'Te hoge verwachtingen van toezicht'

De toezichthouder zat te slapen, was de kritiek op De Nederlandsche Bank. „Ik kan alleen maar zeggen dat de toezichthouder nauwelijks aan slapen toekwam.”

Eerst was er Icesave en de kritiek dat De Nederlandsche Bank de stuntende IJslandse spaarbank niet had gedwarsboomd. Daarna ging DSB failliet en was het commentaar dat er onvoldoende toezicht was geweest op de Wognumse bank.

De Nederlandsche Bank ligt de hele crisis al onder vuur en haar president, Nout Wellink, als personifiëring van het instituut voorop. Maar oproepen tot aftreden legt Wellink stoïcijns naast zich neer. Op de vraag of hij zijn kleinkinderen niet te weinig ziet, reageert de 66-jarige bankpresident met „veel te weinig” om de vervolgvraag – of hij dat conform de tijdgeest niet wil veranderen – te beantwoorden met: „Mijn kleinkinderen zullen nog even moeten wachten, het natuurlijke moment is nog niet gekomen.”

Hij heeft overwogen om ermee te stoppen. Al in 2007, nog voor de crisis in alle hevigheid losbarstte „omdat het een normaal moment is als je de 65 nadert”. Daarna niet meer. „We kwamen in de crisis terecht en daar voelde ik me zeer bij betrokken.”

Wellink ziet ook dat de kloof tussen de toezichthouder en de samenleving is toegenomen. „Frustrerend”, noemt hij dat. „De verwachtingen van wat wij vermogen zijn te hooggespannen. Ik begrijp heel goed dat wij, tot in detail, verantwoording moeten afleggen over het verleden. Maar dat is zeer tijdrovend voor dezelfde mensen die ook nu het toezicht moeten uitvoeren en moeten nadenken over de toekomst van ons bankwezen. In de bancaire sector hebben wij 175 toezichthouders, op grote instellingen als ING of ABN Amro hebben wij tien tot vijftien mensen zitten. Instellingen die in vijftig landen werken en 100.000 werknemers hebben. Je praat wel over de in omvang zevende financiële sector in de wereld.”

Hoe zou u zelf de kloof tussen DNB en de samenleving verwoorden?

„De maakbaarheid van de samenleving is veel minder groot dan men zich realiseert. In Nederland zijn er heel lang geen ongelukken geweest in de financiële sector. Sinds 1970 zijn er in meer dan honderd landen financiële crises geweest, maar wij zijn daarvan gevrijwaard tot het faillissement van Van der Hoop in 2005. Mensen zijn het niet gewend dat er iets mis kan gaan. Voorts verwacht de samenleving meer en meer van de overheid. Als er een probleem is, moet de overheid – in dit geval de toezichthouder – dat oplossen. Maar diezelfde samenleving wilde ook minder regels en administratieve lastendruk. Die moest 25 procent verminderd worden. Dat betekende dat wij minder informatie bij de banken mochten opvragen. En tegelijkertijd besloot het kabinet in 2007 dat wij 8 procent moesten inkrimpen. Wij vonden het frustrerend dat we midden in de storm van de kredietcrisis, die half 2007 losbarstte, moesten bezuinigen. De reactie van de mensen hier was: dan maar een schepje er bovenop.”

Het beeld is juist dat die toezichthouder het op meerdere punten heeft laten afweten.

„Dat is bij degene die te hoge verwachtingen heeft. Die vindt dat het niet waar kan zijn dat dingen misgaan en roept dat de toezichthouder heeft liggen slapen. Ik kan alleen maar zeggen dat de toezichthouder nauwelijks aan slapen toekwam.”

U heeft steeds defensief gereageerd. Nooit de behoefte gehad om mee te gaan met de kritiek?

„Nee, want dan moet je kunnen leveren en mogen er nooit meer instellingen bankroet gaan. Dat kun je niet op voorhand waarmaken. Intern doen we niet anders dan lessen trekken uit het verleden. We hebben door onafhankelijke derden eigen onderzoeken laten doen naar ABN Amro, Van der Hoop en dat soort gevallen. Maar we kunnen niet naar buiten komen met de resultaten van die onderzoeken. Daar verzet in veel gevallen de geheimhoudingsplicht zich tegen en als wij vertellen waar we het beter hadden kunnen doen, wordt dat gelijk geïnterpreteerd dat we het fout hebben gedaan en kunnen we aansprakelijk worden gesteld. Het kan helpen als politici duidelijk maken dat de toezichthouder niet de eerste is waar je moet zijn als het mis gaat.”

U kunt meer zeggen als geregeld wordt dat u niet meer makkelijk aansprakelijk gesteld kan worden?

„Dat bleek heel duidelijk in Engeland, waar de toezichthouder die immuniteit heeft, na het drama met Northern Rock. De toezichthouder kwam daar direct met een aantal lessen die vrij ver gingen en zei gewoon wat ze niet goed had gedaan. Voor ons is het veel lastiger om helder te communiceren. Je weet nooit wat een rechter ermee doet of wat voor complicaties je met het buitenland krijgt.”

Vindt u dat uw persoon teveel centraal staat?

„Meer dan in het verleden wordt de instelling met de persoon vermengd. Iets moet een gezicht hebben nu. Het heeft voor mensen geen zin om boos te worden op een abstractie als de financiële sector, je komt dan gauw bij een persoon terecht. In dit geval bij mij.”

