU zich intensief met de kwestie, die anders zou zijn afgedaan als een probleem tussen twee landen buiten de EU. Ze zei wel: „Het zou goed zijn als de EU-landen bedenken dat wat ons is overkomen, élk land in Europa kan overkomen.”