Rubberen tanks

De opblaaspop is gemeengoed in de hele wereld, maar de opblaastank is iets redelijk nieuws. Dat zag ik gisteren op het Russische televisienieuws Novosti. Het Russische ministerie van Defensie heeft namelijk opdracht gegeven tot het vervaardigen van enkele duizenden rubberen tanks. Ze moeten op strategische posities worden neergezet, zodat satellieten van de vijand ze kunnen waarnemen in de veronderstelling dat het om echte tanks gaat.

Het deed me denken aan de Tweede Wereldoorlog, toen de Engelsen houten nepvliegtuigen aan de noordelijke Noordzeekust stationeerden om de Duitsers te doen geloven dat D-Day niet in Normandië zou plaatsvinden. Grote vraag in Rusland is nu, tegen wie die rubberen tanks zijn bedoeld. Kortom, wie is de vijand? Die vraag is zeker belangrijk nu er een dezer weken een nieuw START-verdrag getekend wordt en de Verenigde Staten zijn afgevallen. De NAVO geldt ook al niet meer als serieuze vijand, aangezien die organisatie het over het algemeen uitstekend met het Kremlin kan vinden.

Tegelijkertijd staat de rubbertank symbool voor het onvermogen van Rusland om zelf echte wapensystemen te bouwen. Er wordt weliswaar regelmatig een nieuwe ballistische raket op het televisiejournaal uit een hangar gerold, maar als die raket wordt gelanceerd stort hij na enkele minuten al neer. Ook de koop van de Franse helikopterschepen door Rusland laat dat onvermogen zien. De koop gaat alleen door als Frankrijk ook al het wapentuig levert dat zich aan boord van die schepen bevindt. Een bewijs dat Rusland die wapens niet zelf kan maken.

Terwijl ik dit schrijf, besef ik dat er ook een andere reden voor de rubberproductie kan zijn. En dat is dat een hoge ambtenaar op het ministerie met die tanks een fors bedrag aan otkat verdient en dat die tanks onmiddellijk na hun vervaardiging in een loods worden opgeslagen om daar weg te rotten.