Kunt u daarmee omgaan?

„Dat is gewoon niet leuk, vooral als echt op de man wordt gespeeld en degene die dat doet weet dat het niet fair is. Maar het hoort er tegenwoordig bij, dat kan ik wegrationaliseren. De president van de bank wordt tegenwoordig ook gezien als een verlengstuk van de politiek en dus als een politicus behandeld. Ik heb ook wel met politici te doen, want dat gebeurt niet altijd even vriendelijk en beleefd. Maar in essentie zijn wij hier bij de bank professionals. Een politicus kan worden weggestuurd, als hij geen draagvlak meer heeft. Via wetgeving zijn wij juist bij de politiek weggehouden. Onze onafhankelijkheid is vastgelegd.”

Maken Kamerleden dat onderscheid wel voldoende?

„Daar wil ik geen oordeel over geven. Maar ik hoor ook wel eens uit die hoek dat Wellink niet herverkozen moet worden. Maar ik word helemaal niet verkozen, ik word benoemd voor een vaste termijn.”

U wordt vaak een prominent CDA-lid genoemd. Speelt dat mee?

„Misschien ben ik prominent, maar niet als partijlid. Ik ben lid, omdat ik vind dat elke Nederlander lid moet zijn van een politieke partij als democratische plicht. Maar ik ben nog nooit van mijn leven bij een CDA-bijeenkomst geweest. En ik heb de afgelopen jaren ook op andere partijen gestemd. Dat is op zichzelf geen reden om te veranderen van partij zolang je je aangesloten voelt bij de hoofdstroom.”

Wilt u nog wel tegemoet komen aan de verwachtingen die rond toezicht leven of blijft u alleen maar uitleggen hoe het werkt?

„Een van de adviezen die we na Icesave kregen, was: maak duidelijk dat de wereld minder maakbaar is. Het grappige is dat we dat al tientallen jaren zeggen, maar als het goed gaat luistert niemand. En als het verkeerd gaat, moet je oppassen met die mededeling. Dan zeggen ze dat je de volgende crisis al ziet aankomen en daarvoor wilt waarschuwen.”

Dat doet u ook in uw jaarverslag. U waarschuwt daarin voor een „potentieel explosief mengsel”.

„We voorspellen geen nieuwe crisis, maar wijzen wel op elementen die je moet aanpakken om een volgende crisis te voorkomen. Zo weten we allemaal dat er iets mis is met de verhouding tussen de grote valuta in de wereld. En ook in de financiële wereld zien we ontwikkelingen waarvan we zeggen: moet dat nou allemaal? Men verwijt ons centralebankiers vaak dat we iets wel aan zagen komen, maar niets gedaan hebben om een crisis te voorkomen. Dat heeft weer met die maakbaarheid te maken. Maar wij kunnen niet zo makkelijk tegen het Chinese politbureau zeggen dat ze de renminbi wat minder moeten bijsturen.”

U bent vrij somber.

„Ik ben niet zozeer somber, maar zie veel gevaren. Bijvoorbeeld in de budgettaire sfeer. We praten over Griekenland, maar de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk hebben eenzelfde tekort. Zeker in de VS zie ik de terugkeer naar aanvaardbare niveaus in de tijd alleen maar naar achteren schuiven. Zo’n groot land moet het goede voorbeeld geven. Europa staat er beter voor, maar ook daar zijn tekorten van 6 tot 7 procent. Nederland is een ordelijk land en zie wat wij toch moeten ombuigen. Het gaat in alle landen grote politieke en maatschappelijke spanningen met zich meebrengen. Ik heb zorgen of dat gaat lukken in het juiste tempo.”

U wilt in Nederland een licht overschot aan het eind van de komende kabinetsperiode.

„We klagen aan de ene kant over de Grieken die zich niet aan het Groei- en Stabiliteitspact houden en aan de andere kant zeggen sommige politici dat de sanering van de overheidsfinanciën best acht tot twaalf jaar mag kosten. Dan houden wij ons ook niet aan het Pact. Je moet niet met verschillende normen werken. Omvangrijke bezuinigingen zijn nodig.”

Wordt het niet gevaarlijk voor de euro als de landen het wegwerken van hun tekort anders aanpakken?

„Nee, dat hoor je veel maar de drempel om uit te stappen is te hoog. Ook al zullen we nog veel over de tijdbom onder de euro horen, ik zie die niet ontploffen. Californië heeft een geweldig tekort, maar is ook geen tijdbom onder de dollar. Een munt wordt er immuun voor. Wij zijn in Europa al te veel vervlochten.”

Moet de hervorming van de financiële sector niet meer vaart krijgen?

„We zijn met heel veel bezig in het Basels Comité van banktoezichthouders, maar dat moet nog tot besluitvorming in Europa en in nationale parlementen leiden. We hebben een heel samenhangend pakket van vergaande maatregelen, die diep ingrijpen in de bedrijfsvoering van banken. Je moet daarom oppassen met voorstellen die uit de politieke koker komen. Ze moeten wel passen in het totale raamwerk. Ook al is de gedachte sympathiek om de omvang van banken op basis van marktaandeel te beperken. In een groot land kun je dan nog een knots van een bank krijgen, maar in Nederland moet Rabobank opgesplitst worden.”