Veertien gezinnen met asielzoekers op straat

Veertien gezinnen met minderjarige kinderen die Nederland niet in mogen, zijn tussen 1 januari 2009 en 15 maart 2010 op straat gezet.

Op dit moment zijn nog 74 gezinnen van uitgeprocedeerde asielzoekers in afwachting van hun vertrek. Zij zitten in vrijheidsbeperkende opvanglocaties.

Dat heeft demissionair minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie, CDA) vanochtend geantwoord op Kamervragen.

Volgens een recente uitspraak van het Europees Comité voor Sociale Rechten handelt Nederland in strijd met het Europees Sociaal Handvest door uitgeprocedeerde gezinnen op straat te zetten. De Tweede Kamer wilde van de minister weten welke gevolgen dit heeft. Hirsch Ballin schrijft dat de uitspraken van het comité, dat toeziet op de naleving van het handvest, niet bindend zijn.

Volgens Hirsch Ballin gelden de onderdelen van het handvest die Nederland zou negeren, niet voor illegalen. Hij stelt dat een gezin na afwijzing van het asielverzoek twaalf weken de tijd krijgt om het vertrek naar het land van herkomst voor te bereiden.

Opvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers is altijd mogelijk, zegt de minister, op voorwaarde dat zij meewerken aan hun terugkeer. „Als de ouders het vertrek frustreren (...) krijgt het gezin de aanzegging om Nederland te verlaten”, schrijft hij in zijn brief aan de Kamer.